begin  verderprepost
[p. 7]

Woord vooraf

Iedereen die een boek schrijft, doet intellectuele schulden op. Het is een genoegen een deel daarvan te kunnen erkennen. Mijn belangstelling voor de moderne Nederlandse kerkgeschiedenis werd gewekt tijdens mijn verblijf bij de vakgroep Kerkgeschiedenis en Kerkrecht van de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit. Ik was daar een vreemdeling en bijwoner, maar werd er vriendelijk ontvangen. Het hoge niveau waarop de kerkgeschiedenis binnen de vakgroep beoefend werd, heeft blijvende indruk op me gemaakt.

Aan de onderzoeksgroep Godsdienst en Maatschappij van de Faculteit der Politieke en Sociaal-Culturele Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam dank ik niet alleen het inzicht dat het moderne onderzoek naar nationalisme het mogelijk maakt de positie van godsdienst in de moderne tijd beter te begrijpen. Vrijwel alle hoofdstukken van dit boek zijn besproken op de informele seminars van de staf van de onderzoeksgroep. Zonder de vriendschap en intellectuele stimulering van mijn collega's Gerd Baumann, Patricia Spyer en Peter van der Veer zou dit werk niet tot stand zijn gekomen.

Mijn grootste intellectuele verplichting is aan Joke Spaans. Iedere gedachte in dit boek is tijdens gesprekken met haar ontstaan. Aan haar boek over de religieuze geschiedenis van Haarlem in de halve eeuw na de Reformatie dank ik mijn belangrijkste uitgangspunt - dat godsdienst in Nederland alleen zinvol bestudeerd kan worden op het niveau van een politieke eenheid, omdat daar bepaald wordt wat de betekenis is van de voorstellingen en handelingen van de verschillende religieuze groepen.

Eerdere versies van delen van dit boek zijn bij verschillende wetenschappelijke gelegenheden gepresenteerd. Het eerste hoofdstuk berust op een lezing voor een conferentie over secularisering die het

[p. 8]

Max-Planck-Institut für Geschichte in januari 1994 in Göttingen organiseerde, en op een bijdrage aan een conferentie over confessionele culturen in Europa, die georganiseerd werd door de Ernst-Troeltsch-Gesellschaft in september 1994 in Augsburg. Een eerdere versie van het tweede hoofdstuk is verschenen in het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 17 (1991), 361-393. Het stuk is slechts licht bewerkt. Het derde hoofdstuk is geschreven als bijdrage voor de door Niek van Sas bijeengeroepen en geleide begripshistorische werkgroep ‘Vaderland’. Versies ervan zijn als lezing gepresenteerd tijdens het congres over de Revolutie van de Werkgroep xviiie Eeuw in september 1995 in Leuven, en tijdens een studiedag van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in december 1995. Het vierde hoofdstuk berust op een lezing voor de conferentie over bekering van de onderzoeksgroep Godsdienst en Maatschappij in juni 1994 in Amsterdam. Een Engelse versie is verschenen in Peter van der Veer (ed.), Conversion to Modernities: The Globalization of Christianity, Routledge 1996, 65-87. Versies van het vijfde hoofdstuk zijn in juni en november 1995 als lezing gehouden in Norwich en in Amsterdam, op respectievelijk de zomerconferentie van de Ecclesiastical History Society, en op een gezamenlijk door het Max-Planck-Institut für Geschichte en de onderzoeksgroep Godsdienst en Maatschappij georganiseerde conferentie over godsdienst en nationalisme in Europa en Azië. Het zesde hoofdstuk berust op een lezing bij de vergadering van de Commission Internationale d'Histoire Ecclésiastique Comparée, in Luik in september 1994. Ik heb mijn voordeel gedaan met de vragen en opmerkingen die bij deze verschillende gelegenheden naar voren werden gebracht.

Edwina Hagen, Martijn de Rijk, Marieke van Oostrom en Marjan van Hout lazen het hele manuscript en hebben mij behoed voor inhoudelijke blunders en stilistische fouten. Voor alles wat nog steeds onjuist is, ben ik uiteraard als enige verantwoordelijk.

prepost  begin  verder