Bibliografie:
| Th. Coopman, Lenteliederen, ‘Met platen door Albrecht Dillens’, Gent-Dendermonde-Antwerpen 1876, ongepagineerd |
| Gedichten en gezangen, ‘Met eene inleiding van Emanuel Hiel & twee etsen van Albrecht Dillens’, Antwerpen-Gent-Amsterdam-Leipzig 1879 |
| 1830-1880, Onze dichters, ‘Eene halve eeuw Vlaamsche poëzie, Naar tijdsorde gerangschikt, met biographische & bibliographische aanteekeningen, eene bloemlezing en eene inleiding, door Th. Coopman & V.A. dela Montagne’, Antwerpen 1880, Roeselare-Arnhem 18812 |
| Kinderlust, ‘Gedichten voor de jeugd’, Met penteekeningen van H. Coopman Thz., Gent 1897 |
| Geschiedenis der Vlaamsche letterkunde van 1830 tot heden, door Th. Coopman en L. Scharpé, Antwerpen 1910 |
Literatuur:
| A. Vermeylen, zie aant. 18 |
| R.F. Lissens, zie aant. 2 |
| S. Gommers, zie aant. 2 |
| Voor Th. Coopmans werkzaamheden als academielid, zie Register van de bijdragen, lezingen, verslagen enz., verschenen in de Jaarboeken en Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taalen Letterkunde, 1887-1926, Gent 1927 |
Bibliografie:
| V.A. dela Montagne, Onze strijd, Vaderlandsche poëzie, ‘Met eene inleiding van Mr. M.H. de Graaff‘, Antwerpen-Gent-Amsterdam 1875 |
| Gedichten, zie aant. 22; 2e dr., Roeselare-Haarlem 1883; 3e dr., zie aant. 21; 4e dr., zie aant. 21, 1913 |
| 1830-1880, Onze dichters, zie bibl. Th. Coopman Vlaamsche pseudoniemen, ‘Bibliographische opzoekingen’, Roeselare 1884 |
Toneel:
| Iets vergeten, ‘Zangspel in een bedrijf, naar eene novelle bewerkt, Muziek van J. Blockx’, Antwerpen 1876, Brussel 18792 |
| Anoniem, ‘Tooneelspel in een bedrijf door Edw. van Bergen en V.A. dela Montagne’, Brussel 1880; idem, onder de titel Schaakmat, in De Vlaamsche Kunstbode, 10e jg., 1880, blz. 191 en vlg. |
| De quae-tongh, ‘Cluchts-gewys vertoont op de Camer binnen Oud-Antwerpen, gheinventeert door Fr. van Laer, gherymt door V.A. dela Montagne’, in G. de Lattin, Herinneringen aan het tooneel in open lucht, Oud-Antwerpen, Tentoonstelling 1894, Antwerpen 1903, blz. 71 en vlg. |
| Voor V.-A. dela Montagnes bibliografie in tijdschriften, vgl. H. Clukers, zie aant. 20, blz. 108 en vlg. |
Literatuur:
| E. de Bom, Victor dela Montagne, in Vlaanderen, V, 1907, blz. 108 en vlg. |
| Idem, Het levende Vlaanderen, Amsterdam 1917, Amsterdam 19222, waarin de inleiding tot Gedichten, zie aant. 21 |
| Idem, Dagwerk, voor Vlaanderen, ‘Ontmoetingen en portretten’, Feestuitgave 9 november (1868-1928), Amsterdam 1928 |
| Idem, Gedichten van Arnold Sauwen, ‘Een keur ingeleid door Emmanuel de Bom’, Brussel 1939 |
| A. Burfs (pseud. van Prof. F. Baur), Onze dichters der ‘Heimat’, ‘Proeve van dichterstudie’, Brussel 1909; bijdruk: De Vlaamsche dichters, ‘Proeve van dichterstudie’, ‘s-Gravenhage-Brussel 1909 |
| I. Eenzame, Zij die gingen... en zij die blijven, Brussel 1924 |
| R. Fonck, Victor-Alexis dela Montagne, 1854-1915, in De Vlaamsche Gids, XIII, 1924-1925, blz. 481 en vlg. |
| F.V. Toussaint van Boelaere, V.A. dela Montagne, in Zurkel en blauwe lavendel, ‘Studies en kritieken’, Brussel 1926, blz. 101 en vlg. |
| Idem, Victor dela Montagne, in Jaarb. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1943, blz. 53 en vlg.; overdruk, Gent 1943, met bibliografie |
| L. Opdebeek, Bloemekens van den Vlaamschen rozelaar, Antwerpen 1928 |
| H. Diels, Als ter wilde zee, Berchem-Antwerpen 1930 |
| R.F. Lissens, zie aant. 2 |
| H. Clukers, zie aant. 20 |
Bibliografie:
| De bibliografie van R. Stijns en I. Teirlinck, afzonderlijk en samen beschouwd, is te uitvoerig om die hier in bijzonderheden te kunnen opnemen; we verwijzen dan ook naar de licentiaats-verhandelingen, onder de Literatuur opgenomen, waarin meestal beide schrijvers samen behandeld worden. |
Literatuur:
| O. Wattez, Onze novellenschrijvers, ‘De heeren Isidoor Teirlinck en Reimond Stijns’, in NDK, 10e jg., 1887-1888, blz. 499 en vlg. |
| Idem, Leven en werk van Is. Teirlinck, in Jaarboek van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1935, blz. 91 en vlg. |
| H. Grosemans, Studie over Reimond Stijns als novellen- en romanschrijver, in Tijdschrift van het Willemsfonds, 3e jg., II, 1898, blz. 354 en vlg. |
| F.V. Toussaint van Boelaere, Hard Labeur door Reimond Stijns, in Vlaanderen, III, 1905, blz. 471 en vlg. |
| Idem, Reimond Stijns herdacht, in De Boomgaard, II, 1911, blz. 44 en vlg. |
| Idem, Reimond Stijns herdacht, ‘Een voordracht’, Halle 1911 |
| Idem, Hard Labeur door Reimond Stijns, Reimond Stijns herdacht, in Zurkel en blauwe lavendel, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| Idem, Een beeld van Isidoor Teirlinck, in Isidoor Teirlinck-Album, ‘Verzamelde opstellen opgedragen aan Isidoor Teirlinck ter gelegenheid van zijn tachtigsten verjaardag, 2 januari 1931’, Leuven 1931, blz. 17 en vlg. |
| H. Teirlinck, Lofrede bij het lijk van Reimond Stijns, in Vlaanderen, IV, 1906, blz. 61 en vlg. |
| Idem, Eeuwgetijde Reimond Stijns, 1850-1950, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, V, oktober 1950, blz. 181 en vlg. |
| Idem, Eeuwgetijde van mijn vader, ibidem, V, januari 1951, blz. 449 en vlg. |
| Idem, Verzameld werk, 9 dln., I, Brussel 1955-1973, blz. 241, 259 en vlg. |
| Th. Coopman en L. Scharpé, zie bibl. Th. Coopman |
| L. Baekelmans, zie aant. 28 |
| Idem, Vier Vlaamsche prozaïsten, Antwerpen 1931 |
| C. Debaive, Bibliographie der werken van Dr. Is. Teirlinck, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1931, blz. 1107 en vlg. |
| J. Grauls, In memoriam Dr. Is. Teirlinck, in Handelingen van de Kon. Commissie voor Toponymie en Dialectologie, VII, Brussel 1934, blz. 17 en vlg. |
| G. Vandermeulebroecke, Reimond Stijns, ‘Bijdrage tot de studie van zijn leven en werk’, lic. verh. Gent 1939 |
| S. Gommers zie aant. 2 |
| R.F. Lissens, Een vergeten jubileum: Ruwe Liefde, in Dietsche Warande en Belfort, 1947, 10, blz. 527 |
| Idem, Ruwe Liefde: 1887, in Spiegel der Letteren, 15e jg., 1973-1974, 4, blz. 264 en vlg. |
| Hulde aan Is. Teirlinck, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1949-1951, blz. 29 en vlg. |
| J. Leenen, Isidoor Teirlinck, 1851-1951, in Handelingen van de Kon. Commissie voor Toponymie en Dialectologie, XXV, Brussel 1951, blz. 259 en vlg. |
| L. d'Haene, Bijdrage tot de studie van de folklore in het werk van Teirlinck-Stijns, lic. verh. Gent 1951 |
| P. Bontinck, Reimond Stijns, ‘Een bijdrage tot de studie van zijn leven en werk’, lic. verh. Gent 1967 |
| Over Is. Teirlincks werkzaamheden als academielid, zie Register van de bijdragen, lezingen, verslagen enz., verschenen in de Jaarboeken en Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, 1887-1926, Gent 1927 |
Bibliografie:
De bibliografie over P. de Mont in G. Meir, zie aant. 31, blz. 271 en vlg., hoewel die ‘geen aanspraak op volledigheid, in 't bijzonder wat betreft de tijdschriften’ kan maken (blz. VII), is nog altijd de meest volledige die we bezitten. We verwijzen er dan ook gewoon naar.
