terug  begin  verderprepost
[p. 99]

Verklaringen en aantekeningen

[p. 101]

Blz. 10
Chapala-meer in Mexico bij Guadalajara.

 

Blz. 15
Halikibe-sociale club.

 

Blz. 15
Poelepantje-brug in Paramaribo, die vroeger de grens was tussen de stad en het platteland.

 

Blz. 15
torimans-zaden die blijven kleven.

 

Blz. 15
pondo-naam van een vlieger die op een speciale manier geplakt is.

 

Blz. 15
kalibade-naam van een vlieger die op een speciale manier geplakt is.

 

Blz. 15
voenvoens-het geluid van vliegerpapier dat in franjes is geknipt.

 

Blz. 16
Pagwafeest-nieuwjaarsfeest van de hindoes, waarin de ontwaking van de natuur wordt verzinnebeeld.

 

Blz. 16
houwer-groot kapmes.

 

Blz. 16
De Kom-Cornelis Gerard Anton de Kom; kwam op voor vergeten groeperingen; schrijver van Wij slaven van Suriname.

 

Blz. 16
oen soetoe dan-schieten jullie dan.

 

Blz. 16
kwim-boot-boot van de maatschappij die de verbinding onderhield tussen Nederland en Suriname.

 

Blz. 17
blavoortje-blauw vogeltje.

 

[p. 102]

Blz. 17
flamboyant-boom met grote rode bloemen.

 

Blz. 17
goejave-vrucht.

 

Blz. 18
lemmetje-citrusvrucht die op een kleine citroen lijkt.

 

Blz. 18
birambi-zure vrucht.

 

Blz. 23
franchepane-plant met witte bloesems.

 

Blz. 35
Mira nubianan ta kore bai pabau-Kijk naar de wolken die voorbijdrijven.

 

Blz. 35
Tepalka-verwijzing naar Tip Maruggs roman In de straten van Tepalka.

 

Blz. 35
een jonge vreemdeling op aarde-verwijzing naar de roman Een vreemdeling op aarde van de Antilliaanse auteur Boeli van Leeuwen.

 

Blz. 35
Hulio Perrenal-waarschijnlijk doelt René de Rooy hier op Jules de Palm, zijn beste vriend uit die tijd. Hij schreef korte verhalen in het Nederlands, liedjes in het Papiamentu, vertaalde Shakespeares Midsummernight's Dream en stelde bloemlezingen uit de Antilliaanse literatuur samen.

 

Blz. 36
Ja Charles-bedoeld is Charles Corsen, Antilliaans dichter die veel in De Stoep publiceerde. De regel ‘en ik heb niet...’ verwijst naar het gedicht ‘Met de tijd’ van Corsen, dat eindigt met: ‘ik was zo vol liefde, ik was zo vol lust dat | ik braakte in haar gezicht: in plaats van een kus’.

 

Blz. 36
tiru-god.

 

[p. 103]

Blz. 37
Ruiz Vidal-waarschijnlijk Luis Daal, Antilliaans dichter die in het Papiamentu en het Spaans schrijft; Na ora oradu (Te juister stonde) is een bloemlezing uit zijn werk met Nederlandse vertalingen.

 

Blz. 37
Ramón Lafour-waarschijnlijk Pierre Lauffer, de Antilliaanse dichter die als de beste Papiamentstalige dichter wordt beschouwd.

 

Blz. 37
O laman yen di misterio / den bo olanan skondé / kon mi por komprondé / bo gran imperio...-O zee, vol van mysterie in je golven verborgen, hoe zou ik je groot rijk kunnen doorgronden.

 

Blz. 38
rots der struikeling-verwijzing naar de gelijknamige roman van Boeli van Leeuwen.

 

Blz. 38
un baranka di lealtad-een rots van loyaliteit.

 

Blz. 38
geen dorstig paradijs-verwijzing naar de roman Dorstig paradijs, een sterk anti-Curaçaose roman die Jo van Ammers-Küller onder het pseudoniem Andriaan Hulshoff schreef.

 

Blz. 38
onbewolkt bestaan-variant op de titel Bewolkt bestaan, een roman van Cola Debrot (Meulenhoff Editie 531).

