Dooden dans, Verbeeldende Een Bruydegom en Bruyd, Van Trouwen komende, Die door de doot, als Volg-dinaar, vergeselschapt worden. Vyf en-twintigste Plaat.
GOD heeft geboden dat men zig vermenigvuldigen
Zal; en de reden van zig over zulks te ontschuldigen,
Benomen: want hy schiep de man ten hulp een wyf;
En schip een lust in beide, om elk den ander 't lyf,
Tot zulks te geven; en behield die lust in beide,
Door 't maaken dat hen zulks tot groot vermaak gedyde.
't Ontbrak de groote God niet aan gelegenthyt,
Nog magt, nog midd'len, om gedurig, en altyt,
Uit mannen, zonder vrouw, meer menschen te doen komen:
Want zulks betoont hy aan het graan, de planten, bomen,
En ander aart-gewas, 't welk zo niet teelt; maar hier
Begeerde hy 't eenig en alleen op die manier:
Hy wilde dat een vrouw en man zig daar toe zouden
Ver-eenigen; of zo als 't nu genaamt word, trouden: