‘Wat was die koe snel opgeknapt!’ zegt Dacka, als ze van de Abdij wegrijden na een jolig afscheid van Gervatius en den lelijken broeder-portier. ‘Je hebt deze keer een behoorlijk figuur geslagen. Dus zonder jouw vriendelijke tussenkomst was dat dier dood gegaan?’
‘Ja, negen van de tien gevallen gaan om zeep... Dit is nu die beruchte kalfziekte, 'n prachtuitvinding voor een veearts, want bij deze ziekte boeken we het onmiddellijke resultaat, dat we in ons vak zo nodig hebben...
Het is een komische ziekte, zoowel in haar wezen als in de behandeling, een ziekte die zonder fouten in de organen toch in staat is de beste koeien snel en afdoende te vernietigen. Met de verandering van koe tot melkfabriekje is deze ziekte opgekomen, en juist de beste melkgeefsters, die op het toppunt van hun melkgift gekomen zijn en zich dan - ongeveer na hun derde kalf - iedere dag vijf en twintig tot dertig liter laten aftappen, waren de uitgezochte slachtoffers. De schade, die deze plaag heeft aangericht, is zelfs in millioenen niet te schatten, en je kon zonder overdrijving spreken van een catastrophe voor de veestapel...
Het begint vrij plotseling na het kalven. De dieren worden slap in de achterbenen, kunnen al gauw niet meer staan, krijgen nu en dan een escitatiestadium, waarin ze proberen op te springen, ze vallen zwaar neer, slaan de kop stuk en zijn soms met tien boeren niet te hou-
den. Tenslotte raken ze in coma en sterven in enkele uren zonder tot bewustzijn te komen.
Vroeger stierf negentig procent, en wat niet dood ging, bleef verlamd in de achterbenen, of kon nauwelijks nog lopen. De ziekte was voor alle geleerden een raadsel, en omdat ze waarschijnlijk met het kalven of met de melkgift in verband stond, werd ze kalfziekte of melkziekte genoemd.
De genezing is al even raadselachtig en vormt een mooi voorbeeld, hoe het toeval de empyrie kan te hulp komen. In het laatste van de vorige eeuw vierde de leer der bacteriën hoogtij. Beroemdheden schoten omhoog: Pasteur, Koch en de Hollander Poels. In Denemarken was een simpel veearts, Schmitt, op het idee gekomen, dat ook kalfziekte door bacteriën werd verwekt, en wel door bacteriën in de uier. Hij wilde daarom de uier ontsmetten. Maar het ontsmettingsmiddel, dat hij zou gebruiken, mocht het uierweefsel niet aantasten, anders zou de melkgift verloren gaan. Een jodium-jodkalium-oplossing - de zogenaamde Lugolse oplossing - bleek hiervoor geschikt.
Schmitt spoot bij een kalfzieke koe in iedere speen een kwart liter van die oplossing met een wonderbaarlijk succes! Het dier was in enkele uren uit zijn comateuze toestand ontwaakt en in een ommezientje helemaal hersteld! Schmitt kraaide zijn victorie van de daken, en toen bleek, dat op deze manier het merendeel van de kalfziekte-patiënten snel genas, vloog zijn behandeling door de wereldvakpers. De mortaliteit uit kalfziekte was door de ontdekking van Schmitt van negentig op dertig procent teruggebracht. Dat was dus even een resultaat!
