Over Rotgans bestond tot voor kort vrijwel geen literatuur. Halma's biografie is te vinden in de verzamelbundel van Rotgans' Poëzy (1715, tweede druk 1735). In Halma's Tooneel der Vereenigde Nederlanden (deel I, Leeuwarden, 1725) wordt uitvoerig over Rotgans gehandeld. Het daar gereleveerde is nog nimmer in de studie van Rotgans' werk betrokken. Dat Halma kritisch moet worden gebruikt is aangetoond door Mevrouw A.M.C. van Schaik-Verlee in haar studie ‘Rotgans' leven op de keper beschouwd’ in het W.A.P. Smit-nummer van De Nieuwe Taalgids (Groningen, 1968), blz. 87-93; voor de biografie van de dichter van fundamenteel belang. Over Rotgans' buitenplaats Kromwijk vgl. J.W. Niemeyer, ‘Varia Topographica V. The Cromwijck mansion by Isaac de Moucheron’ in Oud-Holland 87 (1973), nr. 1, blz. 57-60.
Kloos nam in zijn Daad van Eenvoudige Rechtvaardigheid (Amsterdam, 1909) een hoofdstuk over Rotgans op. Van Effen en Knuvelder zijn al in de Inleiding (tweede paragraaf) genoemd; het is vooral aan de laatste te danken dat Rotgans weer voor het voetlicht is verschenen.
Over Wilhem de Derde vergelijke men H.J.A.M. Stein, Boileau en Hollande (diss. Amsterdam; Nijmegen-Utrecht, 1929), blz. 89-91; W.A.P. Smit, ‘Iets over het derde boek en over de bronnen van Antonides' Y-stroom’ (NTg 48, 1955, blz. 193-198); M.E. van Slooten, ‘Waarschijnlijkheid en wonderbaarlijkheid in Rotgans' epos Wilhem de Derde’ (NTg 63, 1970, blz. 187-197). Een uitvoerige analyse van het epos geeft W.A.P. Smit in het zojuist verschenen eerste deel van zijn Kalliope in de Nederlanden. Het Renaissancistisch-klassicistische epos van 1550 tot 1850 (Assen, 1975), blz. 245-246 en 706-762.
Voor de Boerekermis moge ik verwijzen naar mijn editie en de daarin opgesomde literatuur (Lukas Rotgans, Boerekermis, Gorinchem 1968). Een bespreking van deze uitgave door Jan H. Cartens, ‘Een kermis in alexandrijnen’, in Raam no. 59-60 (blz. 49-50).
Rotgans komt als ‘hofdichter’ ter sprake in P.A.F. van Veen, De soeticheydt des buyten-levens, vergheselschapt met de boucken. Het hofdicht als tak van een georgische litteratuur (diss. Leiden, Den Haag, 1960).
Van mijn hand is een artikel ‘Een gedicht van Rotgans over een onbekende preek van Witsius’ in het Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis 45, 1962, blz. 113-117.
Over de regels van het Frans-klassicisme is bijzonder verhelderend René Bray, La formation de la doctrine classique en France (Parijs, 1957), waaraan ik veel te danken heb. De invloed van de Franse tragedie in Nederland kan men bestuderen uit: Chr. Schooneveldt, Over de navolging der klassiek-fransche tragedie in nederlandsche treurspelen der achttiende eeuw (diss. Groningen, Doetichem 1906); J. Bauwens, La tragédie française et le théâtre hollandais au dix-septième siècle. I. L'influence de Corneille (thèse Paris, Amsterdam 1921); Mej. S. Geleerd, Les traductions hollandaises de Racine au XVIIe et au XVIIe siècles (diss. Amsterdam, Zutphen 1936). G. Kamphuis schreef over ‘De ondergang van de rei in het Nederlandsche treurspel’ (NTg 40, 1947, blz. 8-13 en 62-69).
Een negentiende-eeuws oordeel over Rotgans' spelen kan men aantreffen bij P. van Limburg Brouwer, Verhandeling over de vraag: bezitten de Nederlanders een nationaal tooneel met betrekking tot het treurspel (Rotterdam, z.j.), blz. 49-53.
Mijn eerste editie van Eneas en Turnus is o.a. besproken door G. Kazemier in NTg 54, 1961, blz. 223-225 en door Martien J.G. de Jong in Spiegel der Letteren 3, blz. 309-311. Deze recensies bevatten belangrijke aanwijzingen voor diepergaande studie. Diepgaand is in het bijzonder het tweetal artikelen van G.A. van Es, ‘Rotgans' Eneas en Turnus’ (TNTL 78, 1961, blz. 282-316) en ‘De Scilla van Rotgans’ (TNTL 83, 1966, blz. 173-195). In
hetzelfde jaar als het laatste artikel verscheen een door mij bezorgde editie van Scilla (Zwolle, 1966), besproken door N. Wijngaards in NTg 60, 1967, blz. 268-270. Op Van Es' eerstgenoemde artikel heb ik gereageerd in ‘De schroomvallige meisjes van Rotgans’ (NTg 58, 1965, blz. 366-373).
Samenvattend is het artikel over Rotgans in de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur; het is van de hand van W.J.C. Buitendijk.