terug  begin  verderprepost
[p. 87]

Vierde bedryf

Eerste toneel

Latinus, Thyrenus
latinus
1155
WAt jaagt u dus verbaast, Thyrenus, van de straaten?1155
thyrenus
 
Ik zag een menigte van burgers en soldaaten
 
Te zamenrotten en al twistende en verdeelt,1157
 
By troepen rennen naar Saturnus prachtig beeldt.1158
 
De voetsters vloogen, met de teedre zuigelingen,
1160
Die, uitgehongert, aan haar drooge borsten hingen,
 
Door 't weenent oog gelaaft, het marktveldt op en neêr.
 
De krygsknecht schudde 't hoofdt, en kneusde zwaardt of speer,1162
 
Noch rookende van bloet, aan d' uitgehouwe steenen.1163
 
De stramme gryzaart kroop met waggelende beenen,
1165
En, hangende aan den stok, begaf zich in 't gedrang.
 
Ik zag de maagdeschaar, met opgekrabde wang,1166
 
En losgeknoopte vlecht, den blanken boezem scheuren,1167
 
En om haar broeders doodt of waarden bruigom treuren.
 
Een zet zich op den voet van 't beeldt, en spreekt: hoort toe,
1170
Myn medeburgers, die, gezweept door d'yzre roe
 
Des oorlogs, zwanger van ontelbre zwarigheden,
 
De purpre striemen noch voelt smarten aan uw leden:
[p. 88]
 
Wat heeft de felle twist, daar Latium van waagt,1173
 
Ons bloet en zweet gekost, en 't dor gebeent geknaagt!
1175
Hoe klinkt de naare galm der vaderlooze weezen1175
 
Langs d'onbevolkte straat en velden, die voor dezen
 
Van menschen krielden, toen dit ryk in ruste en vreê
 
Den glans der morgenzon verwelkoomde uit de zee!
 
Men ziet op 't krygstoneel de woede en wreetheidt kroonen.
1180
De gryze moeder stort op haar vermoorde zoonen,
 
Daar zy, van brein berooft, en razende om hun doodt,
 
De vruchtbaarheidt vervloekt (ô gruwel!) van haar schoot.
 
Men ziet den akkerman in 't bloet zyn vruchten teelen,
 
En 't kouter dryven door geraamte en bekkeneelen,
1185
Dien d'eer van 't lykaltaar door 't nootlot wierdt benydt.
 
Wat brengtge al rampen voort, verslindende oorlogstydt!
 
Ontwapent uw gemaal, ô vrouwen, op de straaten,
 
Onthelmt de blanke kruin, ontgespt de harnasplaaten,
 
Eer 't opgevloekt geweldt uw bruiloftsbanden scheurt,1189
1190
En gy by 't smookent hout de stuivende asch betreurt.
 
Verfoeit met my den kryg, mishandelde onderdaanen,1191
 
En helpt uw landtgenoot den weg tot vrede baanen.
 
Men heeft al lang genoeg om Turnus zaak gestreên.
 
Hy hanthaaf zyn belang, indien 't hem lust, alleen.
1195
Men laat hem lyf om lyf met prins Eneas vechten,
 
En door den tweestrydt om de bruidt den twist beslechten.
 
Hier zwygt hy. ieder stemt zyn voorslag. het gerucht1197
 
Der aangegroeide schaar verspreit zich door de lucht.
 
Veel krygsliên werpen op den grondt hun wapens neder,
1200
En kruissen zinneloos de straaten heen en weder:
 
Daar Drances 't oproer styft, die, uit den ouden haat,1201
 
Den vroomen Turnus scheldt als oorzaak van al 't quaadt.1202
[p. 89]

Tweede toneel

Latinus, Turnus, Thyrenus
latinus
 
ACh! Turnus, moet ik u in dezen staat ontmoeten!
turnus
 
De zaak is my bekent, gy zult my heden groeten
1205
Als overwinnaar van den trotsen Frygiaan,1205
 
Of in den tweestrydt om uw dochter zien vergaan.
 
Het oproer heeft my niet tot dat besluit gedreven.1207
 
Myn moedt heeft my voorlang die pligten voorgeschreven.
 
Ik zal uw volk niet meer opoffren aan 't gevaar.
1210
My deert het ongeval der afgestrede schaar.
 
Ik kan myn eigen recht bepleiten met den degen.
latinus
 
O edelmoedig prins: ach! mogt ik u beweegen,
 
En myn Lavinia verbannen uit uw zin.
 
Gy hangt uw leven aan die dodelyke min.1214
1215
't Ontbrak nooit Latium aan uitgekeurde vrouwen,1215
 
Van vorsten afkomst, waardt met koningen te trouwen:
 
Verkies de schoonste tot uw troon- en echtgenoot.
 
