Nu moet het treffen, dat de wethouder Van der Kalck juist een dossier heeft aangelegd over de benoeming van een onderdirecteur aan het slachthuis.
Het wordt nu zoetjesaan tijd, vindt hij, en onze beste Dirksen heeft me daar weer eens 'n brief geschreven!... Wie zo'n onbeheerste lofzang, zo'n staalkaart van veterinaire en burgelijke deugden onder de ogen krijgt, wordt achterdochtig, of krijgt het land aan een phenomeen, als ‘Vlimmus’ wel moet zijn. En wie Dirksen niet beter kent, zou gaan denken, dat hij ervoor betaald is. Dit is weer eens een van die markante staaltjes van trop-dezêle, die juist de omgekeerde uitwerking hebben. Als Dirksen nu kort en goed schreef: ‘Ik heb Vlimmen in het gebruik leren kennen en probeer alsjeblieft niet een beteren te vinden’, zou hij indruk maken. Maar nu moet je dat zien: Onovertroffen toewijding! Uiterste nauwgezetheid! Een schat van ervaring! Zeldzaam wetenschappelijk en practisch inzicht! Hosannah in den hoge! Besluitvaardigheid (mooi woord) en doortastendheid... Dan volgt er een soort recensie van het proefschrift, een hele grote boterham, waarvan niemand in Dombergen één syllabe begrijpt, maar dàt is niet zo stom, maakt altijd indruk... Aan het slot komt de fraaie uitdrukking ‘100%’, waarvan hij altijd een rilling krijgt, en wel drie keer op een rij, dat maakt samen 300%. Er is 100% werkkracht langs hier, 100% betrouwbaarheid langs daar...
N'en jettez plus!...
Nu is het alleen maar jammer, dat ‘schoonzoon Treeborg’ en de rest van de Huybrechts-beweging er hun neus tussen gestoken hebben, want nu is het zaak om aan de veilige kant te blijven en sollicitanten op te roepen. Het is wel zonde van de dure advertentie's, want zó kunnen ze niet solliciteren, of Vlimmen wordt benoemd, wanneer Karel van der Kalck nog iets te zeggen heeft... Belachelijk, al die bombarie over een benoemingkje van 'n 3600 gulden, dat niets anders is dan de bevestiging van een bestaande toestand en dat op de begroting maar een paar gulden verschil maakt. Maar hij voelt er niets voor om in de raadzitting door of van wege de clan-Huybrechts op de vingers te worden getikt over ‘beknibbelen’ van de bevoegdheden van de raad en meer van die geleerde uitdrukkingen. Want o, die mooie, dikke woorden! Hij weet precies hoe gevaarlijk ze kunnen zijn... ‘Besluitvaardigheid’ is er zo eentje. Als er een zegt: ‘B. en W. zijn in deze te besluiteloos geweest’, zit iedereen te geeuwen. Maar als hij zegt: ‘B. en W. hebben in deze blijk gegeven van gebrek aan de nodige besluitvaardigheid’, komt het in de krant... Raadsleden komen naar de vergadering, gewapend met een uitdrukking, die klinkt, zoals ‘asociaal’, of ‘pejoratief’, of - wat ook al gebeurd is - ‘een centra’, omdat een centrum al zo afgezaagd is... Laatst kwam er een aanzetten met iets heel moeielijks en hij moest er drie keer op aanleggen: ‘oron... onorsaniga... onorganisatorisch!’ Het wàs eruit en hij keek fier naar het perstafeltje. Maar het stond in de krant en de anderen waren zo jaloers, dat de eerstvolgende maanden in Dombergen geen nieuwe straatlantaarn kon worden geplaatst, of 't was onorsaniganitorisch... Bij dit onnozele slachthuisbaantje-voor-halvedagen zouden ze in staat zijn om te gaan smijten met ‘détournement de pouvoir’, of ‘usurpatie van rechtsmacht’, of zelfs met ‘dictatuur’.
Merci!
Bedachtzaam schrijft hij het concept van de dure advertentie, die in alle grote kranten moet verschijnen... Dan ziet hij in zijn agenda, dat hij Stein moet opbellen over de ontzetting uit de ouderlijke macht van die lui uit het woonwagenkamp, die een meisje van zeventien jaar aan 't prostituëren zijn.
Als het gesprek geëindigd is, vertelt de oude heer terloops ‘hoe we er in Dombergen op vooruitgaan’...
Het duurt enkele ogenblikken, voordat Van der Kalck het nieuws verwerkt heeft... Want dàt is nieuws! Het eerste geval onder de betere burgerij, sinds hij voorzitter is van de Voogdijraad. Voor Dombergen een kluif je om van te watertanden! Die man is er geweest... Maar iemand, die tot zo'n waanzinnige stommiteit in staat is, verdient ook niet beter... Dus die 100%-enzovoortmeneer wordt ten slotte tòch geen onderdirecteur, voor zover hij de diverse mentaliteiten in de raad kent. Uitgesloten. Foei, wat een uil! Zou Dirksen al weten, hoe komiek hij nu is met zijn hallelujah-brief?...
