't Is 'n goei koei.
Omdat ze zoveel melk geeft en het plezierigste, handigste beest is van heel de stal, krijgt ze dagelijks van de liefhebbende boerin de grootste lekkernij, die een onbedorven koe kent: het bakje aardappelschillen. En bij Hezemans zijn ze met negenen aan tafel, dus dat wil wat zeggen. Het is zo'n lekkere, stevige portie, dat er gemakkelijk een haarspeld in kan verdijnen, die smakelijk mee naar binnen gaat.
Een haarspeld is nog niets; Vlimmen heeft al eens een koe laten slachten, waarin hij het verloren aardappelmesje van de boerin terugvond als bewijs, dat zijn diagnose - traumatische pericarditis, oftewel borstwater - juist was. Want de fouten van den veearts komen aan de haak te hangen; de fouten van den huisdokter worden plechtig begraven...
Dus de goei koei van Vrouw Hezemans heeft een haarspeld ingeslikt en de eerste dagen weet ze niet beter. Niemand heeft er trouwens erg in. De speld blijft een tijd in de grote pens en roest ten slotte in de buiging door, zodat er twee scherpe naalden overblijven. Door de peristalstiek, de voortdurende golfvormige bewegingen van de pens, het inkrimpen en uitzetten, waardoor de maaginhoud wordt gekeerd en gemengd, prikken de naalden door de penswand heen. Zo'n naald is verre van steriel en overal waar hij komt, geeft hij verzweringen. Hij kan op de gekste plaatsen terecht komen, doch meestal gaat
het kwaadaardig in de richting van het hart. Daarvoor prikt hij door het middenrif heen en raakt eindelijk het pericard of hartzakje. Dit geeft ontsteking met ettervorming, zodat het papierdunne hartzakje soms wel een hand dik wordt en als een stevige koek om het hart sluit, dat erg in de knel komt.
Dit alles is zeer eenvoudig, als ge het weet... Maar de veearts wordt er bijgehaald om een oplossing te geven aan het einde van het verhaal, wanneer de koe kreunt, heel voorzichtig opstaat en gaat liggen, zoveel mogelijk alle beweging vermijdt, niet meer eet of herkauwt. De boeren vatten dit samen met te zeggen, dat ze ‘flauw’ is, maar iedere zieke koe is flauw. De anamnese moet Vlimmen er woord voor woord uittrekken. De koei is flauw, daarover is ieder het eens, en nu moet meneer dokter maar verder werken. Aan aardappelschillen of haarspelden wordt niet eens gedacht, wèl komt hij te weten, dat het dier heel voorzichtig mest maakt en dat deze droog en hard is. Hij vindt een oppervlakkige ademhaling en ziet, dat de koe haar ellebogen naar buiten houdt om de borst vrij te maken.
Is de ziekte al ver gevorderd, dan is het wel te doen. Nu het hart onder druk zit, kan het bloed van het hoofd niet vlot terugvloeien naar het hart; de halsvenen zwellen daarom op, en er ontstaat stuwing sonder de borst en de keel. Aan dit oedeem bij borst en keel stelt de ervaren dierenarts à disiance zijn diagnose: traumatische pericarditis.
In het beginstadium is het lastiger, doch auscultatie en percussie door iemand als Vlimmen, die zijn vak ernstig opneemt, geven dan spoedig de vereiste zekerheid. Dan is ook het kreunen van groot belang. Weet de veearts, wannéér het dier kreunt, dan kan hij dikwijls vaststellen, waaróm ze kreunt. En hij kent eenvoudige, doch sluwe kneepjes om de koe te laten kreunen, als ze daar
reden voor heeft. Zo zal hij door den boer, die van zulke fratsen niets begrijpt, de kop van het dier zo ver mogelijk gestrekt laten houden en dan vinnig, onverwacht, en op de juiste plaats in de ruggegraat knijpen. Hierbij zakt iedere koe in de rug door, met een fel, kort rukje; deze beweging drukt op de borst, en als daar iets niet in orde is, volgt er een bepaald soort kreunen. Want een koe kreunt op verschillende manieren, die een goed veearts wel weet te onderscheiden.
Op de morgen na zijn nachtelijke chauffeursrit naar Knarsel, komt Vlimmen bij de zieke koe van Hezemans... Hij heeft verschrikkelijk het land, het meest aan zichzelf, Truus heeft al gemerkt, dat er iets bijzonders is, doch wilde niets vragen. Het is al jaren stilzwijgende gewoonte, dat er tussen broer en zuster vóór twaalven geen woord gewisseld wordt, of het moet erg nodig zijn voor de practijk. Hoe dat zo gekomen is, weten ze geen van beiden; misschien is het, omdat vóór de middag Truus niet de enige is, die er een humeur op na houdt... Jaantje, die tot taak heeft iedere morgen de Chevrolet te reinigen van stroopijltjes en gedroogde mest, die meneer aan zijn schoenen uit de stallen mee binnen brengt, heeft in een hoekje van de wagen een verfrommeld briefje-van-tien gevonden. Truus heeft het gladgestreken en geboekt, maar er voorlopig niet over gesproken.
