Als men in Staphorst de revolutie wil prediken, zal men toch eerste de tale Kanaäns moeten leren. Deze ‘oerwet’ heeft Frank Martinus Arion destijds als student Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam zeer ter harte genomen, getuige het koekje van eigen deeg, dat hij de Europees geschoolde lezer in Dubbelspel opdist.
Je kunt deze culturele roman op veel niveaus lezen maar één aspect van Dubbelspel is mijns inziens stelselmatig onderbelicht gebleven: het feit dat de sluwe Frank Martinus Arion de Europese cultuur met het eigen literaire zweepje om de oren slaat of erger nog: belachelijk maakt. Hij leent de literaire wapens van het Avondland om het primaat van de Antilliaanse cultuur te vestigen.
Nog nooit is er in de Nederlandstalige literatuur een roman verschenen die de zaken zo zwart-wit heeft weergegeven, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin. Achter de façade van een ‘volks’ spelletje domino worden de tegenstellingen tussen de Europese en de Antilliaanse/Afrikaanse cultuur slag voor slag uiteengerafeld. De dominomatch in Dubbelspel is het zinnebeeld voor de botsing tussen de zwarte en de blanke cultuur. In het personage van de pikzwarte deurwaarder Manchi Sanantonio, een van de vier deelnemers aan het spelletje domino, krijgt de teloorgang van de cultuur van de blanke overheersers gestalte. Manchi's levensdoel is: Europeaan worden. Zijn zwarte kleur kan hij niet afleggen maar, meent hij, door hard te werken kan hij als arme zwarte even ver komen als een blanke. ‘Als je maar wilt en je hersens gebruikt’.
Oud-varensgezel Janchi Pau is in Dubbelspel de meest geprononceerde tegenstander van Manchi. Janchi, in het begin van de roman nog een notoire losbol en vrouwenjager, zal zich in het verloop van de domino-match ontwikkelen als de antipode van Manchi, vooral in cultureel opzicht. In Arions roman komen geen blanke slavenmeesters voor. Daarvoor in de plaats komt de zwarte Manchi. Zijn gedrag refereert voortdurend aan de overheersers van weleer, aan de oude Europese cultuur. In feite is de potsierlijke deurwaarder, die zo graag rechter wil worden, het personage waarin alle kenmerken van die cultuur convergeren. Zijn gedrag en zijn
verschijning zijn nagenoeg identiek aan die van de vroegere blanke slavenmeesters, de protestant blanku. Voortdurend wordt de lezer daarop gewezen. Manchi is in tegenstelling tot het merendeel van de zwarte bevolking niet katholiek, want dat vindt hij maar een ‘typische slavengodsdienst’. Neen, Manchi is protestant want dat is de godsdienst van de nakomelingen van de slavenmeesters.
Met zijn mooie maar belachelijk grote huis wil Manchi alle andere huizen in de buurt in de schaduw stellen. En wat is volgens Manchi een mooi huis? Dat is een huis ‘mooier (...) dan huizen die gebouwd waren door een van de machtigste olieraffinaderijen ter wereld’. De Nederlandse Shell dus. De inspiratie voor zijn woning heeft hij opgedaan van een oude prentbriefkaart van de huizen in Capri, de fameuze Italiaanse cultuur dus. Zijn meubilair heeft hij, in navolging van de Hollandse substituut-officier van justitie, speciaal uit Denemarken laten komen. Dit in weerwil van de voorkeur van Solema, zijn zwarte vrouw, voor oude Curaçaose meubelen.
Manchi, die tevergeefs zijn kroeshaar met veel vet strak naar achteren tracht te kammen, ziet in zijn in Europa geschoolde vrouw in de eerste plaats een exponent van de Europese cultuur. Zij verhoogt derhalve zijn status. De wijze waarop hij haar behandelt, is die van de heer ten overstaan van een horige. Solema moet Manchi voor elke maaltijd een briefje van vijf toeschuiven (de prijs van een ‘goedkope hoer’), omdat Manchi zijn vrouw jaren geleden eens op overspel betrapte. De deurwaarder constateert met voldoening dat sommige mensen hem de titel ‘shon’ toedichen. In de slaventijd was dat de aanspreektitel van de blanke meester en later ‘de aanspreektitel voor alle personen die men respecteert en als van hogere sociale rang erkent’ (Encyclopedie van de Nederlandse Antillen, 1969, pag. 508).
In zijn verlangen nog meer ‘Europees’ aanzien te verwerven, drijft Manchi steeds verder weg van zijn eigen zwarte cultuur. Terwijl hij slag op slag verliest, dagdroomt hij over een weekendhuis op Westpunt, want daar zit ook de blanke high-brow van het eiland. Hij wil ook stoppen met het volkse domino-spel - dit is het laatste spelletje - en zich op bridge en canasta gaan toeleggen.
Tegen het einde van de match gaan zijn waandenkbeelden volledig met hem op de loop. Hij valt ten prooi aan schizofrenie en beeldt zich in rechter te zijn, zijn grote ideaal. En dat is natuurlijk geen toeval, zoals geen schoen, piano of briefje van vijf toeval is in deze roman. Het beroep van rechter is voor Manchi een sublimatie van het beroep van de blanke slavenmeester.
