terug  begin  verderprepost
[p. 70]

Derde bedryf

Eerste toneel

Amate, Julia
julia
 
O Ja, vorstin, ik zag Eneas herwaarts treeden
 
Door 's konings lyfwacht heen.784
amate
 
Hoe wordt myn hart bestreden,
785
Gepynigt door zyn komst! gy ziet uit myn gelaat,
 
Getrouwe Julia, de werking van den haat.
 
Vervaarlyk nachtgezigt! ô spook, dat myne zinnen787
 
Verbystert! helsche slang, die my ontrust van binnen!
 
O nooit gehoorde droom! hoe ver vervoert gy my
790
Van 't spoor der rede door een vreemde razerny!
 
O nacht! die myn verstandt verduisterde, als de straalen
 
Der uitgediende zon, die voor uw schaduw daalen;
 
Verdryf den middag, rys met sneller vaart om hoog,
 
En maak myn vyandt nu onzigtbaar voor myn oog.
795
Verberg den moorder, die myn vorstelyke neeven795
 
En bloetverwanten door zyn sabel bragt om 't leven.
 
Zy schreeuwen om de wraak, en toonen my de borst,
 
Met wondt op wondt doorboort van drabbig bloet bemorst.
 
Latynsche schimmen rust, ik zal uw lykasch wreeken,
800
En met myn dolk uw beul voor 't echtaltaar doorsteeken;
 
Indien Latinus keur, tot spyt van Turnus min,
 
Dit haatlyk huwlyk stemt. ik zal ....802
julia
 
Bedaar vorstin.
 
Hy komt, en zal u best zyn oogmerk openbaaren.
[p. 71]

Tweede toneel

Latinus, Amate, Julia
amate
 
ZAl nu myn dochter met myn grootsten vyandt paaren,
805
En myn getrouste vriendt, gemartelt door den rou,805
 
Elendig quynen om die dodelyke trou?806
 
Is dit de hoop, die gy my heden hebt gegeeven?807
 
Ik dacht Lavinia zal nu met Turnus leeven:
 
Maar deelende in zyn heil, vond ik my zelf misleidt,
810
Door uw belofte en woordt vol dubbelzinnigheidt.
latinus
 
't Is waar, Eneas wil, om 't woeden af te breeken,
 
Dat ik zyn bruiloftstoorts zal in myn hof ontsteeken:812
 
't Gevaar van Latium, alom van bloet begruist,813
 
Door storm op storm geschokt, gebliksemt door zyn vuist,814
815
Verpligt my, voor 't belang der treurende onderdaanen
 
Te waaken, en den weg tot vrede en rust te baanen.
 
Voeg hier 't Orakel van myn vader Faunus by.
 
Wat spelt hy uit deze echt een lange heerschappy,
 
En eindelozen roem, die nimmer zal verdwynen,
820
Maar eeuwig, als de zon, de werelt overschynen!
 
't Gezegent Latium zal uit Eneas zoon
 
Een ry van koningen verwachten op den troon.
amate
 
Dat zal de koningin der Goden nooit gedogen:823
 
Zy heeft de vyantschap te diep in 't hart gezogen.
825
Zo gy dien troudag stemt: uw ryk zal ondergaan,
 
En deze stadt in vier, als eertydts Troje, staan.
[p. 72]
latinus
 
Gy zyt verdoolt. ik weet het hoog besluit der Goden
 
Uit Faunus mondt, die my dit huwlyk heeft geboden.
amate
 
Zal hy, die in ons ryk zo vreeslyk heeft gewoedt,
830
O gruwel! met zyn handt, noch rookende van 't bloet
 
Der eedle maagen, en Latynsche burgerschaaren,
 
Prinses Lavinia geleiden naar d'altaaren?
 
Heeft Faunus in zyn woudt dit echtverbondt gespelt?
 
Vergode vader, zie om laag 't Auzonisch veldt834
835
Bedekt met beenderen van uw doorluchte neeven:835
 
Hoor hoe de schimmen, die ontrust door 't aartryk zweeven,836-7
 
Haar onbegraavene asch beklaagen: vorst, zie neêr,
 
Hebt gy die trou voorzegt, herroep 't orakel weêr.
latinus
 
Hoe tracht gy 't nootlot van de Goden te verzetten?
840
Uw buitensporigheidt zal hunnen gramschap wetten.840

Derde toneel

Latinus, Amate, Lavinia, Julia, Sabine
amate
 
GY nadert ons van pas, myn waarde dochter, om
 
Van uw heer vaders hand van daag den bruidegom
[p. 73]
 
t' Ontfangen, en uw stem tot dit besluit te geeven.
 
De koning heeft alreê de voorwaarde onderschreven.
845
Men wacht alleen naar u. het offer wordt bereidt,
 
Daar u de vreemdeling voor 't echtaltaar verbeidt.
lavinia
 
Wat hoor ik!
amate
 
Maar, ik zie verandring uit de trekken
 
Van uw gelaat. moet ik de minnevlam ontdekken
 
In 't bloozen van uw wang? stemt gy die trou? ô ja!849
850
Dat hadde ik nooit gedacht van u, Lavinia.
lavinia
 
Ach! gy bezwaart myn leet, vorstin, met die gedachten.
 
Ik slyt myn eedle jeugdt in eindeloze klagten;
 
Daar ik, om mynent wil, den fellen oorlogsbrandt
 
In 't hart zie weiden van 't mishandelt vaderlandt.854
855
Ik treur met weduwen en ouderlooze weezen
 
Op 't graf der helden, die in 't bloedig veldt voor dezen
 
Ons blyken gaven van hunne onbevlekte trou.
 
Noch wordt myn ramp gevoedt, door uw verwyt, mevrou.
amate
 
Gy tracht vergeefs voor my die minnevlam t'ontveinzen.
860
Uw oog verraadt uw hart en binnenste gepeinzen.
 
't Vermoeden opent myn gezigt. myn achterdocht
 
Ontdekt de werking van uw' dwaazen minnetogt.
latinus
 
Laat af, Amate, van uw dochters rust te stooren.
amate
 
O neen! zy moet van my de zwarigheden hooren,
[p. 74]
865
Die haar te wachten staan uit die verbintenis.
 
Zo quyt ik myn gemoedt, dat haar genegen is.866
 
Het voegt een moeder voor haar dochter zorg te draagen.
 
In 't huwlyk vindt men heil of eindelooze plaagen.
 
Kom, nader dan myn kindt, en hoor uit mynen mondt,
870
Met wien gy treeden zult in 't huwelyksverbondt.
 
't Gerucht heeft ons voorlang dien vreemdeling beschreven,871
 
Eer hy aan deze kust wierdt door de zee gedreven.
 
Hy past op woordt noch eedt; en zyn geschonde trou873
 
Staat noch gebrantmerkt in het koninklyk gebou,
875
Dat Didoos kunstenaar in 't nieuw Karthago stichtte.875
 
Zy, die door gunst op gunst den weifelaar verpligtte,
 
En dien verwurpeling der golven, pas gelandt,
 
Verwelkoomde in haar hof, in 't hart, op 't ledekant,
 
Daar zy, als echtgenoot, hem streelde uit zuivre liefde,
880
Vervloekte, maar te spâ, den schicht die haar doorgriefde;880
 
Toen hy by nacht, gelyk een rover zonder trou,
 
Karthagoos kust verliet en zyn bedroge vrou.
 
Z'ontwaakt, en mist terstont haar bruîgom, valt aan 't klaagen,
 
En knielt voor 't heiligdom, alleen en zonder maagen.
885
Hier zat Elize, nat bekreeten, dootsch en naar.885
 
De minnevlam ontstak den houthoop op 't altaar.886-8
 
Het Trooische zwaardt, van dien trouloozen haar gegeven,
 
Doorstak den boezem, door 't geschenk berooft van 't leven.
 
Verwekt dat voorbeeldt der verleide koningin,
890
En haar rampzalig eindt, geen afschrik in uw zin?
 