Literatuur:
| M. Rooses, Derde schetsenboek, Gent 1885 |
| V. Ponos (pseud. van L. Franck), Romantische levensschets van Pol de Mont, in NDK, IX, 1887, blz. 80, 142 en vlg. |
| F. Swagers, Pol de Mont, ‘Zijn leven en zijne werken’, Antwerpen 1888 |
| A. de Ridder en G. van Roosbroeck, Pol de Mont, Haarlem 1910 (Mannen en vrouwen van beteekenis) |
| F. Francken, Pol de Mont, Antwerpen-Amsterdam 1919 (Vlamingen van beteekenis, nr. 3) |
| M. Sabbe, Pol de Mont en de ontwikkeling van de Vlaamsche poëzie sedert 1830, in Taal en kultuur uit Vlaanderen, Redevoeringen en studies, Antwerpen 1924 |
| E. de Bom, Pol de Mont, 15 april 1922 in Nieuw Vlaanderen, Kunst en leven, Met een voorwoord van Edward Anseele, Brussel-Amsterdam 1925 |
| Idem, Pol de Mont, in Dagwerk voor Vlaanderen, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| J. Eeckhout, Pol de Mont, Brugge-Anrwerpen-Den Haag 1925 (Litteraire profielen, nr. 1) |
| K. van de Woestijne, zie aant. 40 |
| G. Meir, zie aant. 31, blz. 318, waar aangegeven wat voor de studie van P. de Mont de ‘min- |
| der karakteristieke’, de ‘belangwekkende’ en de ‘zeer merkwaardige’ geschriften zijn |
| Idem, Bloemlezing uit zijn poëzie, Antwerpen-Amsterdam 1932 |
| R.F. Lissens, zie aant. 2, 4 |
| A. Walterus, Het dramatisch werk van Pol de Mont, lic. verh. Leuven 1955 |
| H. Liebaers, Hélène Swarth en Pol de Mont, diss. Gent 1955, gepubliceerd als: Hélène Swarth, Brieven aan Pol de Mont, en: Hélène Swarths Zuidnederlandse jaren, beide in Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, reeks VI, nr. 92, Gent 1964 |
| D. de Coster, ‘Vlaamsche volksvertelsels uit den volksmond opgeschreven‘door Pol de Mont en Alfons de Cock, ‘Een onderzoek naar hun vertelkunst’, lic. verh. Gent 1963 |
Bibliografie:
| A. Sauwen, Langs de Maas, Antwerpen 1882 |
| Gedichten, Antwerpen 1890 |
| J.-M. Dautzenberg, ‘Bloemlezing uit zijne werken, met levensbericht en inleiding door Arnold Sauwen’, Brussel 1908 |
| De stille delling, Antwerpen 1912 |
| Uren van eenzaamheid, Antwerpen 1920 |
| De laatste garven, Antwerpen 1924 |
| Uit het Maasland, Antwerpen 1925 |
| De zingende krekel, Antwerpen 1929 |
| Avondschemer, Luik 1936 |
| Gedichten van Arnold Sauwen, ‘Een keur ingeleid door Emmanuel de Bom’, Brussel 1939 |
| G. Michiels, Arnold Sauwen, Gedichten, Hasselt 1963 |
Literatuur:
| G. Callebert-Reynaert en A. la Graviere Jr., Een bloemenkrans, ‘Dicht en proza der jongste schrijvers van Vlaamsch-België, met bio-bibliographische aanteekeningen, naar tijdsorde gerangschikt’, Brussel 1885-1886 |
| P. de Mont, Sedert Potgieter's dood, Zwolle 1896 |
| P. Bellefroid, Onze hedendaagsche Limburgsche dichters, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1906, blz. 347 |
| A. Burfs (pseud. van Prof. F. Baur), zie lit. V.-A. dela Montagne |
| E. de Bom, Inleiding tot A. Sauwen, in De stille delling, Antwerpen 1912 |
| K. van den Oever, Kritische opstellen, Antwerpen 1913 |
| Idem, Geestelijke peilingen, Roermond 1924 |
| Arnold Sauwen, Gedenknummer, overdruk uit: Limburg, XIX, met bijdragen van C. Godelaine, G. Michiels, L. Indestege, J. Janssen, M. Rutten, en een bibliografie van J. Janssen, Maaseik 1938 |
| F. Ulrichts, Arnold Sauwen, ‘De dichter uit de bonte Maasvallei’, Antwerpen 1939 |
| E. de Bom, Ter inleiding, in Gedichten van Arnold Sauwen, Brussel 1939 |
| C. Godelaine, Levensoverzicht, ibidem |
| M. Rutten, Karakteristiek van A. Sauwen, ibidem |
| H. Liebaers, zie lit. P. de Mont |
| J. Bergers, Dichter Arnold Sauwen, ‘Leven, werk en betekenis’, lic. verh. Leuven 1957 |
| L. Simons, Vlaanderen en Nederduitsland, 1850-1900, ‘Literair-historische studie’, lic. verh. Leuven 1960 |
Bibliografie:
| De bibliografie van H. Swarth is te uitgebreid om ze hier in haar geheel te kunnen opnemen; we verwijzen dan ook naar H. Liebaers, zie lit. P. de Mont |
Literatuur:
| E. de Bom, De Vlaamsche School, 1889, blz. 82 en vlg. |
| L. van Deyssel, Verzamelde opstellen, II, Amsterdam 1897 |
| A. Verwey, Inleiding tot de nieuwe Nederlandsche dichtkunst (1880-1900), Wereldbibliotheek, 5-6, Amsterdam 1905, 19215 |
| I. Querido, Geschreven portretten, Amsterdam 1912 |
| G. Meir, zie aant. 31 |
| G. Stuiveling, Versbouw en ritme in de tijd van '80, Groningen-Den Haag-Batavia 1934 |
| R. Janssens, Hélène Swarth, ‘Leven, werk, beteekenis’, lic. verh. Brussel 1940 |
| N. Hansen, Hélène Swarth in Zuid-Nederland, lic. verh. Gent 1941 |
| J.C. Bloem, Verzamelde beschouwingen, 's-Gravenhage 1950 |
| Idem, Hélène Swarth, Het zingende hart, ‘Keur uit haar gedichten, bijeenverzameld en van een inleiding voorzien door J.C. Bloem’, Amsterdam 1952 |
| W.J.M.A. Asselbergs, zie aant. 49, blz. 157 en vlg. |
| H. Liebaers, zie aant. 52 en lit. P. de Mont |
| H. van Damme, Vorm en verstechniek in de poëzie van H. Swarth, lic. verh. Gent 1957 |
| H. Roest, Hélène Swarth, ‘Een mist van tranen’, Hasselt 1973 |
| A. Herckenrath, Vlaamsche Oogst, ‘Proza en poëzie van hedendaagsche Zuid-Nederlandsche schrijvers, bijeengebracht door Ad. Herckenrath, Met een voorwoord van August Vermeylen, en een historische inleiding door Prosper van Langendonck’, Amsterdam 1904 |
| J. Boonen, Prosper van Langendonck, in Verzen, zie aant. 55 |
| A. Vermeylen, Van Langendonck, Hegenscheidt en De Bom, zie aant. 39 |
| Idem, Verzameld Werk, III, zie aant. 18, 39 |
| Idem, Een woord ter inleiding, in Het werk van Prosper van Langendonck, zie aant. 55 |
| F.V. Toussaint van Boelaere, Dagboekaanteekeningen over Pr. van Langendonck, in Zurkel en blauwe lavendel, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| E. de Bom, Prosper van Langendonck, in Dagwerk voor Vlaanderen, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| L. Opdebeek, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| K. van de Woestijne, zie aant. 40 |
| G. Schamelhout, Uit de jaren 1892-1901, in Gedenkboek A. Vermeylen, ‘Aangeboden aan August Vermeylen ter gelegenheid van zijn zestigsten verjaardag, 12 mei 1932’, Brugge 1932, blz. 111 en vlg. |
| P. de Smaele, zie aant. 35 |
| R.F. Lissens, zie aant. 2 |
| M. Gilliams, Inleiding tot de Verzen van Prosper van Langendonck, in Gedichten, zie aant. 55 |
| J. Aerts, De psychologie van de Schwermut in de kunst, ‘Bijdrage tot de studie van een menschelijkheidstype in de litteraire kunstschepping, op grond van een onderzoek over het werk van A. Demedts en Pr. van Langendonck’, diss. Leuven 1941; gedeeltelijk gepubliceerd als: |
| A. Westerlinck, Prosper van Langendonck, ‘Diagnose van een ongeneeslijke ziel’, Brugge 1946 |
| L. Sourie, Prosper van Langendonck, Leuven 1942; 2e dr., met bibliografie, Brugge 1962 |
| G. Slaets, Prosper van Langendonck, ‘Leven en Werk’, lic. verh. Leuven 1942 |
| M. Roelants, Herinneringen aan Prosper van Langendonck, 1915-1919, in Schrijvers, wat is er van den Mensch?, Brussel 1942 (Documentenreeks, nr. 4), Brussel 19572, blz. 90 en vlg. |
| S. Gommers, zie aant. 2 |
| M. Rutten, Mijnheer van Langendonck te Genk, in Nieuw Vlaamsch Tijdschrift, IV, september 1949, blz. 329 en vlg. |
| K. van Acker, De ziekte van Prosper van Langendonck, in Streven, IX, 8, mei 1956, blz. 750 en vlg. |
| G. Schmook, zie aant. 11, 69 en bibl. Van Nu en Straks |
| G. Cellier, Alfred Hegenscheidt, 1866-1964, ‘Een studie van de mens en het werk’, lic. verh. Gent 1966. |
| G. Schmook, zie aant. 11 |
| Idem, zie aant. 69 |
| J. Kuypers, zie aant. 39, blz. 16 en vlg. |
| L. Opdebeek, zie lit. V.-A. dela Montagne, blz. 66, 127, 179 en vlg. |
| G. Schamelhout, zie bibl. P. van Langendonck, blz. 111 en vlg. |
| L. Sourie, zie aant. 10 en bibl. P. van Langendonck |
| Idem, ‘Van Nu en Straks’, ‘Historiek en betekenis’, privé-druk 1953 |
| J. Muls, F. Toussaint van Boelaere, E. Claes en A. van Cauwelaert, Van Nu en Straks, in Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, reeks X, nr. 1, Gent 1944, overdruk, Antwerpen 1944 |
| F.V. Toussaint van Boelaere, Spiegel van Van Nu en Straks, ‘Met inleiding en aanteekeningen’, in Museion, Nederlandsche reeks, 2, Brussel 1944 |
| Idem, Karel van de Woestijne op den drempel van ‘Van Nu en Straks’, in Marginalia bij het leven en het werk van Karel van de Woestijne, Documenten, nr. 5, Brussel-Rotterdam 1944, blz. 121 en vlg. |
| A. Westerlinck, zie bibl. P. van Langendonck |
| F. de Backer en P. de Smaele, Beknopte levensschets, in A. Vermeylen, Verzameld werk, I, zie aant. 18 |
| W. Pee, Aantekeningen bij De Kroonluchter, Kunstgenootschap, in H. Teirlinck, Verzameld Werk, III, Brussel 1957, blz. 825 en vlg. |
| Wegens hun steun en medewerking aan het Kunstgenootschap De Distel zijn hier ook studies, gewijd aan oudere schrijvers, van belang: |
| H. Baccaert, Emanuel Hiel, Antwerpen 1909 |
| V. D'Hondt, Nestor de Tière, ‘De baanbreker van het realisme op het Vlaamsche tooneel’, Antwerpen 1921 |
| O. Wattez, Emanuel Hiel herdacht, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1924, blz. 877 en vlg. |
| Omeros, Hieliaden, Antwerpen 1929 |
| I. Vandaele, Een studie over leven en werk van Nestor de Tière, lic. verh. Gent 1959 |
| R. Elsen, Nestor de Tière, ‘Een romantisch idealist’, lic. verh. Leuven 1959 |
| Men consultere, wat de bijzonderheden betreft over het ontstaan van Van Nu en Straks, vooral de volgende artikelen, werken en verzameluitgaven. |
| A. Herckenrath, zie bibl. P. van Langendonck |
| A. Vermeylen, Les lettres néerlandaises en Belgique depuis 1830, ‘Conférence faite à l'Exposition universelle de Liège en 1905’, Bussum, overdruk uit: La Nation Belge, ‘Recueil des conférences jubilaires organisées par le Comité exécutif de l'Exposition internationale de Liège’, Liège 1906, Bruxelles 19072 |
| Idem, Les lettres flamandes, in Figures nationales contemporaines, IV, Bruxelles 1909 |
| Idem, De Vlaamsche letterkunde, in Vlaanderen door de eeuwen heen, I, Brussel-Amsterdam 1912, 19322 |
| R.F. Lissens, De letterkunde sedert 1750, ibidem, II, Brussel-Amsterdam, 19523 |
| A. Vermeylen, La poésie flamande de 1880 à 1910, in Histoire de la littérature flamande, ‘Conférences organisées par la Ligue de l'enseignement, sous les auspices de l'Administration communale, à l'Hôtel de ville de Bruxelles’, Gand 1913; overdruk Gand 1913 |
| Idem, La poésie flamande contemporaine, in La pensée et l'âme belges, ‘Le Musée du Livre’, |
| Bruxelles 1919-1920; overdruk: ibidem, 1919-1920 |
| Idem, zie aant. 39 |
| Gedenkboek A. Vermeylen, zie bibl. P. van Langendonck |
| P. de Smaele, zie aant. 35 |
| Idem, Auguste Vermeylen, ‘Collection nationale’, 8e série, no 86, Bruxelles 1948 |
| R. Roemans, Analytische bibliographie van en over Prof. Dr. Aug. Vermeylen, Analytische bibliographieën van Vlaamsche schrijvers, 3, Gent 1934, overdruk uit: Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, juli-september, Gent 1934, Amsterdam 19532 |
| A. Vermeylen, Verzameld werk 6 dln., zie aant. 18 |
| A. Westerlinck, De wereldbeschouwing van August Vermeylen, Antwerpen 1958 Verder de uitgaven van het Vermeylen-Fonds: |
| A. Vermeylen, De Taak, Brussel 1946, overdruk uit: Nieuw Vlaams Tijdschrift, I, 1946, blz. 1 en vlg. |
| Vaarwel aan August Vermeylen, Brussel 1950 |
| Tienjarige herdenking van August Vermeylen, Paleis der Academiën, Brussel, 19 maart 1955 - Rijksuniversiteit Gent, 19 mei 1955, Brussel 1955 |
| Over de Wandelende Jood, Brussel 1958 |
| Ook de Mededelingen van het Vermeylen-Fonds, Brussel 1953 en vlg. |
| E. d'Oliveira, zie aant. 39 |
| A. de Ridder, Onze schrijvers, ‘Geschetst in hun leven en werken - Met portretten en illustraties’, Tweede bundel, ‘Vlaamsche schrijvers’ door André de Ridder: Herman Teirlinck-August Vermeylen-Hugo Verriest-Karel van de Woestijne, Baarn 1909 |
| Idem, La littérature flamande contemporaine (1890-1923), Anvers-Paris 1923 |
| J. Kuypers, zie aant. 39 |
| E. de Bock, Beknopt overzicht van de Vlaamsche letterkunde, hoofdzakelijk in de 19e eeuw, Antwerpen 1921 |
| Idem, De Vlaamse letterkunde, ‘Ingeleid door Anton van Duinkerken’, Antwerpen-Den Haag 1953 |
| E. de Bom, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| P. van Tichelen, Bibliographie van en over Emmanuel de Bom, Antwerpen 1947 Het werk van Prosper van Langendonck, zie aant. 55 |
| L. Opdebeek, zie lit. V.-A. dela Montagne |
| Herman Teirlinck, Gedenkboek 1879-1929, ‘Ter gelegenheid van des schrijvers vijftigsten verjaardag uitgegeven door De Sikkel te Antwerpen’, Antwerpen 1929 |
| Herman Teirlinck vijf en zeventig jaar, Gelegenheidsnummer, Nieuw Vlaams Tijdschrift, VIII, Antwerpen 1954 |
| Idem, Verzameld werk, 9 dln., Brussel 1955-1973 |
| J. Eeckhout, Litteraire profielen, III, Emmanuel de Bom, Gent 1929 |
| A.H. Cornette, Periscoop, ‘Letterkundige critieken en beschouwingen’, I, Antwerpen 1932 |
| F. de Pillecijn, Stijn Streuvels en zijn werk, Tielt 1932, 19432 |
| S. Streuvels, Avelghem, De Lijsternestreeks, XXVII, Tielt-Antwerpen 1946 |
| A. Demedts, Stijn Streuvels, ‘Een terugblik op leven en werk’, Brugge 1971 |