Indien Eneas zwaardt uw dierbaar bloet vergoot,
 
En gy in 't lyfgevecht wierdt om de bruidt verslagen;
1220
Hoe zou gansch Ardea, met vader Daunus, klaagen!1220
 
Die braave koning wacht met ongedult zyn zoon,
 
En stort zyn traanen om uw afzyn voor den troon.
[p. 90]
 
Geef hem geen oorzaak om uw ongeval te wreeken
 
Aan bloetverwanten, en de vrientschap af te breeken.1224
turnus
1225
Kent gy den vorst, die my heeft voortgeteelt, niet meer?
 
Hy zou my vloeken, zo ik keerde zonder eer;
 
Als een lafhartigen my lasteren en haaten,
 
En eeuwig uit zyn gunst en koninklyke staaten
 
Verbannen, als een zoon, die, eer- en moedeloos,1229
1230
Een schandig leven voor de braafste doodt verkoos:
 
Die zyn doorluchtig huis, gekroont met lauwerbladen,
 
Zo snoodt onteerde door verfoejelyke daaden.
 
't Is waar, dat my de vorst met ongedult verwacht;
 
Maar niet in zulk een staat. de plegtigheidt, de pracht,
1235
En eeretekens zyn bereidt om ons t' ontfangen.
 
Men ziet de vlaggen aan de tempeltranssen hangen.
 
De zegepoorten staan op markt en straat geplant;
 
Daar ik met myn prinses zou treeden handt aan handt
 
Naar 't opgepronkt paleis, door duizent kunstenaaren,
1240
In vroeger eeuw, gesticht op marmere pilaaren.
 
En zou dat feestsieraadt, dat denkbeeldt van myn lof1241
 
Getuige strekken van myn schande in Daunus hof?
 
Uw dochter moet met my zich naar myn ryk begeeven,
 
Of ik om haare min voor uwe muuren sneeven.
latinus
1245
Dat gy dit lyfgevecht ontgaat, zal nooit uw naam
 
En heldenroem, zo lang verheerlykt van de Faam,
 
Bevlekken. Turnus moedt is ons te klaar gebleeken.
 
De naneef zal met lof van uwe daaden spreeken,1248
 
Zo lang de morgenzon Auzonië bestraalt:
[p. 91]
1250
Maar hooger magt houdt hier uw dapperheidt bepaalt.1250
 
Het zyn de Goden die Eneas voordeel geeven,
 
Zyn min begunstigen en d'uwe wederstreeven.
 
Wie voor het nootlot zwicht, verwaarloost nooit zyn eer.
 
Gy legt, op dat bevel, alleen de wapens neer.
turnus
1255
Hoe wil de vorst dat ik myn vyandt zal gelooven,
 
Wiens looze geest, om my Lavinia t'ontrooven,
 
Dat nootlot heeft verdicht? ô neen! de trouwe min
 
Staat door den wil der Goôn gewortelt in myn zin:
 
En zouden zy die vlam in myn gemoedt ontsteeken,1259
1260
Om, als een straf, daar door myn lyden aan te queeken?
 
Dat heb ik nooit verdient. doorzoek myn handel vry,1261
 
En tel de dagen van myn leven op een ry,
 
Gy zult'er geen, bevlekt met snoode feiten, vinden.
latinus
 
Gy zegt: Eneas zoekt onze oogen te verblinden,
1265
En door verdichtselen, van 't listig brein gesmeedt,
 
In slaap te wiegen. neen, gy zyt verdoolt. ik weet
 
D' omstandigheden van die groote zaaken nader,1267
 
Door 's priesters spelling en 't Orakel van myn vader.
 
Maar ik, bewogen door de bloetverwantschap, en1269-76 1269
1270
Uw trouwe diensten, daar ik aan verschuldigt ben,
 
Heb reukeloos my zelf in veel gevaar gestoken,1271
 
Het opgerecht verbondt en vorstlyk woordt gebroken,1272
 
De godtspraak dwaas veracht, en myn beschooren zoon,1273
[p. 92]
 
Als vyandt, aangetast, tot nadeel van de kroon,1274
1275
Tot ramp der burgery en myn Latynsche helden,
 
Wier bloet den Tyber noch bepurpert en de velden.
 
En zal ik in dien staat, zo doodlyk voor myn ryk,
 
Myn bloetvriendt Turnus noch beweenen; en zyn lyk,1278
 
In plaats van lauren, met cipressebladen sieren,
1280
En, voor de zege, by 't altaar zyn uitvaart vieren?1280
turnus
 
Vergeldt gy zo myn dienst, ô vorst, dat gy de kracht
 
En zenuw van uw ryk, in Turnus arm, veracht?1282
 
Die vuist, die Pallas velde, en duizent onderdaanen
 
Van prins Evanders hof, Arkaders en Trojaanen,1284
1285
In 't bloedig veldtgevecht ontwapende, en door 't staal
 
Vernielde: die helmet en harnas van metaal,
 
En gulde beukelaars, waar meê de ridders pronken,
 
Tot zegetekens aan uw muuren heeft geklonken:
 
Zou die den handel nu vergeeten van 't geweer,1289
1290
En d'aangebore kracht verliezen, daar myn eer
 
En liefde loopt gevaar? ô neen! verban uw vreezen:
 
Ik vind my meer gehart, ja sterker dan voordezen.
 
