terug  begin  verderprepost
[p. 13]

Hoofdstuk I Orale literatuur

‘Dear friends, I could fill pages with more of those stories, but why don't you just decide to come to our island someday and get it first-hand from the older folks yourself? I think that would be more enchanting, don't you?’

C.E. Lopes Short History of St. Eustatius as told and Handed Down from Generation to Generation
‘Literatura papiá ta e forma mas bibu mas ekspresivo, mas realistiko di ekspreshon literario. Pasobra e papiá ta pone e kos skirbi o pensá, biba, vibra, kore mas lihe den nos bena. E kontakto ta mas direkto, mas yegá mas intimo.’

S. Silvanie Amigoe
[p. 14]

1499 Alonso de Ojeda passeert de Benedenwindse eilanden.
1513 De Spaanse conquistadores deporteren de bevolking van de onnutte eilanden.
1634 Nederlanders veroveren Curaçao op de Spanjaarden.
1641 De WIC begint de transatlantische slavenhandel, met Curaçao als centrum.
1648 De Vrede van Munster bezegelt de onafhankelijkheid van de Republiek.
1651 De eerste joden vestigen zich op Curaçao.
1705 Pastoor Schabel getuigt in zijn geschriften dat de bevolking ‘gebroken Spaans’ gebruikt.
1732 Prefect Caysedo bezigt de term ‘el idioma del pais’.
1740 Dominicus Dujardin legt zich ernstig op het ‘idioom van de negers en mulatten’ toe.
1750 De Curaçaose slaven komen in opstand.
1754 Mozes Maduro krijgt toestemming om zich als blanke kolonist op Aruba te vestigen.
1776 De paters franciscanen arriveren en hanteren het Papiamento al snel als kerkelijke taal.
Noord-Amerikaanse opstandelingen krijgen erkenning door middel van het eerste officiële Sint-Eustatiaanse saluut.
1781 Rodney plundert de ‘Golden Rock’ Sint-Eustatius.
1795 Op Curaçao vindt een grote slavenopstand plaats.
1802 William Carlyon Hughes gebruikt de aanduiding ‘Papiamento’ voor de volkstaal van de Benedenwindse eilanden.
1803 Een gerechtelijke getuigenverklaring is het oudst bewaarde Papiamentstalige document van Aruba.
1825 Martinus Joannes Niewindt laat een Papiamentstalige catechismus drukken.
1863 Op 1 juli vindt de emancipatie van de slavenbevolking plaats.
1886 De Amigoe gebruikt de term ‘cuenta di Nanzi’ in de betekenis van een leugenverhaal.
1899 A. Jesurun tekent voor het eerst enkele Compa Nanzi verhalen op.
1916 De Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië ‘vergeet’ de Antilliaanse literatuur te bespreken.
1942 Luc Tournier geeft in zijn tijdschrift De Stoep een ‘inleiding tot de literatuur van Curaçao’.
1947 N. van Meeteren maakt indruk met Volkskunde van Curaçao.
1952 N.M. Geerdink-Jesurun Pinto publiceert haar voor de radio vertelde Compa Nanzi verhalen.

[p. 15]

1955 Cola Debrot vat zijn visie op de ‘literatuur in de Nederlandse Antillen’ samen in het eerste nummer van zijn tijdschrift Antilliaanse Cahiers.
1971 Pierre Lauffer geeft Di Nos, antologia di nos literatura uit.
1976 P.A. Lauffer beschrijft de ‘historia di nos literatura’.
1977 Cola Debrot ontdekt in ‘Verworvenheden en leemten van de Antilliaanse literatuur’ een CNC-syndroom.
1979 Donald E. Herdeck publiceert zijn Caribbean Writers.
1980 Op Curaçao vindt het Fest-Antil plaats.
1982 Wycliffe Smith bespreekt de letterkunde van de Bovenwinden.
1983 Ds. W.J.H. Baart promoveert op de ‘Cuentanan di Nanzi’.
1985 Carel de Haseth verzorgt het lemma ‘letterkunde’ voor de herdruk van de Encyclopedie van de Nederlandse Antillen.
1988 Rose Mary Allen schrijft over de Curaçaose calypso.
1990 Indira Boelbaai publiceert een studie over de tambu.
1991 Ini Statia schrijft een nog ongepubliceerde studie over Antilliaanse orale literatuur.

prepostterug  begin  verder