Opeens krijgt Karel van der Kalck het land... Die Huybrechtsen boeken nu toch wel een erg goedkoop succes en dat is iets, wat ze niet gemakkelijk te boven komen; ze worden er maar veel te overmoedig van... Hij is volstrekt niet Huybrechts-achtig aan zijn hart en die Vlimmen leek hem tot dusver een zeer geschikte jongen, die hem bovendien - ofschoon onbewust - een prachtige dienst heeft bewezen met dien paarsen slager uit de raad te wippen. Ja, dat was toen haast te mooi: Na de veroordeling voor zo'n lelijk zaakje, dat door de goede zorgen van de Dierenbescherming in alle grote en kleine kranten kwam, met het kwaadaardige requisitoir van den Officier voluit erbij, was het niet moeielijk den geestelijken adviseur van de middenstandsorganisatie even aan het werk te zetten en deze heeft
langs het bestuur van het gilde der slagers meneer Van Heusden aan het verstand gebracht, dat hij nu toch eigenlijk niet meer ‘de aangewezen persoonlijkheid was om het aanzien van de slagers in de gemeenteraad te verhogen.’ De jonge Roels van de socialistische fractie is een vlugge knaap, die geestig uit de hoek kan komen, en hij zou met een dergelijken middenstandsafgevaardigde korte metten hebben gemaakt, vooral wanneer Van Heusden iets op het slachthuis mocht hebben af te dingen. Want Karel de Zwijger weet natuurlijk weer precies, hoe de verhoudingkjes in elkaar steken: Roels is getrouwd met een meisje, dat bij de Vlimmens gediend heeft en hij kwam daar zelfs vrijen in de keuken. De vriendschappelijke verhouding schijnt na het huwelijk te zijn voortgezet, want Roels heeft onder leiding van Vlimmen verschillende keren het slachthuis bezichtigd, hij weet er werkelijk iets van en spreekt vol bewondering over de directie. Nu heeft de rode fractie wel niet zo veel te betekenen, maar Van der Kalck kan het toch helemaal niet onplezierig vinden, dat zelfs een lid van de oppositie gereed staat om het bijltje op te nemen voor zijn slachthuis... Mijn hartje, wat wil je nog meer?
Dus voor ‘den knapsten slager onder de raadsleden’ zat er niets anders op dan zich geruisloos terug te trekken en zo zit de architect Elshout weer gezellig op zijn oude plaatsje, waar Van der Kalck hem zo graag ziet, omdat hij onder alle omstandigheden op hem kan rekenen.
En als nu die advertentie geplaatst wordt, kornt er over een maand of wat een splinternieuwe onderdirecteur, waarvan alleen bekend is, dat hij in Dornbergen de nodige stemmen bijeen heeft weten te ronselen. O, het zal wel een prachtexemplaar zijn, als je de aanbevelingen leest, maar zal Dirksen met hem kunnen opschieten? Zou hij raadsleden verbaliseeren, nog voordat hij gekozen is? Zou hij zijn eigen klanten, die knoeien met het vee-
fonds, in hun hemd durven zetten, zoals dat gebeurd is met Pirke Moens, die honderdduizend rijksdaalders heeft getrokken voor zijn grond?... Zoveel toupet had nou die Vlimmen, zie-je, en ga ze zo maar eens zoeken... 't Is zonde voor God, maar niets aan te doen. Tegen een stommiteit van dàt formaat is geen Karel van der Kalck opgewassen.
Hij speelt met het papier, waarop hij de advertentie geredigeerd heeft... Het Bestuur der Gemeente Dombergen roept sollicitanten op... Hij hoeft nu alleen nog maar den klerk te bellen en de zaak is beslist. Geen andere uitweg... Vlimmen is voorgoed uitgeschakeld...
Maar hij is warempel niet in staat zijn hand op te heffen naar het zilveren belletje, dat boven zijn hoofd bengelt... Voelt er trouwens nooit veel voor om zich voetstoots gewonnen te geven. Die Huybrechtsen... Heel de kwaadaardige ruzie moet zijn aangekomen over de somma van vijf gulden voor de behandeling van een hond. En meneer is aangeslagen voor een inkomen van om en bij de vijftig mille... Wacht even! De dienst aan het slachthuis loopt al zoveel jaren op deze manier, en goed! Waarom zo'n haast? Dirksen zal heus niet op zijn dwaze brief terugkomen, nu dit gebeurd is. Die advertentie is nog door niemand gezien... En het spreekt, dat De Zwijger heeft gezwegen over zijn plannen...
De advertentie wordt behoedzaam in kleine stukjes gescheurd. De brief van Dirksen gaat met het nieuwe dossier en al in een kastje van de schrijftafel achter slot.
‘Wait and see’, fluistert hij voor zich heen en dan neemt hij het ontwerp-begroting van de electriciteitsfabriek ter hand.