begin  verderprepost
[p. 9]

Ten geleide

Weinigen zullen in 1935 beseft hebben dat met het verschijnen van de novelle van Colá Debrot Mijn zuster de negerin een nieuw tijdperk zijn intrede had gedaan in het land van de letteren. Een Antilliaan schreef in het Nederlands een verhaal dat door kenners als een meesterwerk werd erkend.

Wie globaal de ontwikkeling van de Nederlandstalige literatuur van de Nederlandse Antillen bijhoudt, weet dat er sindsdien veel werk van kwaliteit is verschenen. Ik weet nog hoe enthousiast ik was toen ik in 1957 in een extra dik nummer van Antilliaanse Cahiers de debuutroman Weekendpelgrimage van Tip Marugg las en toen twee jaar daarna De rots der struikeling van Boeli van Leeuwen verscheen. De bevestiging dat wij Antillianen in de Nederlandse literatuur blijvend een eigen plaats bezetten, kwam in 1973 met Dubbelspel, het debuut van Frank Martinus Arion dat in korte tijd in Nederland doordrong tot de top tien van literaire werken.

Zulke in het Nederlands geschreven boeken waren voor ons Antillianen een bewijs dat we ook in Nederland op literair niveau meetellen. Dit deed overigens niets af aan onze waardering voor onze eigen literatuur in het Papiamentu. Wel waren we blij dat de scholieren op de Nederlandse Antillen vanaf die tijd het werk van eigen schrijvers op hun verplichte boekenlijst konden zetten.

In Nederland zijn Antilliaanse romanciers als Frank Martinus Arion, Boeli van Leeuwen en Tip Marugg intussen geen onbekenden meer. Zij schreven alle drie in het Nederlands met behoud van een Antilliaans karakter dat toch zoveel universeels bezat dat het lezers én op de Nederlandse Antillen én in Nederland aansprak. In dagbladen en tijdschriften zijn recensies en beschouwingen over hun romans gepubliceerd. Frank Martinus Arion kreeg zelfs de Van der Hoogtprijs voor zijn roman Dubbelspel. Boeli van Leeuwen ontving de Vijverbergprijs voor zijn De rots der struikeling en Tip Marugg werd voor zijn roman De morgen loeit weer aan genomineerd voor de AKO -prijs. Bovendien ontvingen Boeli en Tip op de Nederlandse Antillen de Colá Debrot-prijs.

Het besef dat deze Antilliaanse romans ook in Caribisch perspectief gezien moesten worden, drong het eerst door bij de recensenten van de Nederlandse Antillen. Zij vormden een kleine, maar zeer betrokken groep die de eigen waarde van de eigen stem van de literatuur van de Nederlandse Antillen met overtuiging en bij herhaling onderstreepten.

[p. 10]

Het is de grote verdienste van Maritza Coomans-Eustatia dat zij het initiatief heeft genomen een boekwerk te verzorgen dat het werk van de drie genoemde auteurs vanuit die verschillende visies benadert. Zij is erin geslaagd veertig nog niet eerder verschenen artikelen bijeen te brengen van een dertigtal schrijvers en schrijfsters van velerlij pluimage. Van literaire zijde werd de redactie versterkt met Wim Rutgers.

Vanuit een verscheidenheid aan interessegebieden worden de werken aan een onderzoek onderworpen, waarbij men als lezer telkens weer verrast staat over de veelzijdigheid van de besproken werken.

Deze bloemlezing wordt voltooid met biografieën en uitvoerige bibliografieën van en over de behandelde auteurs, samengesteld door de initiatiefneemster, Maritza Coomans-Eustatia. Daarbij geassisteerd door haar echtgenoot dr. H.E. Coomans, destijds (1957-1960) directeur van de ‘Stichting Wetenschappelijke Bibliotheek’ op Curaçao.

De vele illustraties in dit fraai uitgegeven boek van uitgeverij de Walburg Pers te Zutphen getuigen van grote speurzin naar interessant materiaal voor een dergelijk werk. Daardoor is dit boek niet slechts een must geworden voor de ware liefhebber, maar hoort het ook thuis in de schoolbibliotheken; het lijkt me een uitvoerige bron van informatie voor de leerlingen die dieper willen ingaan op de letterkundige werken die zij lezen. In 1977 komt Colá Debrot aan het eind van zijn artikel Verworvenheden en leemten van de Antilliaanse literatuur tot de conclusie:

Het is intussen welhaast een wonder dat zulke betrekkelijk kleine bevolkingsgroepen zo een opvallende literatuur hebben voortgebracht. Zij heeft ongetwijfeld haar leemten, wij kunnen daar rustig voor uitkomen. Zij heeft ook haar verworvenheden, wij mogen haar licht niet onder de korenmaat zetten.

De uitgave van dit boek is een geslaagde poging de waarde van de Nederlandstalige literatuur van de Nederlandse Antillen voorgoed in het daglicht te plaatsen.

Een woord van oprechte dank aan de samenstellers en de uitgeverij van dit rijke boek is hier zeker op zijn plaats.

 

Edsel A.V. Jesurun
Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen

 

's-Gravenhage, maart 1991

prepost  begin  verder