412Om my te paaren: deze bijzin heeft betrekking op de voorafgaande regel; men denke vóór moet in regel 412 het woordje zo uit regel 411.
426Kamille: bij Vergilius is Camilla de dappere aanvoerster der Volsci, die Turnus te hulp komt en in de strijd sneuvelt (Aeneïs, XI); echter geen vriendin van Lavinia.
459dat onbepaalt vermogen: die oneindige macht, nl. het noodlot.
463-5Indien die minnaar (Turnus) ter wille van zijn liefde voor u zou sneuvelen, zoudt gij dan als minnares - en niet als bloedverwant (regel 462) - zijn ongeluk beklagen; of ... zoudt gij liever Eneas als overwinnaar uit de strijd zien komen?
591wagenstoel: stoel waarop de hoogste Romeinse magistraten bij het uitoefenen van hun functie zaten; een van de tekenen van hun waardigheid; werd wel als geschenk aan uitheemse vorsten aangeboden.
633myn schat: de kostbaarheden die Eneas uit Troje heeft meegevoerd om elders een nieuw Troje te stichten; daaronder bevinden zich de ‘vaderlyke Goôn’ (de huisgoden van zijn vader en zijn geslacht) en de tekenen van Priamus' koninklijke waardigheid; in het zorgen voor deze voorwerpen toont Eneas zijn ‘vroomheid’.
634den ouden Priaams kroon: de kroon van de oude Priamus.
635dat: wat; onder 't blaaken: bij de brand van Troje.
726vrou Helenaas gemaal: Menelaüs, koning van Sparta; toen Paris Helena had geschaakt en naar Troje gevoerd, riep Agamemnon, Menelaüs' broeder, alle Griekse vorsten op om tegen Troje ten strijde te trekken.
729-30Bij zijn thuiskomst werd Agamemnon door zijn vrouw, Klytemnestra, en haar minnaar vermoord.
731Ulysses: Odysseus, een der Griekse helden voor Troje, die pas na jaren van omzwerven bij zijn vrouw Penelope op het eiland Ithaca terugkeerde.
746Sinon: Griek, die de Trojanen wist over te halen het paard van Troje in de stad te brengen; hij is het prototype van Vosmeer de Spie in Vondels Gysbrecht van Aemstel.
758vader Faunus: vgl. de aantekening bij regel 80.
759maakt my in myn woordt verlegen: brengt mij met mijn belofte in verlegenheid.