terug  begin  verderprepost
[p. 365]

Karen Hollander
Twee keer Tip Marugg

Toen ik in de 5e klas van het VWO kennis maakte met de Antilliaanse literatuur, stuitte ik onvermijdelijk op de boeken van Tip Marugg. Het was een interessante en verbazingwekkende ervaring. Interessant, want wie zal ontkennen dat het lezen van het oeuvre van Marugg geen belevenis op zich is, en vooral voor mij omdat Tip Marugg mijn oudoom is. En dàt maakt het zo verbazingwekkend. Want toen ik na zijn boeken te hebben gelezen mij ging verdiepen in de interviews met hem en de recensies over zijn boeken, kwam er een heel ander beeld van Tip Marugg naar voren dan de ‘oom Tip’ die ik ken. Een ander opvallend feit was dat bepaalde onderwerpen telkens opnieuw door de publicisten aan de orde werden gesteld. Deze ontdekkingen wekten voldoende belangstelling bij mij op om een onderzoek te verrichten naar de wijze waarop Marugg door de journalisten wordt afgeschilderd en deze te vergelijken met mijn ervaringen met hem.

Hiertoe ben ik als volgt te werk gegaan. Ik heb 8 willekeurige publikaties doorgelezen en de diverse onderwerpen die ter sprake kwamen aangekruist. Deze onderwerpen heb ik gerangschikt zoals in het schema op pagina 366 is afgebeeld. Verticaal staan de namen van de acht journalisten van wie ik een artikel heb gebruikt en de naam van het blad waarin het gepubliceerd werd. Horizontaal staan de 13 onderwerpen die vaak voorkomen. Elk getal in het schema geeft aan hoeveel maal in een bepaald artikel het betreffende onderwerp ter sprake gekomen is. Na de inventarisatie en bespreking van het materiaal volgen enkele van mijn ervaringen met Tip Marugg. Na een confrontatie van ‘de twee Maruggs’ zal ik pogen tot een voorzichtige conclusie te komen. Daarbij zullen ook uitspraken worden betrokken die Marugg gedaan heeft tijdens een gesprek dat ik in mei 1990 met hem heb gevoerd.

 

Uit het schema blijkt dat de onderwerpen drank, dood, kluizenaarschap en nacht veruit het meest ter sprake zijn gekomen. Het onderwerp drank komt 31 keer voor in zeven artikelen. De indruk wordt gewekt dat Marugg nooit echt nuchter en nooit echt dronken is en vanaf het moment van ontwaken naar de fles grijpt. Hij heeft de alcohol nodig om het leven leefbaar en afwisselend te maken.

Uit het interview met Hans J. Vaders citeer ik: ‘Drinken is een middel

[p. 366]

Woning Kluizenaar Honden Drank Nacht Dood Religie Macho motief Vrouw Natuur Papiaments Kassieke Muziek Boeken
Gerard Heijnen                            
(recensie) 1 2 1 1 1                 5
Diepzee                           onderwerpen
4 april 1986                            
Alle Lansu                            
(recensie)   2 1 10 7 5 2             6
Het Parool                           onderwerpen
17 maart 1988                            
H.M. v.d. Brink                            
N.R.C. 1 2 4 6 2 1 3 1           8
2 augustus 1985                           onderwerpen
Jos de Roo                            
(recensie)   3   3 2 3 1 1   1       7
Trouw                           onderwerpen
10 maart 1988                            
Bert Kuypers                            
(recensie)   1 2 2 1 2               5
Haarlems Dagblad                           onderwerpen
10 maart 1988                            
H.J. Vaders                            
(interview) 1 2   6 3 7 5 1 2         8
Beurs en Nieuwsberichten                            
21 juni 1979                            
K.L. Poff                            
(recensie)   1 1 3 2 3       1       6
N.R.C.                           onderwerpen
19 april 1988                            
P. Walter                            
(interview) 2 9 3     2   1 3 1 1 2 1 10
NAPA                           onderwerpen
9 september 1989                            
  5 22 12 31 18 23 11 4 5 3 1 2 1  
  maal maal maal maal maal maal maal maal maal maal maal maal maal  

[p. 367]

om jezelf te zijn, compleet te zijn. Iemand die nadenkt over het leven, iemand die zijn eigen feiten kent heeft alcohol nodig’.