Sta my den tweestrydt toe: dat eisch ik voor myn loon
 
Der diensten, door dit zwaardt beweezen aan uw troon.
1295
Gy zult Eneas ook hier door vernoeging geeven.
latinus
 
Wel aan, ik zal uw eisch niet langer wederstreeven:
 
Maar stem den strydt door dwang. ik heb myn pligt betracht.1297
[p. 93]
 
O gryze Daunus! roem van uw aaloudt geslacht!
 
Ik roep de Goden tot getuigen, die ons hooren,
1300
Dat ik onschuldig blyf, zo Turnus gaat verloren!
 
Gebliksemt Latium! en gy, gedreigde wal!1301
 
Uw heil verheft zich, maar door uw beschermers val!
 
Thyrenus, breng terstont myn volk het vredeteken.
 
Beveel het vechtperk voor de vorsten af te steeken
1305
In 't aanzien van de poort. de priesterlyke schaar1305
 
Tree straks in 't kerkgewaadt naar buiten, met altaar1306
 
En offerschaalen en gewyde wierookvaten.
 
Stel al de vaanen van myn ruiters en soldaaten1308
 
En lyfstaffieren in slagorde op 't ruime veldt.1309
thyrenus
1310
Ik volg des konings last. en gy, kloekmoedig heldt,
 
Die ons in hoogen noodt verpligtte door uw daaden,
 
De hemel kroone u met de zege en lauwerbladen.

Derde toneel

Latinus, Turnus
latinus
 
Ik zal den tweestrydt zelf aanschouwen; ieders recht,
 
Gelyk een vorst betaamt, hanthaven in 't gevecht,
1315
En naar de plaats, tot spoedt der plegtigheidt, vertrekken.1315
 
Gy kunt Eneas, als hy komt, de zaak ontdekken,1316
 
En volgen. ô besluit! ô kracht van liefde en bloet!1317
 
O Godtspraak! ach! wat storm verwektge in myn gemoedt!
[p. 94]
turnus
 
Gewenschte dag! ik groet uw zegenryke straalen:
1320
Gy zult myn glori en myn min zien zegepraalen!
 
Ik zoek Eneas.

Vierde toneel

Amate, Turnus
amate
 
PRins, vertoef, en meld aan my,
 
De reden die ons volk beweegt tot muitery.
 
Wat wil dit straatgerucht? dat kan ik niet beseffen.
turnus
 
Wat oproer, koningin? uw volk wil my verheffen
1325
Ten allerhoogsten top van glori en geluk,
 
En wacht van Turnus arm het grootste meesterstuk.
amate
 
Hoe zoekt men myn gedult door duistre taal te tergen?1327
 
Of wilt gy deze zaak voor uw vriendin verbergen?
turnus
 
Ik bidt, verstoor u niet.
amate
 
Geef my dan klaar bescheidt.
turnus
1330
O ja! het is uw volk, dat voor myn welvaart pleit.1330
 
Uw burger zoekt met kracht myn huwlyk voort te zetten,1331
 
En 't feest te vieren, dat Latinus wil beletten.
[p. 95]
amate
 
Men dank den hemel, die zich voegt aan onze zy.
turnus
 
Ik sta noch dieper in de gunst der burgery.
1335
Men wil door my 't gevolg der krygselenden stuiten,1335
 
En met myn strydtbren arm den oorlogstempel sluiten.1336
 
Zo wordt myn luister van uw onderdaan vergroot.1337
amate
 
Maar door wat middel? spreek.
turnus
 
Door prins Eneas doodt.
amate
 
En met uw lyfgevaar? myn vreugdt verkeert in vreezen.
1340
Ontga dien strydt, myn zoon; ai, laat ik u beleezen.1340
 
Gy weet dat u myn hart, gelyk een moeder, mint:
 
Dat hart zou breeken, zo myn allerwaardste vrindt
 
Door 't Frygiaansch geweer wierdt in 't gevecht verslagen.1343
 
Verkort myn leven niet door 't korten van uw dagen.
1345
Gy zyt de hoop en troost van onzen ouden dag.1345-7
 
Uw schouder onderschraagt den troon. ons ryksgezag Wordt noch gehanthaaft, maar alleen door uw vermogen.
 
Prins, spaar u zelf voor ons, voor 't ryk, en droog myn oogen.
turnus
 
Hoe keert men 't oproer der gemeente, die den gloedt1349
1350
Des oorlogs blusschen wil in een van beider bloet,
 
En den verwinnaar aan Lavinia verbinden?
 
Maar hoe!1352
[p. 96]

Vyfde toneel

Eneas, Turnus, Amate, Achates
eneas
 
MYn heer, ik dacht den koning hier te vinden,
 
En 't antwoordt op myn eisch te hooren, nu de tydt1353-4
 
Van zyn beraadt alreê verscheenen is.1354
turnus
 
Gy zyt
1355
Van pas gekomen, schoon de vorst vertrok naar buiten,
 
Om in zyn naam met my het ryksverbondt te sluiten.
 