En toch berustte zijn ontdekking op een volslagen foutieve grondslag... In die dagen - Schmitt deed zijn ontdekking in vijf-en-negentig - was het practijk doen nog wat anders dan vandaag. Grote afstanden, te voet,
te paard, per rijtuig, of zelfs met de hondenkar. De veearts was dagenlang, van huis en sliep bij de boeren. zo gebeurde het dat een snuggere knaap tijdens een dergelijke veldtocht onverwacht bij een kalfzieke koe werd gehaald en geen Lugolse oplossing bij de hand had. Waarschijnlijk om zich een houding te geven tegenover zijn cliënt, spoot de grappenmaker toen maar gekookt water in de uier, en tot even grote verbazing als Schmitt moet gevoeld hebben,zag hij het dier vlot genezen!
wat had dàt nu te betekenen? De ontsmettende werking deed het dus niet, maar wel de druk, die door de vloeistof in de uier werd gebracht.Nu lag het voor de hand, deze druk zo compleet mogelijk te maken door lucht in de uier te pompen, opblazen dus. De volgende stap was: naast jodjodkali lucht in blazen, want de ontsmettingstheorie, die toen zo in de mode was, durfden ze niet zo maar los te laten. Met lucht en Lugol genas acht en negentig procent vlot en zeker in enkele uren tijd, en kort daarna bleek, dat Lugol best gemist kon worden, zodat lucht alleen voldoende is. Goedkoper kan het al niet.
Schmitt was er dus met zijn therapie glad naast geweest, maar dat neemt niet weg, dat hij de veestapel voor millioenen guldens verlies heeft bespaard, omdat uit Zijn verkeerde opvatting zoo'n pracht-therapie is gegroeid. Hij heeft van zijn uitvinding niet geprofiteerd; zelfs zijn naam is niet bekend in de veehouderswereld. Schmitt is er dus nog kaler afgekomen dan Dunlop, de veearts-uitvinder van de luchtband.’
‘En weten ze op het ogenblik nog niets van de ziekte zelf?’
‘Nee. De behandeling is practisch àf, maar het raadsel blijft bestaan. Wat is het en hoe is de werking van de luchtinblazing te verklaren? We weten het niet, ofschoon theorie-wellustelingen de vakbladn hebben volgeklad,
tot grote ergernis van die arme veterinaire studenten.
Intussen zijn de grapjes over kalfziekte nog niet uit. Een plentere Hollandse prof peuterde in het bloed van een kalfzieke koe en vond een te laag gehalte aan calcium. Haha, dacht hij, laten we eens proberen dit tekort aan te vullen. Een calcium-oplossing werd in de bloedbaan van een kalfzieke koe gespoten, en ziet: In enkele minuten was de koe genezen! Dus aan de uier lag het ook niet! Weer enorme verbazing, want ook het calciumgebrek geeft geen verklaring voor het wezen van de ziekte... Mij een zorg! De hoofdzaak is, dat nu door completering van de calcium-inspuiting - calcium bleek gevaarlijk voor het hart te zijn, wat aanvankelijk veel koeienlevens kostte - kalfziekte snel en zeker te genezen is. Zo zie je, dat bij grote plagen de redding niet altijd van de universiteit komt, maar ook wel eens van de arme kleine veearts, die er met de hondenkar op uit trekt en bij de boeren in het hooi slaapt.’
‘Maar waarom heb je geen lucht ingeblazen, als dat toch even goed helpt?’
‘Lucht inpompen doen de boeren zelf.’
‘O, dat is dus een streep door de rekening van de dierenarts?’
‘Jawel, maar er komt nog iets anders bij. Intussen is er weer een andere ziekte ontdekt, waarvan we ook niets weten en die we kopziekte noemen, omdat de dieren dan met de kop slaan, terwijl deze ziekte onafhankelijk van het kalven optreedt, het meest wanneer de beesten pas uit de stal in de wei gelaten worden. Overigens lijkt het er heel veel op. Maar het voornaamste verschil is, dat een kopzieke koe zich van oppompen niets aantrekt, terwijl ze na een calcium-injectie weer in enkele minuten gezond op haar benen staat. De boeren kunnen niet uitmaken of het kop- dan wel kalfziekte is, blijven aan de veilige kant, en roepen tegenwoordig weer meer en meer
om de dokter, die het gevalletje, zoals je gezien hebt, op de meest elegante en verrassende manier opknapt.’
‘Meer geluk dan wijsheid.’
‘Loop jij naar de bliksem.’