De dood wordt 23 keer besproken in zeven publikaties. Marugg wordt afgeschilderd als iemand die een doodsverlangen koestert. Er wordt gesuggereerd dat hij, net als de hoofdpersoon in zijn laatste boek, een pistool in zijn nachtkastje heeft liggen (zie het citaat uit Het Parool dat hierna volgt).

Over het kluizenaarsbestaan van Marugg (22 keer in acht artikelen) is de mening van de critici unaniem: Marugg is een man die het liefst afgezonderd van zijn medemensen leeft in zijn afgelegen woning op Pannekoek en zijn rust en eenzaamheid erg op prijs stelt. Zo schrijft Vaders: ‘Tip Marugg heeft zich zijn gehele leven tot nu toe in een zelf-geschapen duisternis gehuld. Altijd bewust op de achtergrond, publiciteitsschuw, wars van contacten hem door de verontrustende buitenwereld opgedrongen’.

Ook de nacht is een veelbesproken kwestie: 18 keer in zeven artikelen. Marugg zou zich 's nachts het prettigst voelen en daarom ook een groot deel van zijn leven 's nachts doorbrengen. Hij vult de nachten met het schrijven van gedichten en boeken, waarvan verreweg het grootste deel in de vuilnisbak verdwijnt.

Het onderwerp honden wordt ook verrassend vaak aangehaald: 12 keer in zes artikelen. De honden worden door de critici beschreven als zeer kwaadaardige wezens, maar er wordt ook nadruk op gelegd dat deze honden de enige huisgenoten van Marugg zijn.

Wat de religie betreft, die 11 keer voorkomt in vier artikelen, is Marugg onzeker. Hij leest de Bijbel, maar vooral om de rijkdom aan taal. ‘De ene dag ben ik diep gelovig, de volgende dag ben ik atheïst. Misschien is er wel ergens een Schepper, maar ik ben niet overtuigd van zijn aanwezigheid’ (Beurs & Nieuwsberichten 21-06-1979).

Over vrouwen blijkt Marugg een uitgesproken mening te hebben. ‘Vrouwen staan voor ons Antillianen op een voetstuk en dus kijk je er tegen op. Maar je moet haar wel duidelijk laten weten dat jij haar man bent: het Macho-motief.’ (Ñapa 9-9-1989). Deze mentaliteit blijkt ook uit het interview met Hans Vaders, waarin Marugg verklaart: ‘God spreekt Adam in het Paradijs als DE MENS aan. Tegenover Eva heeft hij het over DE VROUW. Met andere woorden: de man is compleet, de vrouw is een complement van de mens’.

De resterende onderwerpen worden door de critici beschouwd als liefhebberij van Tip Marugg.

 

In de man die hier beschreven wordt, herken ik echter niet ‘Oom Tip’. Tijdens de korte periode dat hij bij ons woonde (juni 1975-januari 1976),

[p. 368]

heb ik de gelegenheid gehad ‘mijn oom Tip’ wat beter te leren kennen. Natuurlijk zijn er toen ook grappige voorvallen geweest die ik hier wil vermelden ter illustratie van de Tip Marugg zoals ik hem ken.

Zo gaat er nog steeds een verhaal dat oom Tip en ik vanaf zijn étage naar de voorbijrijdende auto's in het spitsuur zaten te kijken. Op een gegeven moment zei hij tegen mij: ‘Kijk daar eens Karen, wat een lange rij auto's daar staat!’ En mijn antwoord daarop: ‘Dat heet een file hoor, oom Tip.’ Kunt u het zich voorstellen, een klein meisje van drie turven hoog die een bekende schrijver Nederlandse les geeft? Hij vond het ook leuk om mij te verwennen en omdat hij zelf ook een enorme zoetekauw is, had hij altijd een pak muisjes klaar staan. En dan kwam ik met een leeg borrelglaasje naar hem toe: ‘Ook Tip, mag ik wat muisjes?’ Die kreeg ik dan, tot groot verdriet van mijn moeder die aan de tandartsrekening dacht. (Hiervan is trouwens ook de bijnaam afkomstig die ik van hem kreeg: ‘muisje’.)

