[p. 475]
De zongestalten
Weer jaagt de zon in schaterend bravado
langs de verschroeide Llano Estacado:
een wraakbezeten Witte Bison-visioen,
zilveren kogels schietend zonder mededogen,
die altijd treffen recht tussen de ogen.
Soms ook: een dood noch duivel duchtend kampioen
voor Allah en voor Mohamed, een muzelman
met vuren borstkuras en vuren yacatan,
wervelend langs de kruistochtkaravaan
van grauwe noordervolken:
de drom van nimbuswolken.
Geen Kruis onder de Halve Maan,
val aan!
Verdelg de onbesnedenen,
de lage onberedenen!
Schrikwekkend is de fanatieke kreet:
‘Allah il Allah! God en de Profeet!’
En dan: een Rifkabyl, helwit op helwitte mehari,
dastár en burnous als magnesiumflitsen;
Long Rifles, karabijnen kitsen
rood vuur en dood in de ontredderde safari,
die zoekt naar goudgevulde koningsgraven
of denkt de Bosjesmannen te beschaven.
Sla dood! Sla dood de gévédétjesmensen
die nooit door jou begeesterd of ontroerd
zijn, maar je als een koperen ploert
of minder nog verwensen.
Verteer ze in hun fox-hole-huizen
en air-conditioned rooms, de laffe muizen
[p. 476]
die zich niet durven te harpuizen
met al jouw sterke, rijke hitte, Zon.
Ze lusten jou alleen bij distributiebon:
beetje bij beetje,
of als een zachtblond meisje op een fiets,
zoals in Holland, weet je.
Wie durft te leven als een gok: alles of niets?
Sla toe dan en kom hier.
Treed onvervaard en fier
voor zijn verschrikkelijk aangezicht
onzichtbaar door het licht
dat afstraalt van zijn turban van protuberansen
in spang na spang van vuren krissen kransen.
Geloof je
dat Batavia van iets meer waarde
is dan een verschrompeld roofje
op de zieke huid der aarde?
Bah!
Akkoord, blijf christen, maar verkies tot alter ego
een van het drietal Sjadrach-Mezach-Abednego!