En wilt gy reukloos met dien echtschoffeerder paaren:891
 
Dan zal haar bleeke schim, van bloet bepurpert, waaren
[p. 75]
 
Om 't brandent echtaltaar, ja razende en verwoedt
 
De vlammen blusschen, en met haar gelaarsden voet
895
't Gewyde wierookvat en offerkelk vertreeden.
 
Ik zie den wichelaar met sidderende leden
 
Het woedent spook verbaast ontvluchten van uw zy.897
 
Beef voor myn spelling, beef, ontzinde bruit! en gy
 
Verdoolde koning, die den balling hebt verkoren
900
Tot schoonzoon, ach! wat ramp heeft ons uw keur beschoren!
 
Gaat u de moeder niet ter harte, noch de vrucht,
 
Zo teêr geliefkoost, en geteelt met zucht op zucht!
 
Hoe zal die rover ons Latynsch gewest ontroeren,903
 
Als hy de schoone maagdt zal van den oever voeren
905
Met zyn Trojaansche kiel, en vluchten trouloos heen
 
Naar eene uitheemsche kust, als Paris met Heleen!
 
Dan zullen wy aan strandt, omringt van onderdaanen,
 
Haar volgen met gekerm en uitgestorte traanen:
 
Daar gy, door naberou gepynigt, troostloos treurt,
910
De bleeke handen wringt, en 't ryksgewaadt verscheurt.
 
Met hoe veel vyanden zal dan de koning stryden!
 
Prins Turnus zal u noch bezwaaren in uw lyden,
 
En d'ontrou, hem betoont, verwyten dag op dag.
 
Het volk zal walgen van uw vorstelyk gezag;
915
De trouste gunsteling u hoonen en verlaaten,
 
En, als 't bederf van landt, van vrou en dochter, haaten.
 
Ja vrees u zelf, myn heer, want midden in uw smart
 
Hebt gy de grootste straf te wachten van uw hart?918
 
Gy zult, veroordeelt, daar uw beul en rechter vinden.
latinus
920
't Was Faunus mening niet myn oogen te verblinden.
 
Ik ben gerust, maar gy vervoert door razerny.
[p. 76]
amate
 
O neen! de koningin der Goden spreekt door my.922
 
Noch eens, geef haar gehoor, of vrees ontelbre plaagen.
latinus
 
Dit lastig onderhoudt kan ik niet meer verdraagen.924
925
't Geheim, daar 't heil der kroon aan hangt, is my bewust.
 
Myn geest, door uw gesprek zo lang ontroert, zoekt rust.
 
Bedaar, vorstin, vaar wel.
amate
 
Neen, ik zal u geleiden,
 
En volgen, waar gy gaat. wy zullen zo niet scheiden.

Vierde toneel

Lavinia, Sabine
sabine
 
DE koning zocht zich, maar vergeefs, van haar t'ontslaan.
930
Zy volgt hem naar 't vertrek. hoe zal die zaak vergaan?
 
Uw vader is verpligt, zich heden te verklaaren.
 
Elk poogt den vrede nu t'omhelzen voor d'altaaren,
 
Daar prins Eneas u zal groeten, als zyn bruidt.
 
De burger, lang vermoeit door 't schorre krygsgeluit,
935
Zoekt met een bruiloftstoon het quynent hart te streelen;
 
U heil te wenschen door den galm der maagdekeelen,
 
En palm en rozeblaân te stroojen op de straat;
 
Daar gy, verheerlykt met het witte feestgewaadt,938
 
En losse vlechten, die zich slingren om uw leden,
940
En met een kroon op 't hoofdt, zult naar den tempel treeden.
[p. 77]
lavinia
 
Zou dan Eneas, die, door 't bloedig oorlogsstaal,
 
Op onze nederlaag zyn trotse zegepraal
 
Gesticht heeft; en, gevolgt van zyn Trojaansche helden,
 
De bloem der edelliên versloeg op onze velden,
945
En d'eer ontluisterde van vaders heerschappy;
 
Noch triomfeeren van de gunst der burgery?946
 
Wie heeft u zo misleidt, Sabine?
sabine
 
Uw onderzaaten,
 
Zich ziende in slag op slag van 't krygsgeluk verlaaten,
 
En dien Trojaanschen vorst begunstigt van de Goôn,
950
Vervloeken openbaar, uit liefde voor de kroon
 
En eigen huisbelang, de smertende oorlogsplaagen.
 