Gy eischt Lavinia, prins, van haar vaders handt.
 
Zy wordt u toegestaan, en door dien bruiloftsbandt
 
De magt vereenigt van Trojaanen en Latynen.
1360
Zo zal de vredezon Auzonië beschynen,
 
En gansch Rutulië, door oorlog afgemat,1361
 
Zich vleien in de rust op 't veldt of in de stadt.
eneas
 
Achates, breng terstont Askaan die blyde maaren.
turnus
 
O neen! vertoef, ik zal my nader openbaaren.
1365
Gy kunt de ryksprinses, die gy begeert, myn heer,
 
Bezitten, maar gy moet haar winnen door 't geweer.1366
 
Wanneer myn lykhout rookt omtrent uw echtaltaaren,1367
 
Kuntge onbeschroomt met haar ten tempel treên en paaren.
 
De tweestrydt zal den twist beslechten voor de poort.
1370
Hier hoort gy myn besluit en vorst Latinus woordt.
 
Hy zal ons lyfgevecht aanschouwen voor zyn tenten.
[p. 97]
eneas
 
Achates, ga, bezorg, dat al myn regementen,
 
Geschaart in orde, by prins Turnus benden staan.
 
'k Beveel den offerdienst der Goden aan Askaan.
achates
1375
Vaarwel, doorluchte prins, wy zullen u verwachten,
 
Om zege smeeken, en eerbiedig 't offer slachten.

Zesde toneel

Eneas, Amate, Turnus
eneas
 
O dappre vyandt! die in moedt voor niemant zwicht,
 
Gy hebt my nooit voorheen, maar heden dier verpligt.
 
't Schynt of de drift van haat, in myn gemoedt bestreden,1379
1380
Begint te flaauwen door uw edelmoedigheden.
 
Maar 'k moet die tederheidt weêrstreeven in myn zin.
 
Twee zaaken dwingen my, de vrientschap en de min.
 
Gy wilt de schoone bruidt, die my de Goden schonken,
 
Van my vervreemden en door uwe liefde ontvonken.
1385
Gy hebt myn waarden vrient, dien jongen oorlogsheldt,
 
Evanders erfgenaam, tot myn verdriet, gevelt.
 
'k Moet door uw val myn min verzeekren, tot een teken
 
Dat ik het nootlot eere; en Pallas lykasch wreeken;
 
Ja, met myn weêrwil u vervolgen tot de doodt.
1390
En gy, door wie myn bruidt het levenslicht genoot,
 
Vorstin, die my verpligt tot onderdanigheden
 
Door haar geboorte, leen uw oor aan myn gebeden:
 
Indien de tweestrydt my gelukt, en deze handt
[p. 98]
 
Het leven eindigt, van uw vriendt en bloetverwant,
1395
Dien gy met moedermin begunstigt; laat uw tooren
 
Myn daadt niet vloeken noch myn bruiloftsvreugd verstooren.
 
Ik sta gedwongen naar zyn lyf. myn schoone bruidt,
 
Uw dochter, wet myn zwaardt door 't hemelsche besluit.
 
Zy zal u Turnus door Eneas arm ontrukken.
amate
1400
Sta af. die vleiery zal nimmer u gelukken.1400
 
Gy kent Amate niet noch haar verwoeden zin.1401
 
Ik ben vergiftigt van uw grootste vyandin.1402
 
Die Priaams afkomst heeft verdelgt: wiens wrok, aan 't blaaken,1403
 
De Grieksche toorsten stak in uw aaloude daken;
1405
Die golf en wolk ontroerde, en Trojes rampgenoot1405
 
Met u zo lang vervolgde, en donderde op uw vloot
 
Met onweêrwinden en gepreste zeeorkaanen:
 
Die, lachende om uw klagt en uitgestorte traanen,
 
Den bliksem slingerde in uw zeilen op den vloedt:
1410
Die Godtheidt heeft haar haat gedrukt in myn gemoedt.
 
Gy hebt dien haat, barbaar, door 't moorden van myn maagen,
 
Noch daaglyks aangequeekt, ons volk door oorlogsplaagen
 
Geteistert, en 't gebiedt van Latium ontrust,
 
Zo dra gy landde met uw vloot aan deze kust:
1415
En meent gy dat ik u, als bruidegom, zal groeten,
 
Als koning Turnus legt verslagen voor uw voeten?
 
Wacht in Lavinia, verdoolde prins, uw straf.1417
 
'k Zal haar met steek op steek vermoorden op zyn graf,
 
En op myn wraakaltaar tot zyn verzoening slachten.
[p. 99]
turnus
1420
Verwerp dat opzet, zo verwoedt, uit uw gedachten.1420
 
Gy zoudt myn bleeke schim ontrusten door dat feit.
 
Verhoor een minnaars beê, die voor haar onschult pleit.
 
Indien Eneas my in 't lyfgevecht zal dooden,
 
Getuigt myn nederlaag het hoog besluit der Goden;
1425
Dan blykt de spelling, die myn liefde houdt verdacht:1425
 
Laat dan Lavinia, tot roem van haar geslacht,
 
Van elk verheerlykt, naar haar vaderlyke zeden,1427
 
Gelyk een koningsbruidt, met hem ten tempel treeden.
 
Ik eisch geen rougewaadt, geen jammerklagt, of druk.
1430
Verheug u in den roem van 't ryk, en zyn geluk.
amate
 
Doorluchte ziel, wat tong kan u naar waarde looven!
 
Deze edelmoedigheidt gaat alle deugdt te boven.
 
Die u den grootsten schat, het leven, rooft door 't zwaardt,
 
Dien schenkt gy na de doodt uw hoogste goedt op aardt.
1435
Maar overweeg; ik heb de maagt aan u gegeeven,
 
Op dat gy, door de trou met haar vereent, zoudt leeven.
 
Uw doodlyk nootlot stelt haar weêr in myne magt:1437
 
Te meer, nu gy haar schenkt aan hem, van elk veracht;
 
Van Goôn en mensch gevloekt, van windt en zee bestreden.
eneas
1440
't Is waar, wy hebben veel na Trojes val geleden:
 
Maar of der Goden vloek, dien gy aan my verwyt,
 
Verzoent is, of vervolgt, zal blyken uit den strydt.1442
amate
 
Schoon u dit lyfgevecht rechtvaardigde in elks oogen;
 
Ik zal uw bruiloftsfeest, dat zweer ik, nooit gedoogen.
[p. 100]
1445
Keer vry verwinnaar: ik zal juichen, als uw handt1445
 
Haar zegetekens op myn dochters lykbus plant.1446
 
Wanneer Eneas op haar grafzerk zyn laurieren
 
Besproeit met traanen, zal Amate zegevieren.
 
Verwacht dien gruwel van een moeder, die, verwoedt,1449
1450
Haar vriendt zal wreeken, en u straffen door haar bloet.
 
Indien die prys den moedt kan in uw hart verwekken,
 
Kunt gy uit myn gezigt terstont naar 't perk vertrekken:
 
Ik zal, wanneer gy keert in zege, u tegentreên,
 
En toonen u de vrucht, barbaar, van uw trofeen.

Zevende toneel

Eneas, Turnus
eneas
1455
O schrikkelyk besluit, waar voor myn leden beeven!
turnus
 
Ach! tot wat woede wordt de koningin gedreeven!
 
Zy wil my wreeken, en vermoordt my, ruim zo wreet
 
Door haar besluit dan 't staal tot myn bederf gesmeedt.1458
 
O averechtse gunst! verfoeilyk mededogen!
1460
O hatelyke dienst! hoe wordt myn hart bewogen
 
Door uw gevaar, prinses! gy sterft tot wraak van my,
 
Indien ik sneuvel, door Amates razerny:
 
Daar ik uw levensdraadt zou rekken door myn sterven,1463
 
Indien ik deze gunst mogt van de Goôn verwerven.
eneas
1465
O nooit gehoorde haat! ontaarde koningin!
 
Gy zweert uw dochters doodt, om dat ik haar bemin.
[p. 101]
 
Gy wilt de vrucht, van u geteelt en voortgesprooten,
 
Het leven rooven, om myn lyden te vergrooten.
 
Hoe wordt uw hart van 't spoor der reedlykheidt gerukt1469
turnus
1470
Myn medeminnaar, zo de tweestrydt u gelukt,
 
En ik door u verga, ai, berg haar dierbaar leven:
 
Om haar behoudenis wordt u myn doodt vergeeven.
eneas
 
Ik weet een middel, om ons van die zorg t'ontslaan.
 
Men dien' voor 't lyfgevecht de zaak den koning aan;
1475
Dan kan hy haar vertrek met zyn staffiers bezetten,1475
 
Om 't doodlyk opzet van Amate te beletten.
 
Kom gaan wy naar den strydt. beproef uw leste kracht.
turnus
 
Ik volg u naar de plaats, daar ons Latinus wacht.

Achtste toneel

Lavinia, Turnus, Eneas, Sabine
lavinia
 
NEen, prinssen blyft, en ziet een konings dochter knielen:
1480
Zy smeekt u voor u zelfs en uw doorluchte zielen.
 
Gy gaat ten strydt, ô neen! ter slachtbank, daar de grondt
 
Uw verschvergooten bloet zal slurpen uit de wondt:
 
Daar ik, door uw bederf gemartelt, al myn dagen1483
 
't Rampzalig nootlot van myn minnaars zal beklaagen.
1485
Gy gespt het harnas aan, ô helden! om de bruidt
[p. 102]
 
Te winnen, die gy zelf bevecht door dat besluit.
 