| J. Florquin, Mijn Streuvelsboek, Brugge 1971 |
| L. Schepens, Kroniek van Stijn Streuvels, 1871-1969, ‘In opdracht van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen samengesteld door Luc Schepens’, Brugge 1971 |
| L. Jansseune-R. Vervliet, Stijn Streuvels en ‘Van Nu en Straks’, in Dietsche Warande en Belfort, oktober-november 1971, Streuvelsnummer, Een eeuw Stijn Streuvels, Antwerpen-Utrecht 1971, blz. 38 en vlg. |
| S. Streuvels, Volledig werk, 4 dln., Brugge 1971-1973 |
| R. Roemans, Analytische bibliographie van en over F.V. Toussaint van Boelaere, door Dr. Rob. Roemans, met literair-critische beschouwingen van Prof. Dr. Aug. Vermeylen, Herman Robbers, Dirk Coster, Reimond Herreman en een verantwoording van F.V. Toussaint van Boelaere, Ledeberg-Gent 1936; overdruk uit: Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, januari 1936, Gent 1936 |
| Album amicorum F. Toussaint van Boelaere, Antwerpen 1946 |
| M. Gijsen, De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830, Antwerpen 1940, 19514 |
| L. Sourie, zie aant. 10 |
| Idem, ‘Van Nu en Straks’. Historiek en Betekenis, 1953 |
| J. Muls, F.V. Toussaint van Boelaere, E. Claess, A. van Cauwelaert, zie bibl. De Distel |
| M. Francus, Victor de Meyere als dichter-romancier, lic. verh. Gent 1947 |
| K. van de Woestijne, 8 dln., zie aant. 21 |
| M. Verwey, Verwey en Vermeylen, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, IV, september 1949, blz. 311 en vlg. |
| R.F. Lissens, De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, Brussel-Amsterdam 1953, 19734 |
| M. Rutten, zie aant. 71 |
| Chronologische leidraad bij de tentoonstellingen: Genesis van Van Nu en Straks en invloed van het tijdschrift, 1880-1914 enz., AMVC, Antwerpen, 23 oktober 1959 |
| C. Lemaire, zie aant. 139 |
| G. Schmook, Korte bijdrage tot de geschiedenis van ‘Van Nu en Straks’, in Jaarboek van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1965, blz. 207 en vlg. |
| Idem, A.H. Cornette leest over Van Nu en Straks, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1972, blz. 209 en vlg. |
| A.M. Hammacher, De wereld van Henry van de Velde, Antwerpen-Parijs 1969 |
| R. Vervliet, Also sprach Dr. Vermeylen, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1972, blz. 896 en vlg.; aanvullend, waar gehandeld wordt over La littérature de tout à l'heure door Ch. Morice, als inspiratiebron voor de naam Van Nu en Straks, zie aant. 139 |
| Van Nu en Straks 1893-1901. Een vrij voorhoede-orgaan (...), bloemlezing ingeleid en toegelicht door Anne Marie Musschoot met een woord vooraf door Prof. dr. A. van Elslander, 's-Gravenhage 1982 |
| In het AMVC, Antwerpen, bevindt zich verder materiaal ter beschikking van het Centrum voorde Studie van het Vlaamse Cultuurleven vanaf het begin van de achttiende eeuw (CSVC), navorsingsproject nr. 886 van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO), Fonds voor Kollektief Fundamenteel Onderzoek (FKFO), Brussel, waarvan, met de toestemming van de Raad van Beheer van het CSVC, wat sommige bijzonderheden betreft, dankbaar gebruik werd gemaakt. |
| Dit materiaal werd tot dusver in de vorm van prepublikatie uitgegeven als: De wereld van ‘Van Nu en Straks’, Briefwisseling 1890-1909, Brieven uit 1890, 1891, 1892. |
| V. de Meyere, Un romancier flamand: Cyriel Buysse, Paris 1904, in Collection d'Études Étrangères |
| D.B. Steyns, De Vlaamsche Schrijver Cyriel Buysse. Zijne Wereld en zijne Kunst, Gent 1911 |
| H. van Puymbrouck, Cyriel Buysse en zijn Land, Antwerpen-Bussum 1911, 19292 |
| Huldebetoom aan Cyriel [Buysse] op zondag 9 april 1911. Feestschrift, Antwerpen 1911 |
| V. de Meyere, Cyriel Buysse, in De Boomgaard, 2e jg., 1911, blz. 159-186 |
| Enkwest over Cyriel Buysse, in De Boomgaard, 2e jg., 1911, blz. 189-207, 571 |
| Buysse-nummer van De Week, 8 april 1911 |
| W. Kloos, Cyriel Buysse, in Letterkundige Inzichten en Vergezichten, IV, Amsterdam 1919, blz. 20-27 |
| E. d'Oliveira, De jongere generatie, Amsterdam 19202, blz. 57-70 |
| E. de Bom, De Multatuli-Kring en Cyriel Buysse, in Nieuw Vlaanderen. Kunst en Leven, Brussel-Amsterdam 1925, blz. 252-260 |
| Idem, By Cyriel Buysse, in Dagwerk voor Vlaanderen, Amsterdam 1928, blz. 57-70 Cyriel Buysse-nummer van Vandaag, 15 september 1929 |
| A. Mussche, Cyriel Buysse. Een Studie, Gent 1929 |
| J. Eeckhout, Cyriel Buysse, in Litteraire Profielen, IV, Gent 1931, blz. 103-113 |
| R. Roemans, Kritische Bibliographie van Cyriel Buysse gevolgd door een Bibliographie over Cyriel Buysse, Kortrijk 1931 |
| M.G. van Severen, Cyriel Buysse. Extraits choisis, Brussel 1942 |
| M. Roelants, Herinneringen aan Cyriel Buysse, in Schrijvers, wat is er van den Mensch?, Brussel-Rotterdam 1942, blz. 43-55 (interview oorspronkelijk in De Telegraaf, 5, 7 en 10 september 1929) |
| J. Caubergs, De bouw van den roman bij Cyriel Buysse. Bijdrage tot de romantechniek van Cyriel Buysse, lic. verh. Gent 1943 |
| R. Henry, Afwijkingen van het algemeen beschaafd Nederlands in de taal van Cyriel Buysse, lic. verh. Luik 1950 |
| T. Hoedemakers, Cyriel Buysse en het landleven, lic. verh. Leuven 1952 |
| F. van Heuverbeke, Cyriel Buysse's romankunst, lic. verh. Luik 1953 |
| G.H. 's-Gravesande, De betrekkingen van Vlaamse schrijvers tot ‘De Nieuwe Gids’, in De Vlaamse Gids, 37e jg., nr. 5, mei 1954, blz. 314-320 |
| M. Gijsen, Cyriel Buysse in Amerika, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 8e jg., 1955, blz. 1335-1337 |
| R.O.J. van Nuffel, Inventaire des documents du cabinet Maeterlinck. 6 Lettres à Cyriel Buysse, in Annales de la Fondation Maurice Maeterlinck, II, Gent 1956, blz. 63-72 |
| P.H.S. van Vreckem, Het Recht van den Sterkste en Emile Zola, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 10e jg., 1956. blz. 296-309 |
| R. Minne, Cyriel Buysse, Brussel 1959 (Monografieën over Vlaamse Letterkunde, 15) Buysse-nummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, 13e jg., 1959, nr. 8, blz. 909-934 (bijdragen van H. Lampo, A. Mussche, P. de Smet) |
| M. Galle, Cyriel Buysse, de objectieve verteller, in Socialistische Standpunten, 6e jg., nr. 6, 1959, blz. 510-521 |
| A. de Ridder, Bij Cyriel Buysse, in Den Gulden Winckel, 8e jg., 15 oktober 1960, blz. 242-266 |
| L. Remouchamps, Hulde aan Cyriel Buysse, z.p. 1960 (Uitgaven van het Julius Vuylsteke-Fonds, nr. 21) |
| A. Schelstraete, Cyriel Buysse. Zijn Nevelse periode (1859-1896), lic. verh. Gent 1960 |
