1158naar Saturnus prachtig beeldt: nl. op de markt.
1162schudde 't hoofdt: ten teken van tegenzin in de voortzetting van de strijd; het zijn alleen de Latijnse soldaten die in opstand komen, niet de Rutuliërs onder Turnus; kneusde: verbrijzelde.
1163aan d'uitgehouwe steenen: nl. van het voetstuk van het genoemde beeld.
1201Drances: Latijns burger, tegenstander van een huwelijk van Turnus met Lavinia.
1202vroomen: dit woord drukt waarschijnlijk, tegenover de beschuldiging van Drances, uit, dat Turnus vrij is van schuld; het kan ook nog iets bevatten van de oude betekenis ‘moedig, dapper’.
1205Frygiaan: Trojaan, naar de Kleinaziatische streek Frygië.
1317ô besluit! ô kracht van liefde en bloet!: Latinus' innerlijk wordt in beroering gebracht door twee tegengestelde krachten: enerzijds door het hem bekende besluit van het noodlot, anderzijds door zijn genegenheid voor Turnus als bloedverwant.
1353-4nu de tydt Van zyn beraadt alreê verscheenen is: vergelijk regel 768; ook bij de opvoering ligt er ongeveer een uur tussen regel 768 en 1353 (eenheid van tijd!).
1536tullebandt: hoofddoek, evenals de staf teken van de koninklijke waardigheid; willig: gaarne.
1537-40Kreüsa, Eneas' echtgenote, was bij de vlucht uit Troje plotseling verdwenen; toen Eneas haar ging zoeken, ontmoette hij haar schim, die hem voorspellingen deed over zijn verder leven (vgl. regel 1541-4).