Gy wilt elkander voor de vuist in 't veldt bespringen,
 
Maar 't staal zal door uw borst ook in myn boezem dringen,
 
Als oorzaak van uw doodt. myn hart gevoelt alreê
1490
De wonden smarten, eer de kling raakt uit de schee.1490
 
Mogt ik den gloedt van haat, in elks gemoedt aan 't blaaken,
 
Met traanen blusschen, die vast vloejen langs myn kaaken,1492
 
Ik schreide een gansche zee, ja bei myn oogen uit.
 
Doorluchte bloetverwant, ô koninklyke spruit!
1495
Die Daunus sluierkroon verheerlykt door uw daaden:1495
 
Die duizent vyanden, met ketenen beladen,
 
En ryken wapenbuit en koninklyken schat
 
In zege voerde naar uw vaderlyke stadt;
 
Uw leste heldenwerk zal d'andre ver braveeren,1499
1500
Als gy zelf over u zo braaf zult triomfeeren.1500
 
Bevecht, gelyk een heldt, de drift van uw gemoedt,
 
Die naar uw leven staat, en myne elende voedt.
turnus
 
Gy moogt, Lavinia, myn daaden hoog verheffen;
 
Het leste meesterstuk zal alles overtreffen:
1505
Wanneer, om uwe min, een koning, zo vermaardt,
 
De ziel zal braaken door de slagen van myn zwaardt:1506
 
Maar wordt in tegendeel myn bloedt door hem vergooten,
 
Dan zal de nederlaag myn glori zelf vergrooten:1508
 
Doordien ik in den strydt door liefde wordt gevelt,
1510
Om d'allerschoonste vrou, en door den grootsten heldt.
lavinia
 
Dewyl ik Turnus niet kan winnen door gebeden,
 
Moet ik Eneas hart vermurwen door de reden.1512
[p. 103]
 
Doorluchte vreemdeling, die met uw vloot zo lang
 
Geschokt wierdt op de zee na Trojes ondergang:
1515
Die voor uw vaderlandt een langen reeks van jaaren
 
In 't harnas stondt, tot schrik der Grieksche legerschaaren:
 
Die zelf uw vader met zyn witbegrysde kruin1517-8
 
Op beide uw schouders droegt door smookende assche en puin:
 
Die, lang van 't woedent lot gemartelt en bestreden,1519
1520
De Goden hebt verzoent door uw godtvruchtigheden:
 
Ai voeg noch eene deugdt by alle uw deugden. laat
 
Ik u beweegen door myn bede, en ban den haat,
 
Dat schriklyk monster, uit uw redelyke zinnen.
 
Betoon uw krachten in u zelven te verwinnen.
1525
Bevredig u met hem, dien gy dreigt met de doodt.1525
 
Omhels prins Turnus als uw vriendt en bontgenoot.
 
Vereenig uwe magt, om tegen hen te stryden
 
Die 't heil van Latium en Daunus kroon benyden.
 
Verheerlyk uwen roem door zulk een braave daadt,
1530
En laat Lavinia, in maagdelyken staat,
 
En vry van 't huwelyk, den oorspronk der elenden
 
Beschreien op den zerk van vrienden en bekenden
 
En bloetverwanten, door uw sabel omgebragt.
 
Aanschou myn traanen, prins, verhoor myn jammerklagt.
1535
Ik zal, als erfgenaam, na vorst Latinus leven,
 
Zyn staf en tullebandt u willig overgeeven.1536
 
Dat bid ik, om de schim van haar, die u voorheên1537-40
 
Zo lief en waardig was, en aan uw zy verdween,
 
Toen gy om Priams doodt en Pyrrhus wreetheidt zuchtte,1539
1540
En met Anchizes en Askaan den brandt ontvluchtte.
[p. 104]
eneas
 
Myn egaas geest, die zich vermaakt in 't zalig veldt,1541
 
Heeft my op Trojes puin dit huwlyksfeest gespelt.
 
Gy zult Hesperie, sprak myn Kreüze, aanschouwen,1543
 
En aan den Tyberstroom een koningsdochter trouwen.
1545
Ik zal haar spelling niet beschaamen, maar haar woordt
 
Gestant doen door myn zwaardt in 't vechtperk voor de poort.
 
Vaarwel, prinses, wy gaan: ai, stel uw hart te vreden.1547
 
Ik sterf, of zal uw koets, als bruidegom, bekleden.1548
turnus
 
Vaarwel, doorluchte vrou, ik ga om u ter doodt,
1550
Of groet u, na den strydt, als troon- en echtgenoot.
lavinia
 
Neen, prinssen, blyft, en hoort. helaas! zy zyn geweeken.

Negende toneel

Lavinia, Sabine
sabine
 
GY kost hun harten niet beweegen door uw smeeken.
 
De liefde wet hun moedt en vyantschap, mevrou.1553
 
Zo wordt gy met het zwaardt verbonden door de trou.1554
1555
Twee helden, even groot van moedt en dapperheden,
 
Verstouten zich om u in 't lyfgevecht te treeden.
 