| A. van Elslander, Cyriel Buysse, Uit zijn Leven en zijn Werk, Antwerpen, I, 1960, II, 1961 (Uitgaven van het Willemsfonds, nrs. 196a-196b) |
| J. Roeland Vermeer, Cyriel Buysse, in Dietsche Warande en Belfort, 105e jg., nr. 4, 1960, blz. 242-266 |
| A. van Elslander, Maurice Maeterlinck et la littérature flamande, in Annales de la Fondation Maurice Maeterlinck, Gent 1963, blz. 95-145 |
| M. Galle, Cyriel Buysse achterna... in ‘De Hoop van Vrede’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1964, blz. 126-128 |
| A. van Elslander, Cyriel Buysse, in Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel 1964, kol. 287-294 |
| L. Geukens, Cyriel Buysse en de Kritiek, lic. verh. Gent 1965 |
| H. Lampo, De sociale achtergrond bij Cyriel Buysse, in De ring van Möbius, Brussel-'s-Gravenhage 1966, blz. 9-20 |
| P.H.S. van Vreckem, L'accueil fait au naturalisme dans les lettres flamandes, in Les Cahiers Naturalistes, 12e jg., nr. 31, 1966, blz. 51-63 |
| M. Galle, Cyriel Buysse, Brugge 1966 (Ontmoetingen, nr. 68) |
| Idem, De verhouding van Cyriel Buysse tot de Vlaamse Beweging en ‘Van Nu en Straks’. Een |
| nieuw document, in Handelingen van de Kon. Zuidned. Mij. voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 1966, blz. 173-181 |
| Idem, Over de boetetocht van Cyriel Buysse (naar aanleiding van nieuwe documenten), in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 20e jg., 1967, blz. 377-394 |
| J. Persyn, Pol de Mont en Cyriel Buysse over Vlaamse Letterkunde in Parijse revues, in Spiegel der Letteren, 10e jg., 1966-1967, blz. 144-150 |
| P.H.S. van Vreckem, Cyrille Buysse: un disciple flamand des naturalistes, in Revue de Littérature Comparée, 4le jg., nr. 1, 1967, blz. 54-87 |
| Idem, De invloed van het Franse naturalisme in het werk van Cyriel Buysse, Brussel 1968 (Studiereeks van het tijdschrift van de Vrije Universiteit van Brussel, nr. 2) |
| A. van Elslander, Cyriel Buysse, in Biographie Nationale, 35, Brussel 1969, kol. 87-94 |
| D. Menten, Stijn Streuvels en Cyriel Buysse ten opzichte van de boerenroman, lic. verh. Brussel 1972 |
| J. Taeldeman, Het literaire leven in Het Land van Nevele, z.p. 1972 (Monografieën van de Heemkundige Kring ‘Het Land van Nevele’, 1) |
| L. Peeters, Over de mens bij Stijn Streuvels en Cyriel Buysse. Een vergelijkende studie in enkele van hun werken, lic. verh. Leuven 1972 |
| W. Pee, Omnibussen en Woordverklaring, in Taalen Tongval, 24e jg., 1972, blz. 113-135 |
| Idem, Cyriel Buysse en het Westvlaams, in Taal en Tongval, 25e jg., 1973, blz. 1-2 |
| A. van Elslander, Een vervolg op ‘Het gezin van Paemel’, in Album Willem Pée, Tongeren 1973, blz. 403-408 |
| K. Jonckheere, Boeketje Buysse. Een levensschets en een bibliografisch overzicht, gevolgd door getuigenissen en verlucht met vele illustraties, [Brussel] 1974 |
| A.M. Musschoot, A. van Elslander, De Biezenstekker, gevolgd door Driekoningenavond. Ingeleid en toegelicht, Culemborg 1977 |
| J. Dheedene, Cyriel Buysses prozawerk gerecenseerd (1887-1975). Een literair-sociologische benadering, lic. verh. Gent 1979 |
| R. Vervliet, Cyriel Buysse tussen historiciteit en actualiteit. Terugblik op een halve eeuw receptie in Vlaanderen, in Ons Erfdeel 25e jg., nr. 4, 1982, blz. 538-548 |
| A.M. Musschoot, Tantes: Cyriel Buysses meesterwerk?, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 35e jg., nr. 2, maart-april 1982, blz. 331-336 |
| A. van Elslander, A.M. Musschoot, Cyriel Buysse et le Naturalisme, in Septentrion, 11e jg., nr. 3, 1982, blz. 8-13 |
| A. Deprez, Een idylle in de late negentiende eeuw. Rosa Rooses' brieven aan Cyriel Buysse. 1892-1893, in Versl, en Med. van de Kon. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, Gent 1982, blz. 71-89 |
| A. van Elslander, Cyriel Buysse herdacht (Nevele 11 september 1982), in Versl. en Med. van de Kon. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, Gent 1983, blz. 42-58 |
Biografische studies:
| Zie aant. 143 |
Literatuur:
| L. Sourie, Prosper van Langendonck, Leuven 1942, blz. 207-209 |
| G. Schmook, Prosper van Langendonck, Antwerpen 1968, blz. 23-25 |
| Tijdens zijn leven verscheen er slechts één dichtbundel: Verzen, Antwerpen 1900, 111 blz. |
| Daarna verschenen nog drie uitgaven: Verzen, Amsterdam 1918, 116 blz. Met inleiding van Dr. Jaak Boonen |
| Het werk van Prosper van Langendonck, Amsterdam 1926, 224 blz. Met een woord ter inleiding van Prof. Dr. August Vermeylen |
| Gedichten, in Bibliotheek der Nederlandse Letteren, Brussel 1939. Met inleiding en aantekeningen van Maurice Gilliams |
| In de reeks ‘Poëtisch Erfdeel der Nederlanden’ verscheen een anthologie, samengesteld en ingeleid door A. Westerlinck, Prosper van Langendonck - Gedichten, Hasselt 1962, 79 blz. |
| Over de receptie van zijn werk in de Vlaamse periodieke pers: B. Piers, Prosper van Langendoncks werk gerecenseerd. Een literair-sociologische benadering, lic. verh. Gent 1975 |
| Leven met een schrijver. Biografie van Alfred Hegenscheidt volgens de memoires van Madeleine Hegenscheidt-Heyman, zie aant. 153, 1977, blz. 361-373 |
| R. Vervliet, Alfred Hegenscheidt: zijn werk, zijn persoonlijkheid, in Antwerpen, 24e jg., nr. 1, 1978, blz. 25-29 |
| Idem, Starkadd... und kein Ende?, in Documenta. Med. v.h. documentatiecentrum voor dramatische kunst Gent. Tijdschrift voor theater, 2e jg., nr. 2, 1984, blz. 49-91 |
| G. Opsomer, Arca haalt Starkadd uit het museum. Lyrische held wordt anti-held, in Etcetera, 1e jg., nr. 6, 1984, blz. 38-44 |
Biografische studies:
| Zie aant. 159 |
Literatuur:
| Zie aant. 160 |
| W. Kloos, August Vermeylen, in Letterkundige Inzichten en Vergezichten, I, Nieuwere Literatuurgeschiedenis, VI, Amsterdam 1916, blz. 105-126. Ibidem, III, VIII, Amsterdam 1918, blz. 39-53 |
| E. d'Oliveira, De mannen van '80 aan het woord, Amsterdam z.j., blz. 139-161 (2e dr., blz. 151-180) |
| J. Persijn, Kritisch Kleingoed. Over Letterkunde, II, Hoogstraten-Amsterdam 19202, blz. 138-141 |
| A. Verwey, Proza, II, Amsterdam 1921, blz. 69-83 |
| E. de Bock, Beknopt overzicht van de Vlaamsche Letterkunde, hoofdzakelijk in de 19e eeuw, Antwerpen-Amsterdam 1921, blz. 71-76, 79-83, 91-93 |
| J. Kuypers, Op Ruime Banen! - De opbloei van onze Nieuwere Letteren en het Vlaamsche Tijdschrift ‘Van Nu en Straks’ 1893-1901, Brussel 1921 |
| J. van Malderen, Literair-Kritische Beginselen van August Vermeylen, in Dietsche Warande en Belfort, 22e jg., 1922, 1e halfj., blz. 37-61 |