In de loop van het spelletje domino wordt duidelijk dat Manchi ‘verschrikkelijk fout’ zit. Manchi Sanantonio is door Arion op een slimme ma-
nier neergezet als ‘lachspiegel van de Europese cultuur’. Hij krijgt ongenadig op zijn falie van de zwarte cultuur.
De grootste fout die Manchi maakte, is dat hij verkeerd heeft gekozen. Hij kiest niet voor de eigen cultuur, zoals Janchi Pau en Solema, maar voor een onbereikbaar, niet toereikend ideaal: de egoïstische Europese beschaving. Niet voor niets omarmen twee pianoscenes het eigenlijke verhaal. In het begin van Dubbelspel tracht Manchi op de piano een liedje te spelen. ‘Het was verschrikkelijk fout’. Op het einde van het verhaal, na het domino-echec, zit de zwarte deurwaarder weer achter de piano. De derde toon van ‘Au clair de la lune’ (is er een on-Antilliaanser lied te bedenken?) is fout. Manchi beseft zijn totale mislukking en schiet zich door het hoofd. Hij sterft aan het symbool van de verkeerde cultuur.
Zo verliest Manchi's Europese individualisme het van Janchi's liefde en gemeenschapszin, een typisch Antilliaanse eigenschap volgens Solema.
Mooi, die symboliek van het spelletje domino. Manchi merkt niet dat tijdens de match de poten onder zijn stoel worden weggezaagd, net als bij de tsaar in een van de motto's voorin het boek: ‘When he lost an Empire he hardly noticed it’. En ook de koloniale Spanjaarden gingen indertijd al dominospelend tenonder. ‘Domino is een gevaarlijk spel: Het is aan een dominotoernooi te wijten dat de Hollanders in 1625 het onneembaar geachte fort “El Moro” op Puerto Rico op de Spanjaarden wisten te veroveren.’. Alles past in elkaar in deze roman.
Eindstand zwarte cultuur-Europese cultuur: 10-0.
Het leukste van Dubbelspel is dat Arion de Europese cultuur met de eigen literaire wapens kastijdt. Hij bedient zich van traditionele, Europese verteltechnieken om zijn gelijk te halen. Op de eerste pagina wordt de lezer verwelkomd door een gezellig-ouderwetse, negentiende-eeuwse auctoriële verteller, die ons kennis laat maken met het dorpje Wakota, de plaats waar het historische partijtje domino zich die zondagmiddag zal afspelen. ‘Men zal zich daar nog herinneren, dat voor kort vier mannen in deze wijk elke zondagmiddag een partijtje domino speelden bij het huis van één hunner: Boeboe Fiel.’ Vervolgens worden de hoofdrolspelers van de roman een voor een uitvoerig geïntroduceerd.
De verteller lijkt zich in de handen te wrijven: houdt u vast lieve lezer, er gaat een spannend avontuur volgen, het verhaal van ‘een verbazingwekkend wereldrecord’.
Daarna treedt de vertelinstantie terug, om aan het einde van de roman, in Naspelen, weer terug te keren als auctoriële ik-verteller. Het hele verhaal blijkt dan een verslag te zijn geweest dat de ik, free-lance rechtbankverslaggever, in opdracht van de rechter over de moordpartij in Wakota heeft geschreven. Een vergelijking met de bekende negentiende-eeuwse fictie van het gevonden manuscript dringt zich op. Frank Martinus heeft niet voor niets Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd.
Nog meer knipogen naar de literatuur van het Avondland. Je zou Dubbelspel ook als een eigentijds mirakelspel kunnen zien. Er wordt immers een wonder gedramatiseerd, het wonder van een verbazingwekkend wereldrecord en het wonder van een wonderbaarlijke bekering, die van Janchi Pau: van losbol tot idealist.
De roman is keurig in bedrijven verdeeld met een soort van toegift in de vorm van ‘naspelen’ (de reien?). Als in het klassieke drama hangt Arion het postulaat van Aristoteles' eenheden van tijd (mijn uitgave van Dubbelspel telt nota bene exact 365 pagina's! - kan dat nog toeval zijn?), plaats en handeling aan. Je kunt de roman ook gemakkelijk uiteenleggen in de vijf bedrijven van het klassieke drama. De expositie (waarin het dorpje Wakota en de hoofdrolspelers worden voorgesteld), de intrige (het spelletje domino en het dubbelspel dat de spelers met elkaars vrouwen spelen), de climax (de opeenvolgende overwinningen van Janchi), de catastrofe (Chamon steekt Boeboe neer) en de peripetie (de afwikkeling in Naspelen). Alles zit netjes op z'n plaats. Bovenstaande technieken zijn door Frank Martinus Arion met een weloverwogen en vooropgezet doel gehanteerd. ‘In het schrijven als ik doe, zit een strategie ...’, zegt Frank Martinus Arion in een interview. ‘(...) ik hanteer bekende middelen en zo kom ik rustig bij de burger binnen om hem te bombarderen met nieuwe inzichten over de lagere klasse.’ Slimme Arion: om de bittere pil van de boodschap (‘weg met de Europese en leve de Antilliaanse cultuur’) zit een suikerzoet laagje literair vernis. Om de Europese lezer het slikken te vergemakkelijken. En zo gooit Arion met Dubbelspel de deur van het tijdperk van de blanke retrospectanten Debrot, Van Leeuwen en Marugg, het tijdperk van de monomane getuigenis-literatuur, met een geweldige klap in het slot.