terug  begin  verderprepost
[p. 125]

Op het treurspel van Eneas en Turnus,
door den heere Lukas Rotgans.*

 
O brave Dichter! gy verheerlykt met uw toonen1
 
Den schouburg aan het Y, naar Maroos heldendicht,2
 
't Zy daar prins Turnus voor Eneas wapens zwigt,
 
Of daarge Anchizeszoon vlecht laure- en mirtekroonen.4
 
 
5
Amate mag dien vorst met hare vloeken hoonen,
 
Als hy Lavinia tot kuische min verplicht.
 
De vaale nacht verstuift voor 't blakend zonnelicht,
 
En 't Nootlot komt zyn liefde en zuivre deugt beloonen.
 
 
 
O Rotgans! Febus zoon, den Zangberg toegewydt,9
10
Dank hebbe uw hooge geest in 't woekren van zyn' tydt,10
 
Om dit aaloude stuk ten schouburg op te voeren.
[p. 126]
 
Uw heldre klank vergoodt den grooten Mantuaan.12
 
Gy volgt hem aan 't gestarnt, met d'Agrippynsche zwaan:13
 
Dies d'Amstelnimfen u een kroon van paarlen snoeren.
 
 
 
F. HALMA.
*Dit sonnet is geplaatst achter de eerste uitgave van Eneas en Turnus van 1705. Het is van de hand van de uitgever van het treurspel, een vriend van Rotgans. Halma gaf in 1705 ook een afzonderlijke lofprijzing uit: Op het treurspel van Eneas en Turnus, Door den Heere Lukas Rotgans in dicht gebragt, en ten schouburge gevoert; Ondermengt met eenige Aanmerkingen over de Nederduitsche Taal- en Dichtkunde (ex. in de K.B. te Den Haag; Pamflet 15427); daarin noemt Halma Rotgans een zoon van Vondel.
1brave: vaardige, kloeke.
2Den schouburg aan het Y: de Amsterdamse schouwburg, waar Rotgans' treurspel werd vertoond; naar Maroos heldendicht: met stof, ontleend aan het epos van (Publius Vergilius) Maro.
4laure- en mirtekroonen: kransen voor zijn overwinning en zijn bruiloft.
9Febus: Phoebus Apollo, god van de poëzie; den Zangberg: de Parnassus, verblijfplaats van Apollo en de muzen.
10woekren: besteden.
12vergoodt: vergoddelijkt, geeft meerdere glorie aan; Mantuaan: Vergilius, uit de omgeving van Mantua afkomstig.
13d'Agrippynsche zwaan: Vondel, die Vergilius' werken in het Nederlands had vertaald.
prepostterug  begin  verder