| A. de Ridder, La littérature flamande contemporaine, Antwerpen-Parijs 1923, blz. 24-32, 80-85, 157-159 |
| J. Eeckhout, Litteraire Profielen, I, Brugge-Antwerpen-'s-Gravenhage 1925, blz. 198-210 en II, 1940, blz. 100-128 |
| K. van de Woestijne, De Schroeflijn, II, Brussel-Bussum 1928, blz. 88-93 |
| L. Opdebeek, Bloemekens van den Vlaamschen Rozelaar, Antwerpen 1928, blz. 177-184 |
| J.J. Gielen, De Wandelende Jood in volkskunde en letterkunde, Amsterdam-Mechelen 1931 Gedenkboek A. Vermeylen, ‘Aangeboden aan August Vermeylen ter gelegenheid van zijn zestigsten verjaardag, 12 mei 1932’, Brugge 1932 |
| R. Roemans, Analytische bibliographie van en over Prof. Dr. August Vermeylen, Analytische bibliographieën van Vlaamsche schrijvers, 3, Gent 1934 (overdruk uit: Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent, juli-september 1934, blz. 621-741, 881-953) |
| Idem, Aphorismen van August Vermeylen, verzameld en ingeleid door dr. Rob. Roemans, Brussel-Maastricht 1932 |
| R.F. Lissens, Het impressionisme in de Vlaamsche letterkunde, Mechelen-Amsterdam 1934 |
| J. Vandeweghe, August Vermeylen als aestheticus en als scheppend kunstenaar, lic. verh. Brussel 1939 |
| M. Gijsen, De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830, z.p. 1940 (19513) |
| Opstellen van E. de Bom, F.V. Toussaint van Boelaere, F. de Backer, F. Baur, in Jaarboek van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, Gent 1945, blz. 32-71 |
| P. Minderaa, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1945-1946, blz. 165-179 |
| J.L. Broeckx, August Vermeylen, Vlaanderen ontbeert u, in Proloog, cultureel en literair tijdschrift van de jonge generatie, 1945, blz. 145-157 |
| P. de Smaele, Auguste Vermeylen, in Collection nationale, 8, nr. 86, Brussel 1948 |
| M. Verwey, Verwey en Vermeylen, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 4e jg., september 1949, blz. 311-328 |
| Vaarwel aan August Vermeylen, Brussel 1950 (Uitgave van het August Vermeylen-Fonds) |
| P. de Smaele, F. de Backer, Beknopte Levensschets van August Vermeylen, in Verzameld Werk, I, zie aant. 183, 1952, blz. 7-43 |
| R. Roemans, Het werk van Prof. Dr. A. Vermeylen, Analytische bibliografie, Amsterdam-Antwerpen 1953 |
| J. Venstermans, August Vermeylen. Bijdrage tot de studie van zijn persoonlijkheid en zijn werk, dr. verh. Leuven 1953 |
| R.F. Lissens, De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, Brussel 1953, Brussel-Amsterdam 19674 |
| C. Demeester, August Vermeylens Twee Vrienden. Een proeve van ontleding, lic. verh. Luik 1954 |
| Tienjarige herdenking van August Vermeylen, Paleis der Academiën, Brussel, 19 maart 1955 - Rijksuniversiteit Gent, 19 mei 1955, Brussel 1955 (Uitgave van het August Vermeylen-Fonds) |
| M. Hanot, Invloed van Stirner in het jeugdwerk van August Vermeylen, in Dietsche Warande en Belfort, 1956, blz. 286-294 |
| C. Verbeeck, Stilistisch-taalkundige vergelijking van ‘De Wandelende Jood’ en ‘Twee Vrienden’ van Vermeylen, lic. verh. Leuven 1957 |
| Over de Wandelende Jood, Brussel 1958 (Uitgave van het August Vermeylen-Fonds) |
| A. Westerlinck, De wereldbeschouwing van August Vermeylen, Antwerpen [1958] |
| IdemDe onderlinge verhouding van kunst en wetenschap bij Vermeylen, in Spiegel der Letteren, 2e jg., 1958. blz. 270-284 |
| H. Teirlinck, August Vermeylen, Brussel 1958 (Monografieën over Vlaamse letterkunde, nr. 5) |
| E. Vanderveken, Het anarchisme en het jeugdwerk van A. Vermeylen, lic. verh. Brussel 1959 |
| M. Rutten, Charles Morice en August Vermeylen in Spiegel der Letteren, 5e jg., 1961, blz. 101-137 |
| Idem, Even terug tot Charles Morice en August Vermeylen, in Ibidem, 8e jg., 1964-1965, blz. 69-71 |
| J. Venstermans, August Vermeylen, Brugge 1965 (Ontmoetingen, nr. 60) |
| J. Aerts, Analytische beschouwingen over de ‘eenheid van vorm en inhoud’ in de literaire theorie van A. Vermeylen, in Huldealbum Prof. Dr. J.F. Vanderheyden, Langemark 1970, blz. 191-201 (ook in overdruk in Verwondering en rekenschap. Opstellen over Nederlandse letterkunde, zie aant. 193) |
| August Vermeylenherdenking 1872-1972 Brussel 1972 (Uitgave van het August Vermeylen-Fonds) |
| Herdenking August Vermeylen, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 25e jg., nr. 3, maart 1972 |
| L. Mariotte, August Vermeylen. De Wandelende Jood en Twee Vrienden, lic. verh. Gent 1972 |
| A. Bolckmans, August Vermeylen en de wereldliteratuur en R. Vervliet, Also sprach Dr. Vermeylen. Brieven van August Vermeylen uit Berlijn en Wenen (1894-'96), in Nieuw Vlaams |
| Tijdschrift 25e jg., nr. 9, november 1972, resp. blz. 871-895 en 896-931 (beide artikelen ook in overdruk afz. in een Uitgave van het August Vermeylen-Fonds) |
| M. Cornu, De Wandelende Jood (1906) door Vermeylen en De Exploten van Tabarijn (1927) door J. Vriamont. Een thematische en structurele vergelijking, lic. verh. Luik 1973 |
| P. van Steenvoort, De les van Flaubert. August Vermeylen in het licht van het werk en de opvattingen van Gustave Flaubert, lic. verh. Leuven 1973 |
| M. Vlieten, Continuïteit en eenheid in ‘De Wandelende Jood’ (1906) en ‘Twee Vrienden’ (1943) door August Vermeylen, lic. verh. Luik 1974 |
| R. Vervliet, August Vermeylen, in Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, II, Tielt-Amsterdam 1975, blz. 1780-1784 |
| Idem, in Twintig Eeuwen Vlaanderen, XIV, Hasselt 1976, blz. 73-76 |
| A. de Coninck, August Vermeylens werk gerecenseerd. Een literair-sociologische benadering, lic. verh. Gent 1975 |
| W. van Rooy, De Bom - Vermeylen: hun relatie tot Pol de Mont vóór de oprichting van ‘Van Nu en Straks’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 30e jg., nr. 5, mei-juni 1977, blz, 378-394 |
| A. van Elslander, August Vermeylen en het tijdschrift ‘Van Nu en Straks’, in Med. der Kon. Ned. Ac. voor Wetenschappen, afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, 44, nr. 2, Amsterdam Oxford-New York 1981, blz. 35-57 |
| R. Vervliet, August Vermeylen, het Vermeylenfonds en het Europa van morgen, in Med. v.h. Vermeylenfonds, 1978, nr. 1, blz. 3-7 |
| Idem, De actualiteit van de denkwereld van August Vermeylen, in Congresbrochure van het Vermeylenfonds, 1980, blz. 34-40 |
| Idem, August Vermeylen: wegbereider van het socialistisch cultuurflamingantisme, in Med. v.h. Vermeylenfonds, 1981, nr, 1, blz. 6-11 |
| M. Rutten, August Vermeylen en Jules Romains; een congenialiteitsprobleem, in De Nieuwe Taalgids, 77e jg., nr. 2, 1984, blz. 116-134 |