 

Blz. 38
Urbina en zijn mannen-René de Rooy verwijst hier naar de overval van de Venezolaanse rebellenleider Urbina, die in 1929 Fort Amsterdam wist te overmeesteren en het wapenarsenaal buitmaakte. Om zich van een veilige aftocht te verzekeren nam hij de gouverneur als gijzelaar mee tot het Venezolaanse vasteland. Het gebeuren wekte internationale opschudding en betekende een blamage voor Nederland.

 

[p. 104]

Blz. 39
Brion-Curaçaoenaar die een grote rol speelde in de onafhankelijkheidsoorlog van Venezuela; opperbevelhebber van de vloot, kapitein-generaal van het leger; naaste medewerker van Simón Bolívar.

 

Blz. 39
funchipot-de pot waarin de maïskoek wordt klaargemaakt.

 

Blz. 39
de eerste gebaarde bruine rechtsgeleerde: mr. dr. M.F. da Costa Gomez, die door zijn volgelingen absoluut werd vereerd; speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Statuut.

 

Blz. 39
handelsblad-verwijzing naar het nu nog bestaande dagblad Beurs- en Nieuwsberichten.

 

Blz. 39
makamba-Hollander.

 

Blz. 39
Awor bo hanja! bai den konjo bo mama!-Nu heb je het gehad, loop naar je moerskont!

 

Blz. 39
tumba-Antilliaanse dans met Zuidamerikaanse inslag.

 

Blz. 39
tambú-Antilliaanse dans met Afrikaanse inslag.

 

Blz. 40
Pierre Chateau-dr. Petrus A. Kasteel, gouverneur van de Nederlandse Antillen van 1942 tot 1948.

 

Blz. 40
De gevel-verwijzing naar De Stoep, het enige Nederlandstalige literaire tijdschrift dat gedurende de oorlog verscheen.

 

Blz. 41
Andrés-niet duidelijk wie René de Rooy bedoelt; de mogelijkheid bestaat dat hij hier zichzelf mee bedoelt, gezien

[p. 105]

het feit dat hijzelf onder het pseudoniem Andrés Grimard publiceerde.

 

Blz. 41
Sehu-is het tijdschrift Simadán, waarvan René de Rooy medeoprichter en redacteur was. Het beleefde twee afleveringen.

 

Blz. 42
Jackson (Small)-waarschijnlijk Jacques Smeulders, Surinamer die al jarenlang op de Antillen woont, auteur van Gele vlinders.

 

Blz. 45
Nestor (Piar)-waarschijnlijk Cola Debrot, Antilliaans auteur-arts-jurist-politicus-diplomaat.

 

Blz. 46
harí di punteanchi-lachen als een hoer, vrijuit lachen.

 

Blz. 46
Wana, stop bo koiloko, sigi traha!-Wana, hou op met je gekkigheid, werk door!

 

Blz. 46
Mi ta dal, dal, pa mi kaba lihé!-Ik doe het kalmpjes aan tot ik klaar ben!

 

Blz. 46
Diolibra, mi mes ta bai ku senyora-God vergeef me, maar ik ga zelf mee met mevrouw.

 

Blz. 46
fresku-brutaal.

 

Blz. 46
knoek-platteland.

 

Blz. 46
ranchera-Mexicaanse smartlap.

 

Blz. 47
amplifier-versterker.

 

Blz. 47
jonkuman-jongeman.

 

[p. 106]

Blz. 48
de nieuwe macamba Bert Engelman-waarschijnlijk Chris Engels, die zijn gedichten publiceerde onder het pseudoniem Luc Tournier.

 

Blz. 48
Chal en zijn vriend-Charles Corsen en Tip Marugg, die destijds onafscheidelijk waren. Tip Marugg is Antilliaans auteur van poëzie (Afschuw van licht) en proza (Weekend-pelgrimage, In de straten van Tepalka).

 

Blz. 52
repertoire van liederen in de landstaal-zie ‘Julio Perrenal’ in de beknopte bio- en bibliografie.

 

Blz. 52, 53
Kiko bo t'hasi akibanda etc.-Wat doe je hier?(...) Ik ben je komen opzoeken. (...) Ga zitten kerel.

 

Blz. 54
Heuvelpiek-verwijzing naar Scherpenheuvel, een klooster op Curaçao van de fraters van Tilburg.

