Op Willem den Derden, Koning van Groot Britanje, Vrankryk en Yrlandt, Beschermer des Geloofs, enz. In Heldendicht beschreven door den HeereLukas Rotgans. - Famam qui terminat astris.
RYs nu vry hooger, dan uw Domkerk met haar tooren,
O Uitrecht! op den lof van uwen ingebooren,
Uw Zoon, Apolloos Zoon, die door zyn Neêrduitsch dicht
Uw Stadt en Statenhof onendig heeft verplicht.
Hoe bleef haar aandagt vaak als opgetogen hangen
Aan zyn beroemde Lier- zyn Zege- en Herders-zangen!
't Zy hy de dapperbeit geleidt in 't oorlogsvelt,
Of op het lantvermaak zyn zachte snaaren stelt,
Of helpt de Ryksvorstin bedrukt naar 't graf' geleien,
Een halve weerelt met haar volken aan het schreien,
Niet uitgelaaten wilt als 't ongestuimig ryk
Van zo veel dichters, maar zich zelven steets gelyk;