| A. Hegenscheidt, Stijn Streuvels en Lenteleven, Amsterdam 1902, oorspr. in Van Nu en Straks, Tweede Reeks, 4e jg., 1900, blz. 200-216; afz. uitg. bij L.J. Veen, Amsterdam 1902 |
| H. Verriest, Twintig Vlaamsche Koppen, II, Roeselare 1901, blz. 115-135 |
| A. Vermeylen, Stijn Streuvels' Minnehandel, in Verzamelde Opstellen, II, zie aant. 192, 1905, in Verzameld Werk, II, zie aant. 183, blz. 317-329 |
| I. Querido, Stijn Streuvels' Minnehandel en Openlucht, in Literatuur en Kunst, I, Haarlem 1906, blz. 115-145 en 146-165 |
| A. de Ridder, Stijn Streuvels. Kritische Studie, Antwerpen 1907; 2e vermeerderde druk, |
| Idem, Stijn Streuvels, Zijn Leven en zijn Werk, Amsterdam 1907 |
| Idem, Bij Stijn Streuvels, in Onze schrijvers geschetst in hun leven en werken, I, Baarn 1908, blz. 31-52 |
| H.H. Linnebank, Stijn Streuvels, in Van Nederlandsche Letteren, Maldegem 1907, blz. 16-38, 83-95 |
| J. Muls, Trois écrivains flamands: Stijn Streuvels, Hugo Verriest, Karel van de Woestijne, in Almanach de l'amitié de France et de Flandre, III, Parijs 1920, blz. 74-92 |
| Streuvelsnummer van Het Vlaamsche Land, nr. 48 (26 februari 1921) |
| Vlaamsche Arbeid, januari 1921, blz. 5-43 |
| R. de Graeve, Stijn Streuvels, Gent 1932 |
| F. Vercnocke, Drei dietsche Barden: Stijn Streuvels, René de Clercq, Cyriel Verschaeve, in H. Schütt, Flandern-Niederdeutschland, Hamburg 1939, blz. 78-88 |
| J. Eeckhout, Literaire Schetsen, Brugge 1940, blz. 77-95 |
| F. de Pillecijn, Stijn Streuvels en zijn werk, Tielt [1932] |
| Stijn Streuvels' 70ste verjaring, in Versl, en Med. van. de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, oktober 1941, blz. 655-677 (bijdragen van E. de Bom, F. Timmermans, J. Muls, H. Teirlinck, J. van Mierlo en Stijn Streuvels) |
| M. Roelants, Stijn Streuvels' Werkmenschen, in Schrijvers, wat is er van den Mensch?, Brussel-Rotterdam 1942, blz. 56-60 |
| R.F. Lissens, Aspects de Stijn Streuvels, in Rien que l'homme, Brussel 1944, blz. 201-215 |
| E. Janssen, Stijn Streuvels en zijn stijl, in Diagnose, gestalten en stilte, Brugge-Brussel 1945, blz. 198-215 |
| Idem, Stijn Strewels en zijn Vlaschaard - Essay over zijn eerste productie tot aan het meesterwerk (1894-1907), Tielt-Antwerpen 1946 |
| L. Sourie, Stijn Streuvels, Kortrijk 1946 |
| Streuvelsnummer van Dietsche Warande en Belfort, september-oktober 1946, blz. 449-516 (bijdragen van Stijn Streuvels, A. van Duinkerken, A. Coolen, P. Bertheloot, C.M. van den Heever, E. van der Hallen en A. Demedts) |
| Stijn Streuvelsnummer van Nieuw Vlaams Tijdschrift, oktober 1946 (bijdragen van C. Huysmans, Stijn Streuvels, H. Teirlinck, F.V. Toussaint van Boelaere, A. van Duinkerken, J. Vriamont, K. Jonckheere, P. van Aken en H. Lampo) |
| C.M. van den Heever, Drie groot Vlaminge: Stijn Streuvels, August Vermeylen en Felix Timmermans, in Mens en woord, Johannesburg 1947, blz. 151-174 |
| W. Kramer, Zelfkritiek van Stijn Streuvels, in Album Prof. dr. Frank Baur, II, Antwerpen 1948. blz. 24-30 |
| Stijn Streuvels. Een hulde bij zijn tachtigste verjaardag door de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Brussel 1951 (bijdragen van J. Vercammen, J. Boon, H. Teirlinck, A. Westerlinck, J. Muls, A. van Duinkerken) |
| A. van Duinkerken, Het Vlaanderen van Stijn Streuvels, in Mensen en Meningen, 's-Gravenhage 1951, blz. 342-354 |
| Streuvelsnummer van West-Vlaanderen, januari 1952 (bijdragen van A. van Wilderode, F. Baur, P. Bertheloot, A. Coolen, C.M. van den Heever) |
| G. Knuvelder, Stijn Streuvels, Brussel 1954 (Monografieën over Vlaamse Letterkunde, 28) |
| A. Demedts, Stijn Streuvels, Brussel-Amsterdam 1955 (Prominenten, 2) |
| Stijn Streuvels 85, Gent 1956, samengesteld door Maurits van Herreweghe (bijdragen van Miel Kersten, A. van der Plaetse, A. Demedts en Stijn Streuvels) |
| R. van de Linde, Het oeuvre van Streuvels, sociaal document, Leuven 1958 (Keurreeks van het Davidsfonds, 69) |
| A. Duliere, Stijn Streuvels, romancier flamand traduit dans toutes les langues d'Europe, in Rencontres avec la gloire, Tamines 1959, blz. 115-133 |
| Streuvelsnummer van De Boom, Roeselare 1961 (bijdragen van R. Lagrain, J. Huyghebaert, K. Bostoen, A. van Duinkerken, A. Demedts, A. van der Plaetse, P. Thoen, J. Boudrez, G. Dumont en E. Derluyn) |
| A. Coolen, Stijn Streuvels (met inleiding van Herman Teirlinck en foto's van Gianni Tortoli), Brugge 1961 |
| G. Knuvelder, Stijn Streuvels negentig. Een Noordnederlands perspectief, in Spiegel der Letteren, 5e jg., 1961, blz. 161-181 |
| A. Westerlinck, Over het Leven en de Dood in den Ast, in Dietsche Warande en Belfort, oktober 1961, blz. 533-543 |
| Streuvels' Landschap in de Vlaamse Schilderkunst, Catalogus Avelgem 18 augustus 1963, Tielt 1963 |
| R.F. Lissens, Stijn Streuvels die een wereld schiep, in Confrontaties, Hasselt 1964, blz. 91-96 |
| A. Westerlinck, Weer een uur met Streuvels..., in Alleen en van geen Mens gestoord. Verzamelde Opstellen, Tweede Reeks, Leuven 1964, blz. 121-136 (Keurreeks van het Davidsfonds, 94) |
| J. Florquin, Ten huize van... Ontmoetingen met Vlaamse kunstenaars en andere vooraanstaanden, Leuven 1964, blz. 253-284 (Keurreeks van het Davidsfonds, 96) |
| J. Aerts, Stijn Streuvels tussen historiciteit en mythe, Gent 1967 |
| H. Speliers, Omtrent Streuvels. Het einde van een myte. Een anti-essay, Brugge 1968 |
| F. de Pillecijn, Stijn Streuvels (met nawoord door A. Demedts), Brugge 19696 (Ontmoetingen, nr. 6) |
| L. Ross, Een Vlaschaard is geen Flachsacker, in Maatstaf, 8e jg., 1969, blz. 510-522 |
| J. Weisgerber, Stijn Streuvels. Een sociologische balans, Gent 1970 |
| A. Demedts, Stijn Streuvels. Een terugblik op leven en werk, [Brugge] 1971 |
| J. Florquin, Mijn Streuvelsboek, [Brugge 1971] |
| Idem, Stijn Streuvels. Zijn levensstijl, Tielt 1971 |
| J. Roelstrate, De voorouders van Stijn Streuvels, Handzame 1971 |
| L. Schepens, Kroniek Stijn Streuvels 1871-1969. Catalogus van de Tentoonstelling Stijn Streuvels, [Brugge] 1971 |
| H. Speliers, G. Adé, G. Wildemeersch, A. Godfroid, Afscheid van Streuvels, Brugge-'s-Gravenhage 1971 |
| Een eeuw Stijn Streuvels, samengesteld door de redactie van Dietsche Warande en Belfort voor het speciale Streuvelsnummer oktober-november 1971, Antwerpen-Utrecht 1971 (bijdragen van A. Westerlinck, Stijn Streuvels, J. Florquin, L. Jansseune en R. Vervliet, A. Demedts, B. Kemp, M. Janssens en J. Weisgerber) |