 

Blz. 58
Mundu ta chikí, nos ta bolbe wete otro-De wereld is klein, we zullen elkaar weer ontmoeten.

 

Blz. 58
anglo-bloem.

 

Blz. 58
Lucebert Turner-waarschijnlijk Luc Tournier, pseudoniem van Chris Engels, redacteur van De Stoep.

 

Blz. 58
die stille plantage-verwijzing naar De stille plantage, roman van de Surinaamse auteur Albert Helman.

 

Blz. 58
gyambo biew-ouwe okers (vruchten).

 

Blz. 58
Manon Pincón-waarschijnlijk Nicolas Piña, Antilliaans dichter, mede-oprichter van Simadán.

 

[p. 107]

Blz. 58
salinja-zoutpan.

 

Blz. 61
watramama-geest van de stroomversnelling.

 

Blz. 62
ont-regeld-‘regelen’ heeft in Suriname de betekenis: iemand door protectie aan een betere positie helpen.

 

Blz. 62
kankantri-grote boom.

 

Blz. 62
dram-soort jenever.

 

Blz. 62
ganja-wied-hennep.

 

Blz. 65
konyo-Antilliaans equivalent voor ‘lul’, echter het vrouwelijk geslachtsdeel noemend.

 

Blz. 65
pola-kut.

 

Blz. 66
Riko van Vught-waarschijnlijk Rudi Kross, Surinaams dichter, werkte als redacteur bij het Algemeen Handelsblad.

 

Blz. 67
Rudi Richter-waarschijnlijk Rudi Kappel, Surinaams piloot die in 1959 bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam.

 

Blz. 67
Karel Goedhart-waarschijnlijk Erwin de Vries, Surinaams kunstschilder en beeldhouwer; maakte het beeld van De Ojeda bij de monding van de Suriname-rivier.

 

Blz. 67
een klinkende naam-‘Tongoni’.

 

Blz. 68
de zwijgzame Sonja-waarschijnlijk Barbara Stephan; was eerst beeldhouwster, publiceerde de bundel Een ruiker in krantepapier.

 

[p. 108]

Blz. 71
makka-zeer giftige slang.

 

Blz. 73
Ba Joesoe-waarschijnlijk Johan Adolf Pengel, Surinaams politicus; van 1963 tot 1969 premier.

 

Blz. 73
koeparie-teek.

 

Blz. 74
in een geschonden graf-een jaar na Pengels overlijden is zijn graf opengebroken en hebben onbekenden zaken uit de kist ontvreemd. Het gerucht wil dat dit gebeurde om zwarte magie te bedrijven.

 

Blz. 77
Verrooy-verwijzing naar Bos Verschuur, de man die de vorige staking teweegbracht om dezelfde argumenten als De Rooy hier gebruikt.

 

Blz. 78
30 mei-3o mei 1969, toen arbeidsonlusten op Curaçao uitliepen op plunderingen en brandstichting op grote schaal.

 

Blz. 79
que nos maten-dat ze ons doodmaken.

 

Blz. 82
staking-onderwijsstaking in 1973, die bijna drie maanden duurde en die grote onrust tot gevolg had, waarbij één dode en een onbekend aantal gewonden vielen.

 

Blz. 84
mamadam-plek in het bos.

 

Blz. 85
Bram Terheggen-waarschijnlijk dokter George Hagens, een fel tegenstander van de toenmalige regering Sedney.

 

Blz. 90
B. Arpoes-waarschijnlijk de Surinaamse dichter en politicus Robin Ravales, die onder het pseudoniem R. Dobru schrijft. Publiceerde in het clo-bulletin een aanval op René de Rooy.

 

[p. 109]

Blz. 90
Geef het land nog niet over-regel uit het gedicht ‘Dagorder’, dat René de Rooy onder het pseudoniem Marcel de Bruin had gepubliceerd.

 

Blz. 94
loirie-luiaard.

 

Blz. 94
awarie-vogel die kippen rooft.

 

Blz. 94
bilharzia-moeras-moeras waarin de bilharzia-ziekte heerst: een diertje kruipt via de huid in de organen.

 

Blz. 96
Luku mi ede-mi ta tja hem na hei!-Kijk naar mijn hoofd-ik heb het trots geheven.

 

prepostterug  begin  verder