Uw schoonheidt strekt het wit, daar ieders hoop op doelt:
 
Daar gy de werking ook van hoop of vrees gevoelt.
[p. 105]
lavinia
 
Ik moet my van den strydt, hoe die verga, beklaagen:
1560
Myn waarde bloetverwant of minnaar wordt verslaagen.
sabine
 
't Gevoel van dit verlies is ongelyk, prinses.
 
U treft prins Turnus leet, maar niet als minnares.
lavinia
 
't Is waar, Sabine, ik min Eneas: uit zyn wezen1563
 
Zyn alle tekens van eene eedle ziel te leezen.
1565
Hy is die krygsheldt, die de magt van Griekenlandt
 
Tien jaaren wederstondt, en stuitte aan Xantus strandt:1566
 
Die, op 't bestrydent heir met Hektor uitgevallen,
 
De velden stapelde met lyken voor zyn wallen.
 
Hadt Priaam helden, als Eneas, voortgebragt;
1570
Nooit waar de gryze vorst in 't heiligdom geslacht:1570
 
Noch stondt de trotse muur van Ilium verheven,1571
 
En Azië zou noch de werelt wetten geeven.
 
Zo spreekt zyn vyandt zelf; en Diomedes hof,1573
 
Wel eer van haat bevrucht, gaat zwanger van zyn lof:
1575
Als vaders afgezant getuigde in 't wederkeeren.
 
Ik moet Eneas om zyn deugdt en daaden eeren,
 
En minnen; maar ik schrik voor dit gevecht.
sabine
 
Bedaar.
 
Gy zult uw bruidegom omhelzen na 't gevaar,
 
En van uw vaders handt voor 't echtaltaar ontfangen.
lavinia
1580
Ik zal, wanneer hy keert, met traanen op myn wangen,
[p. 106]
 
Den heldt ontmoeten, maar van dierbaar bloet bekladt.
sabine
 
En of prins Turnus quam verwinnaar in de stadt?1582
lavinia
 
Zwyg, onbedachte, gy vermoordt my door uw vraagen.
 
Ach! eindigde myn leet door 't einde van myn dagen,
1585
En mogt ik 't vuur van haat uitblusschen met myn bloet!
 
Ik zou in dezen staat, Sabine, welgemoedt
 
Den sabel kussen, en myn leden vrolyk buigen.
 
Dat kunt gy Goden, die myn hart doorgrondt, getuigen.
sabine
 
Hou moedt, en leeft.1589
lavinia
 
Kom, volg. laat ons in dit geval
1590
Met smart verwachten, wat ons d'uitkomst geeven zal.

Einde van het vierde Bedryf

1155dus verbaast: zo ontsteld.
1157Te zamenrotten: te hoop lopen.
1158naar Saturnus prachtig beeldt: nl. op de markt.
1162schudde 't hoofdt: ten teken van tegenzin in de voortzetting van de strijd; het zijn alleen de Latijnse soldaten die in opstand komen, niet de Rutuliërs onder Turnus; kneusde: verbrijzelde.
1163aan d'uitgehouwe steenen: nl. van het voetstuk van het genoemde beeld.
1166opgekrabde: opengekrabde.
1167losgeknoopte vlecht: teken van rouw.
1173waagt: siddert.
1175naare: droevige.
1189opgevloekt: door vervloekingen en bezweringen opgeroepen.
1191mishandelde: geplaagde.
1197stemt: stemt in met.
1201Drances: Latijns burger, tegenstander van een huwelijk van Turnus met Lavinia.
1202vroomen: dit woord drukt waarschijnlijk, tegenover de beschuldiging van Drances, uit, dat Turnus vrij is van schuld; het kan ook nog iets bevatten van de oude betekenis ‘moedig, dapper’.
1205Frygiaan: Trojaan, naar de Kleinaziatische streek Frygië.
1207Vergelijk echter regel 1349-51.
1214dodelyke: noodlottige.
1215uitgekeurde: voortreffelijke.
1220Ardea: Turnus' vaderstad, de hoofdplaats der Rutuliërs, gelegen ten zuiden van Latinus' rijk; Daunus: Turnus' oude vader.
1224Aan bloetverwanten: nl. aan Latinus zelf, immers Daunus' zwager.
1229moedeloos: zonder moed.
1241dat denkbeeldt van myn lof: het feest-sieraad gaf een ‘idee’, een afschaduwing van Turnus' roem.
1248naneef: nakomeling.
1250houdt hie uw dapperheidt bepaalt: stelt hier een grens aan uw dapperheid.
1259die vlam: vgl. de aantekening bij regel 99.
1261myn handel: mijn doen en laten.
1267omstandigheden: alles wat met die groote zaaken verband houdt.
1269-76Vergelijk Aeneïs, XII, 30-36.
1269de bloetverwantschap: nl. met Turnus.
1271reukeloos: roekeloos, onbedacht.
1272Het opgerecht verbondt: nl. met Eneas.
1273myn beschooren zoon: de mij door de goden toebedeelde schoonzoon.
1274aangetast: aangevallen.
1278bloetvriendt: bloedverwant.
1280voor: in plaats van.
1282zenuw: spier, hier fig., dus: spierkracht.
1284Arkaders: Evander was uit Arcadië in Griekenland afkomstig; zijn onderdanen evenzo.
1289den handel ... van 't geweer: de wapenhandel, het hanteren der wapens.
1297stem: sta toe; door dwang: noodgedwongen.
1301Gebliksemt: door onheilen getroffen; wal: hier: stad, nl. Laurentum.
1305In 't aanzien van: dicht bij.
1306straks: onmiddellijk.
1308vaanen: vendels, troepenafdelingen met een eigen vaandel.
1309lyfstaffieren: lijfwachten.