Mijn allereerste herinneringen gaan ook terug naar oom Tip. Ik kan me nog haarscherp het moment voor de geest halen dat ik wakker werd in het bed van mijn ouders. Mijn vader en mijn moeder, die hoogzwanger was, stonden in de deuropening en vader zei: ‘Wij gaan even naar de kraamkliniek, maar oom Tip blijft bij je’. Ik draaide me om en zag dat oom Tip naast me stond.

Heel grappig is de anekdote over oom Tips kookkunsten. Hij zou wel eens een salade voor ons gaan klaarmaken. De tomaatjes waren al in schijfjes gesneden en je had het gezicht van mijn moeder eens moeten zien toen hij die schijfjes onder de kraan aan het uitspoelen was. Vanwege de pitjes ...

 

Leuke belevenissen dus, waaruit helemaal niet blijkt dat ik te doen had met een ‘eenzame kluizenaar’. Ook de drinkgewoonten van Marugg heb ik anders ervaren. Natuurlijk heb ik hem wel eens samen met mijn vader gezellig een borrel zien nemen, maar dat hij nooit nuchter zou zijn kan ik niet beamen. Evenmin kan ik me voorstellen dat oom Tip tot diep in de nacht op onze stoep heeft zitten peinzen over de zin van zijn bestaan. Wat betreft zijn vermeende doodsverlangens kan ik moeilijk een mening geven gezien mijn toenmalige leeftijd.

Nu betekent het feit dat ik een andere Tip Marugg in herinnering heb, uiteraard niet dat het beeld dat in de interviews wordt geschetst, helemáál niet klopt. Het staat buiten kijf dat hij in de namiddag en 's nachts - dus niet de gehele dag - drank gebruikt om in een bepaalde toestand te geraken. Hij schrijft dan niet aan zijn romans, maar maakt notities die hij de volgende dag, als hij núchter is, uitwerkt. Daarnaast leest hij veel en lost cryptogrammen op. Marugg prefereert de nacht, omdat je dan de dingen

[p. 369]

die je liever niet wilt zien, kunt vergeten; het nadeel van de dag is dat je alles dan veel scherper ziet. Over de veelbesproken dood merkte Marugg het volgende op:

Iedereen denkt wel eens aan de dood, het is waarschijnlijk het vreselijkst dat er bestaat, alles is weg. Maar hoe ouder je wordt, ik dacht dat het mij nooit zou overkomen, hoe meer je aan de dood begint te denken. En het is normaal, als je schrijver bent, dat zoiets dan tot uiting komt in je boeken. Maar in die artikelen hebben ze het niet alleen over de dood, ook over zelfmoord. (mei 1990)

Het is de ik-figuur in Maruggs romans die met de gedachte aan zelfmoord speelt of daartoe overgaat. Hijzelf wil voorlopig nog niet sterven, ‘omdat hij nog zoveel mooie dingen te doen heeft.’ En over het kluizenaarschap:

Dat hebben journalisten uitgevonden. Aan de ene kant is het, vanuit het oogpunt van een normaal mens, wel waar, iemand zondert zich niet zo volledig af. Maar om mij kluizenaar of heremiet met zulke koppen in de krant te noemen...
Maar het is goed dat zo'n mythe bestaat, alle schrijvers moeten een beetje iets geheimzinnigs, ietsje van mystiek hebben, het is goed voor public relations, (mei 1990)

Het beeld van Marugg in de door mij geanalyseerde publikaties is dus weliswaar geen compleet vals beeld, maar het een en ander wordt door de interviewers wel overdreven, alleen al door de buitensporige aandacht die aan bepaalde aspecten wordt besteed. Het resultaat is te vergelijken met een overbelichte foto, die in ieder geval niet representatief is voor de periode waarin ik Tip Marugg van nabij heb meegemaakt.

