[p. 482]
Anders niet
Soms is het land van Antjol net
als Holland. Als het regent en de saaien
regenwolken laag en donker overwaaien.
Als de leien rawa-plassen met
hun dodden, lis en riet
polders zijn en anders niet.
De fluisterende gerimis heeft
een klamboe voor de horizon gehangen
en zo een stuk van Amstelveen gevangen.
De regen zeeft - de regen weeft
een droom tot levend lied:
Amstelveen en anders niet.
Over de dijk een boertje gaat,
kleumend en koud, de handen in de zakken.
Een witte zwerm roeft op over de rakken.
Een blauwe flits, de donder slaat
tweemaal door droom en lied
tweemaal en anders niet.
Een jager, lis en riet:
Antjol en anders niet.