Men mort. men mompelt: dat de vorsten zich verdraagen.952
 
Maar andren zwygen door 't ontzag der koningin,953
 
En kroppen 't leet met kracht in hun gemoedt, vorstin.
955
't Geheim, dat Faunus aan den koning quam verklaaren,
 
Nu ruchtbaar, werkt op 't hart der burgerlyke schaaren.956
 
En kan die godtspraak, die belofte, zo veel eer,
 
D'ontsterfelyke naam in 't heerschen; ja, noch meer,
 
D'uitbreiding van uw ryk en vaderlyke paalen,
960
Geen overwinning op uw weigrent hart behaalen?
lavinia
 
Helaas!
sabine
 
Gy zucht
lavinia
 
Met recht.
[p. 78]
sabine
 
Hoe zal ik dit verstaan?
 
Vertoont zich liefde of haat? gy beeft. wat gaat u aan?
lavinia
 
Een onbekende magt vermeesterde myn zinnen,
 
En dwong my, op 't gezigt, den vreemdeling te minnen.
965
Die onbekende drift groeide aan van tydt tot tydt,965
 
En voerde met myn hart een eindeloozen strydt.966
 
Eneas schoon gelaat kon myne ziel bekooren,
 
Toen ik, om 't heir te zien, gestegen op den toren
 
Van 't vaderlyk paleis, dien onversaagden heldt
970
Te paardt zag draaven langs de muuren over 't veldt.
sabine
 
Hoe hebt gy dit geheim zo lang voor my verzwegen?
lavinia
 
Ik streefde dagelyks die snoode driften tegen,
 
En zocht de werking van die versch ontsteke vlam
 
Te dwingen in myn hart, eer zy meer voetzel nam.974
975
Ik waarde om 't lykaltaar van vrienden en van maagen,
 
Door prins Eneas zwaardt mishandelt en verslagen,976
 
Om aan dat doodlyk vier de driften van den haat
 
t'Ontsteeken: maar vergeefs. ik zwichtte, en 't groeizaam
 
Schoot wortels in myn hart en doolende gedachten. [quaadt
sabine
980
Wat oorzaak port u om die liefde te verachten?980
[p. 79]
lavinia
 
Weet gy die reden niet, daar gy myn vaderlandt
 
Van bloet ziet rooken, en gebliksemt door zyn handt?
 
En wilt gy dat ik hem myn handt, als bruidt, zal geeven,
 
Die al' myn vrienden zo moortdadig bracht om 't leven?
sabine
985
Gy hoont Eneas door dat ongegront verwyt.
 
Hy heeft hen voor de vuist besprongen in den strydt;
 
En niet moortdadig, als gy voorgeeft, maar, door 't waagen
 
Van zyn doorluchtig bloet, om uwe min verslaagen.
 
Zyn strydbre sabel vecht voor 't opperste besluit,989
990
Dat door de koningin en Turnus wordt gestuit:
 
Maar zy verwekken, door 't weêrstreeven der geboden,
 
Den haat en gramschap der onsterfelyke Goden.
 
't Orakel stemt uw keur. verfoei de liefde niet,993
 
Die 't nootlot u, tot roem van Latium, gebiedt.
995
Zo ik u ongeveinst myn hart mag openbaaren;
 
Saturnus afkomst wordt verheerlykt door dit paaren.996
lavinia
 
Sabine, schoon gy my rechtvaardigt in uw zin,
 
Ik wacht veel rampen uit de werking myner min.
 
Hoe zal myn moeder, door de razerny gedreeven,
1000
My vloeken, en haar vriendt dit huwlyk wederstreeven!
 
Ik zieze beide ontzint verschynen, en by 't haar
 
My rukken van de zy des bruigoms voor 't altaar.
 
Ik zie gewapent volk de hofkapel bespringen,
 
En woeden tegen een met uitgetoge klingen,1004
1005
Ja d'offervlam gebluscht door versch vergooten bloet.
sabine
 
De Goden zullen u verdedigen. hou moedt.1006
 
Maar prins Eneas ....
[p. 80]
lavinia
 
Ach! laat ons van hier vertrekken.
 
