terug  begin  verder
[p. 483]

Tekening van een visser

 
De maan stond boven Waroengdjengkol
 
ongeveer toen hij voorzichtig afstiet
 
als om het pauwblauw spiegelglas niet
 
te verbreken van de vaart van Antjol.
 
 
 
Toen, hurkend op de achterkam van zijn gedwee
 
glijdende djoekoeng (als de kantjil en de
 
domme krokodil uit de legende),
 
trok hij in ‘t glas een filigreinen V.
 
 
 
En voor de laatste aarzelende keer
 
keek hij omhoog, naar mauve wolkenraggen,
 
loom drijvend langs de maan als kraggen
 
tratee op een roerloos tempelmeer.
 
 
 
Dan, rechtstaand in de uitgelopen
 
prauw, wierp hij met vaste hand zijn net
 
als de miraculeuze nerfrozet
 
van de victoria regia open.
terug  begin  verder