
Dit is Daantje!

Ik zal je eens iets van Daantje vertellen.
Kijk, hier heb je zijn portret.
Daantje is een klein, dik ventje van zestig jaar.
Dat is niets bijzonders!
Daantje woont in een aardig huisje, even buiten het dorp.
Dat is óók niets bijzonders!
Daantje heeft een vrouw. Grietje heet ze. Grietje is lang zoo dik niet als Daantje.
Dat is heelemaal niets bijzonders!
En Daantje heeft.... een baard! Een mooie, volle, witte baard!
Is dat dan wèl iets bijzonders?
Ja!
Want denk eens aan: de baard van Daantje is
de mooiste baard uit het heele dorp. De mooiste en de langste!
Er zijn meer mannen met baarden in het dorp.
Kobus heeft er een.
En Jochem.
Eh Gerrit de scharensliep.
En boer Goverts.
En oude Hendrik de klepperman.
De baard van Kobus is maar één vinger lang.
Die van Jochem een vinger en een duim.
Gerrit heeft een kort puntbaardje; 't is zwart.
Boer Goverts heeft óók een punthaardje; 't is zwart met een beetje wit er door.
De baard van Hendrik den klepperman is wel lang, maar.... erg dun. Je kunt er de knoopen van zijn kiel doorheen tellen.
De baard van Daantje is de allermooiste.
Daar zijn alle dorpelingen 't over eens.
En Daantje is er wàt trotsch op. Hij kamt zijn baard wel zeven maal op een dag. En iedere week wascht hij hem met groene zeep. Daar gaat hij van glimmen, weet je!
Grietje zegt wel eens: ‘Wat zou jij moeten beginnen, als je dien baard niet had, Daantje? Dan zou je niets meer te doen hebben!’
Grietje houdt van een grapje.
Maar Daantje óók.
‘Wat ik dan zou doen?’ zegt hij. ‘Wel Grietje, dan liet ik hem weer groeien. Heel eenvoudig, hoor.’
Over Daantje en zijn baard ga ik je nu iets vertellen.