Hy mogt uit myn gelaat den staat van 't harte ontdekken.

Vyfde toneel

Eneas, Lavinia, Sabine, Achates
eneas
 
D Oorluchtige prinses, hoe vlucht gy? om wat reên
1010
Misgunt gy my 't gezigt van uw bekoorlykheên?
 
Ik ben alleen om u, geslingert door de stroomen
 
En onweêrwinden, in Auzonië gekomen;
 
Om u myn dienst en trou op t'offren met ontzag.1013
 
Ik bad uw schoonheidt aan, myn waarde, eer ik haar zag.
1015
De Goden drukten zelfs uw beeldt in myn gedachten1015
 
In d'eenzaamheden en myn rusteloze nachten.
 
Dat beeldt verstrekte my een heldre baak in zee.
 
Die leidstar voerde ons met de vloot aan deze ree.
 
En wilt gy nu, door myn gevaar noch ramp bewoogen,
1020
Het waare voorwerp noch onttrekken aan myn oogen,1020
 
Dat ik in schyn zo lang verheerlykte in myn hart:1021
 
Zo wordt aan deze kust myn allergrootste smart
 
Geboren, daar ik dacht myn hoogste goedt te vinden.
 
Dan vloek ik op de gunst van golven en van winden,
1025
Die ons behouden hier geleidde met de vloot,
 
En 't leven spaarde voor de pynelykste doodt.1026
lavinia
 
Uw hoofsche tong, myn heer, dus afgerecht op vleien,
 
Kon in Karthagoos hof de koningin verleien.
[p. 81]
 
Wy hoorden hier den ramp, gesprooten uit haar min,
1030
En deelden in haar leet met al ons hofgezin.1030
 
Hadt zy haar oor gestopt voor uw bedrieglykheden,
 
Noch zou de schoone vrou Karthagoos troon betreeden;
 
Die door uw ontrou, prins, stantvastig daalde in 't graf.1033
eneas
 
Verwyt haar doodt my niet: gy zyt daar oorzaak af.
1035
Elize most om u, van al haar onderzaaten1035
 
En Annaas oog beweent, de kroon en 't leven laaten.1036
lavinia
 
Om my! verbloemt gy dus uw schande en 't gruwzaam feit?
 
Wat deel heeft uwe schuldt met myne onnozelheidt?
eneas
 
Verstoor u niet, prinses, ik zoek u niet te hoonen
1040
Door dat verwyt, maar zal de waarheidt klaar vertoonen.
 
De schoone weduw van Sicheüs was my waardt,1041
 
En 't scheiden viel my bang, na dat ik wierdt gepaart,
 
En in de rots met haar vereenigt onder 't jaagen,1043-4 1043
 
Gescheiden van ons volk door storm en dondervlaagen.
1045
Nooit hadt Elizes hart om myn vertrek gezucht,
 
Noch ik de versche trou geschonden door myn vlucht:1046
 
Ik hadt haar stadt volbout, en tot de lucht verheven;1047
 
Maar most alleen om u die schoone en 't ryk begeeven.
 
De Goden dreigden my met eeuwige ongena,
1050
En schreeuden in myn slaap: op, zoek Lavinia.
[p. 82]
 
Wy hebben u 't gebiedt van Latium beschoren,
 
En eeuwigduurende eer. ik vreesde voor hun toren,
 
En tradt, op 't hoog bevel, ten hove uit naar de ree;
 
Ging t'zeil, maar stortte een vloedt van traanen in de zee.
lavinia
1055
Neen gy voldoet my niet, Eneas; maar uw reden1055
 
Strydt met der Goden aart en hun' hoedanigheden.
 
Hun bliksem treft de kruin van hem, die onbedacht
 
Zyn booze driften volgt en trou noch eeden acht.
 
En wilt gy noch, dat zy met weldoen overladen
1060
Die zich bezoedelen met zulke gruweldaaden?
 