Vervolgens kan de vraag worden gesteld waarom men zich in publikaties en interviews veelal tot de ‘hot items’ beperkt. In ieder geval niet, omdat Marugg zelf daar in gesprekken op aanstuurt:

Ik heb alleen maar vragen beantwoord. Deze onderwerpen komen ook in mijn boeken voor. Het is omdat ze in mijn boeken voorkomen dat ze die vragen stellen.

Nu is er niets op tegen een gesprek te voeren met een auteur op basis van de thematiek in zijn boeken, integendeel! Het lijkt mij echter niet juist om in de neerslag van dat gesprek de grens tussen fictie en werkelijkheid te doen vervagen en (stilzwijgend) de persoon van Marugg te vereenzelvigen met de ik-figuur uit zijn romans. En dat gebeurt, ook in besprekingen van Maruggs werk. Men leze bijvoorbeeld wat Lansu in Het Parool schrijft:

Veel is er over Tip Marugg niet bekend. Maar uit het weinige dat wij wél van hem weten kan met een gerust hart worden afgeleid dat de ‘ik’ uit Weekendpelgrimage niemand anders is dan de schrijver zelf.
[p. 370]
Hetzelfde geldt voor de ‘ik’ uit De morgen loeit weer aan, een man van ‘gevorderde leeftijd’ die de buitenwereld de rug heeft toegekeerd en zich in gezelschap van zijn vier honden, een immer aanwezige drankvoorraad en een pistool op zijn nachtkastje heeft teruggetrokken op een tamelijk afgelegen plek van het eiland.

Tot slot een interessant detail. De persoon die in zijn gesprek met Marugg de meeste onderwerpen aansneed, Pablo Walter, is tevens de enige Antilliaan in het gezelschap. Toen ik naging wat voor andere zaken de heer Walter dan ter sprake bracht, bleek het dat deze van persoonlijker aard waren, zoals de favoriete literatuur en muziek van Marugg. Voorts bleek dat twee van de populairste onderwerpen (drank & nacht) niet aan bod kwamen. Ik vroeg me af of dit toeval was of dat Marugg zich vrijer had gevoeld, omdat hij met een eilandgenoot te maken had. Dit laatste bleek niet het geval te zijn, aldus Marugg:

Nee, ik heb gewoon vragen beantwoord, ik heb nergens heen gepushed. Meneer Walter kwam gewoon met andere vragen en die heb ik gewoon beantwoord. De andere journalisten hebben vragen gesteld die gebaseerd zijn op wat ik geschreven heb. Want die Nederlandse journalisten kennen mij helemaal niet, dus toen ze kwamen, kwamen ze met het laatste boek in hun hoofd. (mei 1990)

De vraag waarom ook minder geijkte kwesties ter sprake kwamen in het gesprek tussen Marugg en Walter was daarmee nog niet geheel beantwoord. De enige persoon tot wie ik me kon wenden om een bevredigend antwoord te krijgen was natuurlijk Pablo Walter zelf. Desgevraagd antwoordde de heer Walter (juni 1991) dat hij, toen hij zijn missie ondernam, er niet veel vertrouwen in had in contact te kunnen komen met Tip Marugg. Hij was dan ook geheel overrompeld door Marugg die een heel vriendelijk en bescheiden persoon bleek te zijn. Walter leerde Marugg kennen als een fijn mens en niet als een eenzame schrijver. Het gesprek kreeg daardoor een heel andere wending en zijn zorgvuldig samengestelde vragenlijstje bleek overbodig.

Volgens de heer Walter is het verschil tussen zijn interview en dat van de anderen te zoeken in het feit dat hij, door de verrassing, Tip Marugg benaderd heeft als mens, terwijl de andere critici waarschijnlijk op zijn boeken zijn afgegaan en aan de hand daarvan vragen hebben gesteld.

 

Ook het bovenstaande kan weer bevestigen dat het beeld van Marugg dat geschetst wordt door de publicisten grotendeels gebaseerd is op de hoofdpersonen die door Marugg zijn gecreëerd in zijn diverse boeken.

prepostterug  begin  verder