Bij Hezemans leest Vlimmen de avonturen der haarspeld van achteren naar voren. Al dadelijk heeft hij het geraden, maar hij zegt niets, voordat hij de gehele ritus van het onderzoek achter de rug heeft, zoals dat zijn vaste gewoonte is. Ook al heeft hij voldoende zekerheid, hij gaat stug door, tot alle andere mogelijkheden volkomen zijn uitgesloten. Dan beveelt hij de koe zo gauw mogelijk te laten slachten, dan kan dokter Dirksen of hijzelf haar morgen al komen keuren...
De boerin wordt wit en uit een langgerekt ‘Och!’... Zo erg had ze het toch niet verwacht. Maar wat heeft de koei dan?... Gelukkig hebben de boeren hun eigen woord voor traumatische pericarditis, en Vlimmen zegt dus, dat de koe ‘scherp in heeft’. Daarmee is alles duidelijk... O, hee ze scherp in!
Hezemans legt èr zich dadelijk bij neer, maar in Brabant zijn de koeien van de boerin. Vele boeren kijken nauwelijks naar het vee om, zij kunnen vaak niet eens behoorlijk melken en zouden zich schamen, als ze het wèl konden. Vlimmen zegt, dat dit soort mannentrots is overgebleven van de oude Germanen, toen de man op jacht ging en minachtend neerkeek op het geklungel van zijn vrouwvolk met dat stomme vee.
Dit onverwachte verlies treft dus op de eerste plaats Vrouw Hezemans, die zoveel plezier had aan het beestje, en daarom vraagt ze heel schuchter, of er dan helemaal niks-nie-meer aan te doen is.
‘Jawel,’ lacht Vlimmen, ‘maar dat is een operatie, waar ik liever niet aan begin, want die is zo gevaarlijk, dat het veel weg heeft van slachten. En àls het lukt, duurt het zeker vier weken, voordat ge ze weer koei kunt noemen, dat wil zeggen, als alles prachtig meeloopt. Dat komt een beetje duur, en ik geloof ook niet, dat het hier in Holland al ooit gebeurd is. Wèl in Duitsland, maar dan nog op de kliniek van een school voori veeartsen, waar ze alles bij de hand hebben... Over zo'n operatie zouden we eens kunnen praten, bij een fokstier van een paar duizend gulden, maar niet bij een koeike van drie honderd.’
Hezemans maakt een afwerend gebaar. Hij zal onze Tinus naar slachter Van Heusden sturen om te vragen, of hij vanavond nog komt slachten.
‘Is er niemand anders te vinden, die bij de boeren komt slachten?’
Onder de boerenfamilie worden snelle, veelzeggende blikken gewisseld, doch Hezemans laat zich verder niet onvoorzichtig uit... Nee, hij zou niet weten wie. Huiskens doet 't niet meer.
‘Zou er dan ook in heel de streek geen boerenzoon zijn, die dat vak wil leren om tussen zijn gewoon werk door bij jullie de noodslachtingen te doen? En dan fatsoenlijk?... De boeren weten op den dag van vandaag immers niet, wat ze met d'r jonk-volk moeten beginnen?’
Tja!... Ja-ja! Dat zou nog niet zo stom zijn. Maar wie zal eraan beginnen?... Ze trekken berustend de schouders op, als altijd.
Maar Vlimmen berust niet even gemakkelijk in de traumatische pericarditis. Opdracht geven om een beest te slachten is hem een beetje te eenvoudig. Als hij wegrijdt van de boerderij, krijgt hij weer de oude aanvechtingen om het krachttoertje toch eens te beproeven. Zo'n operatie is economisch niet goed te praten, maar afgezien daarvan; wat zou hij er van terecht brengen? Hij heeft er dikwijls over gepiekerd; de artikelen van Kübitz en Hofmann in de Tierärtzliche Rundschau zijn al jaren oud, maar ze liggen hem nog vers in het geheugen. Resectie van de elfde rib, dan drainage aanleggen... Het zou de grootste sensatie zijn, die hij ooit bij zijn werk kan beleven, dat wil zeggen, als het mocht lukken, anders is het slachten en slecht slachten bovendien. A la Van Heusden... Vóór hij van ouderdom dood is, moet hij het toch eens gewaagd hebben, dat staat vast! Als de boer het niet riskeert, zou hij desnoods kunnen afspreken om een gedeelte van de slachtwaarde te vergoeden bij slechte afloop... Maar het is goedhartige waanzin! Onder wat voor omstandigheden werk je in een Brabantse stal! Zoeken naar een gelegenheid om ten overstaan van de boeren een modderfiguur te slaan, dàt is 't ten slotte...