Indien hun gunst, in plaats van straf, het quaadt geleidt,
 
Dan twyfel ik met reên aan hun rechtvaardigheidt.
eneas
 
Gy zoekt te diep in hun geheimenis te dringen.
 
De vroomste sterveling vervalt in struikelingen.
1065
En zou der Goden straf steets bliksemen op aardt?
 
Wy mosten al vergaan en niemant wierdt gespaart.1066
 
Onze onvolmaaktheidt kan hun gramschap paalen zetten.1067
 
Wy zuivren ons gemoedt voor 't outer van die smetten.
 
Indien ik iets vermag, verwyt my langer niet,1069
1070
Dat eertydts tusschen my en Dido is geschiedt.1070
 
Ik heb my zelf genoeg verdedigt met de Goden,
 
Die my, om u, 't vertrek uit Lybie geboden.
 
Zo gy myn woordt mistrout, doorzoek by d'offerhandt1073
 
't Geheim van 't nootlot uit het lillend ingewandt
1075
Der schaapen, door de byl der priesterlyke schaaren
 
Geheiligt en geslacht op uw gewyde altaaren:
[p. 83]
 
En zo gy daar bespeurt by d'offerplegtigheên,
 
Dat ik u heb misleidt door valsch verdichte reên;
 
Dan zal ik, roodt van schaamte, uit vorst Latinus landen
1080
Vertrekken met myn volk naar afgelege stranden.
 
Of wilt gy meer, prinses? zo wreek dan door myn doodt
 
't Latynsche bloet, dat ik om uwe min vergoot.
 
Die doodt zal myn gemoedt veel meer vernoeging geeven,
 
Dan, door berou geknaagt, in schande en smart te leeven.
1085
Maar ook in tegendeel, zo myne oprechtigheidt,1085
 
Aan uw gezigt ontdekt, voor myne liefde pleit;
 
Dan hoop ik dat uw hart, geraakt van mededogen,
 
Zal stemmen in myn heil door uw bekoorlyke oogen.1088
 
Vergun ....
lavinia
 
Sta af. gy zyt bezoedelt met myn bloet.1089
1090
De lykpligt doemt uw liefde in myn oprecht gemoedt.1090
 
O landt! ô vaderlandt! en myn ontzielde maagen,
 
Ik zal tot aan myn doodt uw droevig lot beklaagen!
eneas
 
Ontrust die lykasch niet: zy lei in 't eenzaam graf
 
De zwarigheden van dit sterflyk leven af:
1095
Daar ik, gemartelt door uw wreetheidt, in myn lyden,1095
 
't Gelukkig sterflot van die helden moet benyden.
 
Maar heeft hun doodt den haat gekoestert in uw zin,
 
Of wordt die vyantschap gevoedt door Turnus min?
 
Die medeminnaar, door gansch Latium gepreezen,1099
1100
Uw moeders gunsteling, vervult myn hart met vreezen.
lavinia
 
Hy komt. verwacht van hem dat antwoordt, prins, ik ga.
[p. 84]

Zesde toneel

Turnus, Eneas, Achates
turnus
 
'k ONtwyk Eneas oog, en volg Lavinia.
eneas
 
O neen! vertoef, myn heer, en antwoordt op myn vraagen.1103
 
De schoone ryksprinses, uw opperste behagen,
1105
Wordt, als gy weet, van my geviert en aangebeên:
 
Wy wierden beide ontvonkt door haar bekoorlykheên:
 
Haar byzyn gaf u stof om van uw min te spreeken;1107
 
Daar ik in tegendeel, van dat geluk versteeken,
 
't Zy door de vreeze ontrust, of door de hoop gevleit,
1110
De quelling van myn hart meest voedde in eenzaamheidt:
 
Wien van ons beide zal haar keur gelukkig maaken?
 
Wie triomfeeren, of vergeefs in liefde blaaken?
 
Verwerp een korten tydt den haat, en antwoordt my,
 
(Is u haar keur bekent) maar zonder veinzery.
turnus
1115
Hoe, zoekt gy dit geheim uit Turnus mondt te hooren?
 
Gy zegt, Lavinia wierdt u door 't lot beschooren:
 
Wel, vraag dan, of haar hart uw liefde stemt, of doemt,1117
 
Aan 't opperste besluit, daar gy zo hoog op roemt.
 
