terug  begin  verderprepost
[p. 285]

Wim Statius van Eps
Van Silvio naar Tip Marugg

Het moet voor Tip Marugg - ik zal deze voornaam gebruiken, maar in die tijd noemden wij hem Silvio - geen makkelijke tijd zijn geweest. Tenslotte was hij de enige protestant onder allemaal katholieke klasgenoten, en vooral de fraters-onderwijzers moeten bij hem bijzondere emoties hebben opgewekt. Hij praatte daar nooit over, want als regel zei hij niet veel: verlegen, gesloten, maar buitengewoon intelligent. Een protestant op het St. Thomas College werd getolereerd. Misschien hadden de fraters een kleine hoop op een bekeerling. Bij catechismus lessen werd Tip uit de klas gestuurd. Hij ging niet mee naar de St. Anna-Kerk - om de 2 weken - om te biechten. Voor ons katholieken was dat een verplichting, wat ons toch enigszins jaloers maakte. Wij vonden dat biechten iets verschrikkelijks en verzonnen vaak niet gepleegde of zelfs niet bestaande zonden om iets in de biechtstoel te kunnen zeggen.

Het is een voor de hand liggende vraag hoe deze toestand van ‘niet katholiek zijn’ en zo behandeld te worden voor een jongen van die leeftijd, zijn leven en denken beïnvloed heeft. Maar zoals reeds gezegd, hij praatte daar niet over; Tip sprak weinig. Toen hij de lagere school en MULO doorliep had men toen al het gevoel, dat hij een heel bijzonder mens was? Want wat hij niet uitsprak, kon hij wel opschrijven. En hij produceerde de mooiste opstellen, die trouw door de frater werden voorgelezen, en behaalde hiervoor altijd de hoogste punten. Waar zouden deze opstellen gebleven zijn? Het waren juwelen!

Onze vriendschap - die zoals elke vriendschap groeit uit elementen, die ongrijpbaar en onbeschrijfbaar zijn - kreeg mede steun door twee factoren.

Wij hadden beide grote bewondering voor twee fraters - frater Serapion van de 7e klas en frater Franciscus van de negende klas - die prachtige lessen gaven in geschiedenis en de Nederlandse taal- en letterkunde. Dit inspireerde ons tot lezen. Het enthousiasme van deze twee docenten werd voor Tip en mij het onderwerp van gesprek.

De tweede factor die ons bond was het feit, dat wij van Otrobanda waren. Ik logeerde vaak bij familie in de Frederikstraat en Tip woonde twee terrassen hoger op de Witteweg te Quinta. Wij liepen samen van school naar huis, soms via het Brionplein waar wij op een bank met uitzicht over de Annabaai bleven praten over school en boeken.

[p. 286]

Vele jaren later - Tip had toen al naam gemaakt als schrijver en ik had mij gevestigd in de Hoogstraat niet ver van Quinta en Frederikstraat, kwam hij een avond praten. Twintig jaren waren voorbij gegaan zonder elkaar te hebben gezien. Hij was niets veranderd en ons gesprek verliep zoals vroeger. Maar nu was hij niet meer geremd door verlegenheid en sprak veel over zijn boeken, over de enorme bevrediging die het schrijven hem schonk, over de boeken die hij nog van plan was te gaan schrijven. En tenslotte gaf hij een bloemrijke uiteenzetting over de Nederlandse taal: ‘de prachtigste taal die er bestaat en de mooiste taal om in te schrijven’.

Het was een bijzondere avond, dat weerzien. Bij het afscheid nemen zei hij: ‘Weet je nog dat wij, pratend op de bank op het Brionplein, met elkaar hadden afgesproken om later boeken te gaan schrijven? Ik heb mij aan de afspraak gehouden, maar waar zijn jouw boeken?’

 

Terugkijkend op die periode van zijn en mijn leven heb ik mij weleens afgevraagd of onze gesprekken in de geografisch zeer beperkte driehoek - St. Thomas College, Quinta en Brionplein op Otrobanda - van invloed zijn geweest op onze verdere carrières. In ieder geval ben ik zeer onder de indruk van zijn enorme fantasie en creativiteit, die mij slechts langzaam duidelijk zijn geworden, want hij was op school verlegen en gesloten. Zijn boeken laten aan duidelijkheid op dit gebied niets, te wensen over. Een schrijverschap dat zich naar een hoogtepunt heeft ontwikkeld in De morgen loeit weer aan.

prepostterug  begin  verder