1315tot spoedt: ter bespoediging.
1316ontdekken: meedelen.
1317ô besluit! ô kracht van liefde en bloet!: Latinus' innerlijk wordt in beroering gebracht door twee tegengestelde krachten: enerzijds door het hem bekende besluit van het noodlot, anderzijds door zijn genegenheid voor Turnus als bloedverwant.

1327men: beleefdheidsvorm voor ‘gij’.
1330welvaart: geluk.
1331voort te zetten: door te drijven, te bevorderen.
1335't gevolg: de voortzetting.
1336Vergelijk de aantekening bij regel 136.
1337van: door.
1340beleezen: bepraten, tot andere gedachten brengen.
1343't Frygiaans geweer: het Trojaanse wapen.
1345-7Vergelijk Aeneïs, XII, 57-9.
1349gemeente: burgerij.
1352Maar hoe!: Turnus ziet Eneas naderen.
1353-4nu de tydt Van zyn beraadt alreê verscheenen is: vergelijk regel 768; ook bij de opvoering ligt er ongeveer een uur tussen regel 768 en 1353 (eenheid van tijd!).
1354verscheenen: verstreken, voorbij.
1361Rutulië: Turnus' rijk.
1366door 't geweer: met de wapens.
1367omtrent: bij.

1379in myn gemoedt bestreden: die (nu) in mijn gemoed wordt bestreden.
1400Sta af: blijf op een afstand; hier houd op!
1401haar verwoeden zin: haar door hartstochten gedreven gemoed.
1402van: door.
1403wiens: wier.
1405ontroerde: in beroering bracht; Trojes rampgenoot: Amate bedoelt Eneas' tochtgenoten.
1417verdoolde: verdwaalde (lett.), verdwaasde (fig.).
1420verwoedt: door razernij ingegeven; afgrijselijk.
1425Dan komt de voorspelling uit, die ik in mijn liefde wantrouw.
1427verheerlykt: toegejuicht.
1437Uw doodlyk nootlot: uw dood, als het noodlot die bepaald heeft.
1442vervolgt: voortduurt.
1445verwinnaar: als overwinnaar.
1446lykbus: urn.
1449verwoedt: door hartstochten bezeten.

1458dan: als.
1463Daar: terwijl.
1469Vergelijk de aantekening bij regel 840.
1475staffiers: lijfwachten.

1483bederf: ondergang.
1490de kling: het zwaard.
1492vast: onophoudelijk; reeds (?).
1495sluierkroon: koningskroon (Vondeliaanse term).
1499braveeren: overtreffen.
1500zelf over u: over uzelf.
1506De ziel zal braaken: zal sterven.
1508zelf: zelfs.
1512de reden: de rede, de redelijkheid (tegenover de driften, waardoor de beide helden zich naar Lavinia's mening laten leiden).
1517-8Eneas droeg zijn vader, Anchises, uit het brandende Troje.
1519't woedent lot: het toornende noodlot.
1525Bevredig u: sluit vrede.
1536tullebandt: hoofddoek, evenals de staf teken van de koninklijke waardigheid; willig: gaarne.
1537-40Kreüsa, Eneas' echtgenote, was bij de vlucht uit Troje plotseling verdwenen; toen Eneas haar ging zoeken, ontmoette hij haar schim, die hem voorspellingen deed over zijn verder leven (vgl. regel 1541-4).
1539Pyrrhus wreetheidt: Pyrrhus doodde Priamus.
1541zich vermaakt: geniet; 't zalig veldt: het Elysium, de Elyzeese velden, oord van eeuwige gelukzaligheid.
1543Hesperie: Italië.
1547stel uw hart te vreden: komt tot rust, leg u bij de zaak neer.
1548uw koets: uw bed.

1553mevrou: mijn vrouw; aanspreektitel ook voor ongehuwde dames van hoge afkomst.
1554Zo wordt gij in het huwelijk verbonden door middel van het zwaard.
1563wezen: gelaat.
1566aan Xantus strandt: aan de oever van de Xanthus, rivier bij Troje.
1570in 't heiligdom: Priamus werd bij zijn huisaltaar gedood.
1571Ilium: Troje.
1573Diomedes: ‘zijn vyandt’; vergelijk de aantekening bij regel 522.
1582of: indien; verwinnaar: als overwinnaar.
1589in dit geval in dit (smartelijke) gebeuren.
prepostterug  begin  verder