Ik volg die schoone, om in haar byzyn myn gedachten
1120
Te streelen: gy kunt hier der Goden antwoordt wachten.
[p. 85]

Zevende toneel

Eneas, Achates
eneas
 
HOogmoedige ga heene. ô lasteraar! ik zal
 
Eerlang den Goden wraak verschaffen door uw val.
achates
 
Zyn trotse tong beschimpt d' onsterfelyke magten,
 
Maar zal haar gramschap haast ontsteeken door 't verachten.1124
eneas
1125
O hof! dat my ontrust, gy toont in dezen staat1125
 
My 't voorwerp van myn liefde en werktuig van myn haat.
 
Verwoede Turnus, die, door wreetheidt aangedreven,
 
Myn allerwaardsten vriendt, prins Pallas, bragt om 't leven;
 
Hoe tracht ik door uw doodt de schim van dezen heldt
1130
Te paajen, die noch spookt en waart langs 't bloedig veldt!
 
Doorluchte prins, ik heb uw lyk, doorboort met wonden,
 
Wel op de doodbaar naar Evanders hof gezonden;
 
Maar uw ontruste geest blyft my na d'uitvaart by,
 
En zweeft, al zuchtende om de wraak, steets aan myn zy.
achates
1135
Gy hebt zyn doodt op 't heir der Rutulen gewroken,1135
 
Toen gy, gelyk een leeuw, ter heirspitse ingebroken,1136
 
Hun koning opzocht, en, van rookent bloet begruist,1137
 
Een ry van vyanden vernielde door uw vuist.
[p. 86]
eneas
 
Die wraak voldoet my niet, zo lang ik voor myn oogen
1140
Den trots en hovaardy van Turnus moet gedoogen,
 
Die hem den dootsteek gaf. ô gryze vader! ach!1141
 
Hoe treurtge om dit verlies in uwen ouden dag!
 
My dunkt ik zie den vorst, met traanen op de wangen,
 
En bleek besturven, aan de doode leden hangen;
1145
Als eer toen hy 't vaarwel uitzuchtte voor de poort.1145
achates
 
Ik heb zyn leste klagte en afscheidt klaar gehoort.
 
Hy riep de Goden aan in 't scheiden: Rekt myn jaaren,
 
Zo 't nootlot van myn zoon zyn frisse jeugdt zal spaaren:
 
Maar moet hy sneeven, bluscht dan 't licht myns levens uit,
1150
En opent my myn graf, eer hy zyn oogen sluit.
eneas
 
Gy, die om hoog myn heil hebt in uw' raadt beslooten:
 
Gy, die my voerde naar den Tyber met myn vlooten;
 
Geef dat door myn geweer de trotse Turnus sterf;
 
Op dat ik Pallas wreeke, en myn prinses verwerf.
Einde van het derde bedryf
784bestreden: in beroering gebracht.
787spook: synoniem van nachtgezigt.
795neeven: verwanten.
802stemt: goedkeurt.
805rou: smart.
806die dodelyke trou: dat (voor hem) fatale huwelijk.
807Vergelijk regel 215-7.
812In de eerste editie ontbreekt het leesteken aan het eind van de regel; de dubbele punt is naar de uitgave in de tweede druk van de Poëzy van 1735.
813van bloet begruist: met bloed besmeurd
814gebliksemt: vernietigend getroffen.
823de koningin der Goden: Juno, Eneas' grote vijandin.
834Vergode vader: Faunus, Latinus' vader, werd na zijn dood als god vereerd; Auzonisch: Latijns.
835neeven: nakomelingen.
836-7Zolang de stoffelijke resten niet begraven waren, dwaalden de schimmen der gestorvenen rusteloos rond.
840buitensporigheidt: rede-loosheid; Amate laat zich door haar driften ‘buiten het spoor’ der rede voeren.

