terug  begin  verderprepost
[p. 211]

[23]

Tegen tien uur wentelt Dacka zich het bed uit en hijst zich langzaam overeind. Hij is zo stijf als een paal. Moest hij niet naar het kantongerecht, dan was hij vandaag blijven liggen. Behoedzaam verkent hij zijn lijf om te zien, welke scharnieren nog zonder pijn werken. Het gevoel doet hem denken aan de ochtend na de dag, dat hij voor het eerst sedert lang weer heeft paardgereden.

Paardrijden! Waar is die goeie tijd gebleven? Hoelang heeft hij al geen fatsoenlijk paard meer tussen de knieën gehad?

In de spiegel beziet hij het smalle gezicht met de strakke, rechte lijnen en vlakken. Zijn grote mond splijt in een sterke lach, doch hij komt snel tot bedaren, want nu raspt er een stuk prikkeldraad op en neer in zijn rag.

‘Zo'n fikse, ferme wolk van een jongen!’ mompelt hij. ‘Ik zàl hem krijgen.’

Tegen elf uur sleept hij zich naar het kantongerecht en bij de ingang botst hij bijna tegen een confrère.

‘Bonjour Dacka! Hoe gaat het?’

‘Voorzichtig rangéren,’ zegt hij ernstig, strompelt de trap op en staat daar tegenover den Kantonrechterplaatsvervanger Mr. Dr. Karel van der Kalck, den alomtegenwoordige.

‘Dag meneer Dacka!’ Hij is steeds de eerste, als het op vriendelijkheidjes aankomt. ‘Wat scheelt eraan? Slecht ter been?’

‘Meneer de Kantonrechter!... Nee, ik heb 't in m'n lenden!’

[p. 212]

‘Toch geen rheumatiek?’

‘Rheumatiek ligt ver boven mijn stand. Kan ik niet betalen.’

‘Over stand gesproken: u moet niet zo min doen over uw voorouders... De Dacka's waren zeer aanzienlijke mensen en hebben in Brabant een belangrijke rol gespeeld. Al in zestien honderd vijftig is er een Dacka baljuw van Hagenburg. In alle archieven van Brabant vind je ze terug als hoge regeeringsambtenaren, bij de rechterlijke macht en als notarissen. Oorspronkelijk komen ze waarschijnlijk van Dachau... Wist u dat niet?’

‘Jawel, maar ik verbaas me, dat u het zo goed weet... 'k Wist niet, dat u ook al aan genealogie deed. Overigens ben ik de laatste van het huis Usher en kunnen we afspreken dat het roemruchte geslacht lelijk in deconfiture is. Als de kerels nou zo verstandig waren geweest om bijtijds Rooms te worden... Maar nee! Als ik me zelf naga, schijnen ze allemaal even eigenwijs te zijn geweest.’

Van der Kalck stoot enkele zachte, neutrale geluiden uit en stapt van het gevaarlijke onderwerp af.

‘Wat ik zeggen wil: gaat u van faculteit veranderen?’

‘??!!’

‘Ik zie u zo vaak in de auto van doctor Vlimmen, dat ik al ging denken, dat u het vak aan 't leren was.’

Dacka heeft onmiddellijk zijn voelhorens uitstaan. Hij voelt den Zwijger op de juiste zwaarte aan... Over Vlimmen wou je 't hebben? Die is dus ter sprake geweest, natuurlijk voor de benoeming aan het slachthuis... Wacht, ik zal je helpen:

‘O ja! Ik vind het een zeer interessant bedrijf en niemand, buiten de lui van het vak, weet er iets van. Vlimmen weet bovendien alles op een smakelijke manier uit te leggen... Neemt het geweldig serieus op.’

‘Ja, ik hoor, dat hij bizonder goed staat aangeschreven als veearts.’

[p. 213]

Dacka is iemand, die reageert op het flauwste drukje .. Als veearts, als veearts?... Er is geroddeld! Dan met grote, starre oogen en wenkbrauwen die haast springen, zo strak staan ze:

‘Hij is een van de weinige menschen in Dombergen, waarvoor ik respect heb.’ Hier voelt hij zijn gekwetste ribben en vindt zichzelf geestig zonder het te bedoelen. ‘Die man studeert, houdt zijn spullen bij, werkt hard en maakt geen praatjes’... (Nu even remmen)... ‘Het enige wat hij mankeert, is een beetje groter idee over zichzelf.’

‘Noemen ze dat tegenwoordig niet minderwaardigheidscomplex?’

‘Als Vlimmen zijn eigen werk doet, weet hij precies wat hij waard is. Maar daarbuiten heeft hij het zeer zeker, zoals wij allemaal ongeveer; is 't niet?... Wordt ons op de universiteit grondig ingeheid. Juist de lui, die er vrij van zijn, moet je in de gaten houden...’

De plaatsvervangende kantonrechter blijft nog wat.

‘... Onze normale zogenaamde intellectueel kan op school precies genoeg leren om te ontdekken, dat hij heel weinig weet. Als hij dan zijn best blijft doen, brengt hij 't verder. Ik bijvoorbeeld heb ruimschoots de tijd en probeer in alle bescheidenheid iedere dag nog wat bij te leren. Soms heb ik nog het vage idee, dat ik toch wel het een en ander weet, maar ik geef de moed niet op en hoop, dat nog eens de grote dag zal aanbreken, waarop ik voor de spiegel kan gaan staan en zeggen: Floras Dacka, je weet niets!’

Van der Kalck krijgt er werkelijk plezier in.

‘Als je hier in Dombergen op een of andere vergadering komt,’ gaat Dacka verder, ‘hoor je de eerste de beste vrijgestelde met een grote stem even een vraagstuk oplossen, waarover u en ik in alle omstandigheden onze

[p. 214]

mond zullen houden. Dergelijke lui zijn ons een stuk vóór.’

‘Ja,’ lacht Van der Kalck berustend. ‘Charlatanerie is steeds een lonend bedrijf geweest en dat zal zo nog wel een poosje blijven.’

Als hij afscheid heeft genomen van Dacka en langs het parket loopt, denkt hij toevallig aan het nieuwe gemeenteraadslid Van Heusden en gaat even binnen. Langs een omweg en zonder dat de klerken iets bepaalds er achter kunnen zoeken, laat hij zich de dossiers geven... Juist! O.M. contra Van Heusden... Dromerig en verstrooid slaat hij hij het even open...

... verscheen voor mij... Doctor Johannes Maria Vlimmen, Rijkskeuringsveearts wonende ie Dombergen...

Zo-zo! Dat noemen we Jan Durf! Johannes Maria Durf... Er is nog geen dagvaarding. Zou de ambtenaar willen schikken? Nee toch! Zo'n zaak komt zelden voor en hoort dus op de zitting thuis. Misschien zit de jonge Bosch van Brekenweerdt er een beetje tegenaan te kijken, maar hij kan toch modellen van oude zaken vinden!... Van der Kalck zal het in de gaten houden, een woordje plaatsen en een handje toesteken, als 't nodig is. Rekken kan voorlopig geen kwaad, maar de doofpot is hier niet de aangewezen methode...

Hij onderdrukt bescheiden een geeuw, laat het dossier dichtvallen en legt het kwasi-verstrooid en spelenderwijs zó precies tussen de stapel, dat de klerken niet meer kunnen nazoeken, in welk dossier hij zijn neus gestoken heeft. Voor alle zekerheid kijkt hij nog enkele andere in, die hem in 't geheel niet interesseren.

prepostterug  begin  verder