849stemt gy die trou?: stemt ge toe in dat huwelijk?
854weiden: rondgaan; mishandelt: geplaagd.
866quyt ik myn gemoedt: geef ik gevolg aan de aandrang van mijn gemoed.
871't Gerucht: nl. Fama, de godin van het gerucht.
873past op: stoort zich aan.
875Dido: de koningin van Karthago, bij wie Eneas een tijdlang verblijf hield, tot Juppiter hem gebood haar te verlaten en naar Latium te gaan.
880den schicht: de pijl van Eros.
885Elize: andere naam voor Dido; naar: bedroefd.
886-8Na Eneas' vlucht liet Dido een brandstapel bouwen, waarop ze alles wat Eneas had achtergelaten bijeenlegde; op die ‘houthoop’ doorstak ze zichzelf.
891reukloos: roekeloos.
897spook: geestverschijning; verbaast: ontsteld.
903ontroeren: in beroering brengen.
918Ten onrechte een vraagteken aan het eind.
922de koningin der Goden: Juno.
924lastig: onverkwikkelijk.

938verheerlykt: luisterrijk getooid.
946van: over.
952dat de vorsten zich verdraagen: laten de vorsten het geschil beslechten.
953door 't ontzag der koningin: uit vrees voor de koningin.
956burgerlyke schaaren: burgerij.
965van tydt tot tydt: allengs.
966myn hart: hier bedoeld als de zetel van alle edele en ‘redelijke’ gevoelens: vaderlandsliefde, meegevoel met de nabestaanden van de gesneuvelden; de liefde voor Eneas is met haar plichtsbesef t.a.v. haar familie en vaderland in strijd, meent Lavinia, en daarom spreekt ze van ‘drift’.
974dwingen: bedwingen; meer voetzel nam: hoger oplaaide.
976mishandelt: gekwetst, gewond.
980port: beweegt.
989't opperste besluit: het noodlot.
993stemt: bekrachtigt.
996Saturnus: Lavinia's voorvader; Faunus was zijn kleinzoon.
1004klingen: zwaarden.
1006verdedigen: beschermen.

1013op t'offren: aan te bieden.
1015zelfs: zelf.
1020het waare voorwerp: nl. Lavinia zelf.
1021in schyn: als beeld (in Eneas' gedachten); vgl. regel 1015; verheerlykte: eer bewees.
1026voor de pynelykste doodt: om (hier) de smartelijkste dood te sterven.
1030hofgezin: gezamenlijke bewoners van het hof, personeel inbegrepen.
1033stantvastig: vastbesloten.
1035Elize: Dido.
1036Anna: Dido's zuster.
1041Sicheüs: Dido's eerste echtgenoot.
1043-4Vergelijk Aeneïs, IV.
1043rots: spelonk.
1046de versche trou: het pas tot stand gekomen huwelijk.
1047volbout: voltooid; tijdens Eneas' verblijf bij Dido was deze bezig met de opbouw van Karthago.
1055uw reden: uw uiteenzetting.
1066al: allen.
1067Onze onvolmaaktheid houdt hun toorn binnen zekere grenzen.
1069Indien ik iets vermag: als ik enige invloed op u heb.
1070Dat: wat.
1073offerhandt: offerande; de spelling met h is een gebruikelijke onjuiste poging tot etymologisering.
1085in tegendeel: in het tegenovergestelde geval.
1088stemmen in: instemmen met.
1089met myn bloet: nl. van bloedverwanten.
1090doemt: veroordeelt; vergelijk de aantekening bij regel 966.
1095Daar: terwijl.
1099door gansch Latium: heel het gebied van Latium door; vgl. regel 5 van de Opdragt: door ons vaderlandt = heel het vaderland door.
1103vertoeft: wacht.
1107stof: gelegenheid.
1117stemt: toestaat, goedkeurt.
1124haar: hun.
1125dat my ontrust: dat mijn gemoed in beweging brengt.
1135't heir der Rutulen: het leger van Turnus.
1136ter heirspitse ingebroken: door de voorste slaglinie gebroken.
1137van rookent bloet begruist: met dampend bloed besmeurd.
1141gryze vader: Pallas' vader, Evander.
1145't vaarwel: bij Pallas' vertrek uit Evanders hof, toen hij met Eneas meetrok om tegen Turnus te strijden.
prepostterug  begin  verder