| J. Gisekin, Stijn Streuvels, Hoe ik Brugge gezien en beleefd heb, VWS-cahiers, in Bibliotheek van de Westvlaamse Letteren, 6e jg., nr. 3/A (herfst 1961) |
| R. Roemans, H. van Assche, Bibliografie van Stijn Streuvels. Werk in boekvorm, Antwerpen-Utrecht 1972 (Studia Flandrica, 2) |
| G. Schmook, De regenboog van ‘Leie’ tot ‘Schelde’, in Antwerpen-Tijdschrift der Stad Antwerpen, 18e jg., nr. 1, april 1972, blz. 4-10 (ook in: Versl. en Med. van de Kon. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, afl. 3, Gent 1971, blz. 339-355) |
| A. Westerlinck, Streuvels: zijn kunst, zijn wereld, in Antwerpen. Tijdschrift der stad Antwerpen, 18e jg., nr. 1, april 1972, blz. 11-15 |
| A. Verschuere, Stijn Streuvels zoals hij was, Ingooigem 1973 |
| A. Demedts, Stijn Streuvels, Nijmegen-Brugge 1977 |
| L. Schepens, Stijn Streuvels. In Oorlogstijd. Het volledig dagboek van de eerste wereldoorlog, Nijmegen-Brugge 1979 |
| Onuitg. lic. en doct. verh. over Streuvels: A. Deprez, Licentiaatswerken en doctoraten over Nederlandse, algemene en vergelijkende literatuurstudie. Systematisch overzicht van de aan de Belgische universiteiten voorgelegde verhandelingen. 1934-1975, Gent 1976, blz. 79-82 (Uit het seminarie voor Nederlandse literatuurstudie van de Rijksuniversiteit te Gent) |
| J. Eeckhout, Litteraire profielen, I, Brugge 1925, blz. 361-382 |
| E. de Bom, Dagwerk voor Vlaanderen, Amsterdam 1928, blz. 76-81 |
| J. Greshoff, Critische vlugschriften, 's-Gravenhage 1935, blz. 97-104 |
| R. Roemans, Fernand-Victor Toussaint van Boelaere. Een studie, Brussel 1935 |
| K. van de Woestijne, Over schrijvers en boeken, II, Brussel 1936, blz. 65-81 |
| R. Roemans, Analytische bibliographie van en over F.V. Toussaint van Boelaere, Gent 1936, zie aant. 264 |
| R. Brulez, Fernand Toussaint van Boelaere ou l'Orfèvre des lettres flamandes, in Écrivains flamands d'aujourd'hui, Brussel 1938, blz. 14-23 |
| D.A.M. Binnendijk, Zin en tegenzin, Amsterdam 1939, blz. 75-85 |
| Huldenummer F.V. Toussaint van Boelaere van Onze Tijd, jg. 1940, nr. 2 |
| M. Roelants, Over korte verhalen bij F.V. Toussaint van Boelaere en Filip de Pillecijn, in Schrijvers, wat is er van den Mensch?, Brussel-Rotterdam 1942, blz. 77-80 |
| F. Closset, Inleiding tot De Dubbele Fetisj en Petrusken's Einde, z.p. [1944], blz. 3-12 |
| Album Amicorum F.V. Toussaint van Boelaere, Antwerpen 1946 (met bijdragen van H. Teirlinck, M. Gilliams, P.G. Buckinx, J. Kuypers, R. Brulez, R.F. Lissens, A. de Ridder, H. Lampo, P. van Aken, M. Rutten, R. Herreman, G.H. 's-Gravesande, J. Boon, Fr. Leytens, Fr. de Backer, Fr. Closset, M. Gijsen, J. van Nijlen, J. Prins, J. Siedenburg, D.A.M. Binnendijk, J.W.F. Werumeus Buning, I. Boudier-Bakker, A. van Duinkerken, K. de Josselin de Jong, Top Naeff, V.E. van Vriesland, R. Foncke, L. Lebeer, F. Lyna, G. Schmook, A. Westerlinck, J. Gessler, R. Roemans) |
| Huldenummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1947, nr. 1 (met bijdragen van H. Teirlinck, Fr. de Backer, A. van Duinkerken, G. Walschap) |
| R. Pansaerts, F.V. Toussaint van Boelaere (1875-1947), de novellist, lic. verh. Gent 1959 |
| A. van Duinkerken, Vlamingen. Een bundel opstellen over het letterkundig leven in Vlaanderen, Hasselt 1960, blz. 41-44 |
| H. Teirlinck, F.V. Toussaint van Boelaere 1875-1947 (gevolgd door de publikatie van nagelaten geschriften), in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 15e jg., 1962, nr. 7, blz. 807-819 |
| J. Boven, Monografie van F.V. Toussaint van Boelaere. Een stilistisch onderzoek van zijn proza, lic. verh. Leuven 1962 |
| R.F. Lissens, Inleiding tot De dode die zich niet verhing en andere verhalen, Hasselt 1963 |
| A. Donnai, Het ‘kortverhaal’ in het werk van F.V. Toussaint van Boelaere, lic. verh. Luik 1967 |
| C. Constandt, F.V. Toussaint van Boelaeres werk gerecenseerd. Een literair-sociologische benadering, lic. verh. Gent 1975 |
Bibliografie:
| Werken, 5 dln., Bussum 1928-1933 |
| Verzameld Werk, 8 dln., Brussel 1947-1950 |
| Verzamelde gedichten, met een voorwoord door A. Roland Holst, samengesteld en ingeleid door Prof. dr. P. Minderaa, Brussel 1953, fotografische 2e, 3e dr. 1958, 1967 |
| Journalistiek - Brieven aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant, Hasselt 1960 |
| Verzamelde Gedichten, Brussel-Amsterdam 1978 |
| Verhalen, samengesteld en ingeleid door Kees Fens, Amsterdam-Brussel 1978 |
Literatuur:
| A. de Ridder, Onze schrijvers geschetst in hun leven en werken, II, Vlaamsche Schrijvers, Baarn 1909, blz. 68-94 |
| E. d'Oliveira, De Jongere Generatie (vervolg op De mannen van '80), Amsterdam 1914, blz. 35-52 |
| M. Gijsen, Karel van de Woestijne, Antwerpen-Amsterdam 1920 (Vlamingen van Beteekenis, nr. 4) |
| J. Eeckhout, Karel van de Woestijne, Brugge-Den Haag 1925 (Mannen van Beteekenis, nr. 2) Van de Woestijne 50 jaar, gelegenheidsnummer van Dietsche Warande en Belfort, 28e jg., februari 1928 |
| Karel van de Woestijne-nummer van Vandaag - Vlaamsche halfmaandelijksche kroniek, nr. 17, 20 oktober 1929, blz. 367-386 |
| J. Eeckhout, Herinneringen aan Karel van de Woestijne, Kortrijk 1930 |
| Idem, Een inleiding tot Karel van de Woestijne, Gent-Bussum 1932 |
| Mededelingen van het Karel van de Woestijnegenootschap, 8 dln., Kortrijk 1933-1939 |
| M. Rutten, De lyriek van Karel van de Woestijne, Liège-Paris 1934 |
| U. van de Voorde, Essay over Karel van de Woestijne, Antwerpen 1934, 19422 |
| A.H. Cornette, Karel van de Woestijne en de muziek, in Versl. en Med. van de Kon. Vl. Ac. voor Taal- en Letterkunde, 1935, blz. 11-19 |
| Idem, Urbain van de Voorde en zijn Essay over Karel van de Woestijne, ibidem, 1935, blz. 201-208 |
| M. Mommens, Het wijsgerig inzicht bij Karel van de Woestijne, De Blind-gewordene, Antwerpen 1936 |
| B. Verhoeven, Karel van de Woestijne. Een karakteristiek en een keur uit zijn gedichten, Utrecht [1940] |
| P. Minderaa, Karel van de Woestijne. Zijn leven en werken, Arnhem 1942, 19422 |
| M. Rutten, De esthetische opvattingen van Karel van de Woestijne, Liège-Paris 1943 |
| A. van Cauwelaert, Karel van de Woestijne. Een synthese, Diest [1943] (Die Suverlicke Boexckens, nr. 7) |
| F.V. Toussaint van Boelaere, Marginalia bij het leven en het werk van Karel van de Woestijne, Brussel-Rotterdam 1944 (Documenten, nr. 5) |
| K. van Acker, Vlaamsche Temperamenten, Antwerpen 1944, blz. 91-110 |
| G. van Severen, Karel van de Woestijne, Brussel 1944 |
| M. Rutten, Is Karel van de Woestijne een mystiek, dichter?, in Miscellanea J. Gessler, II, Deurne 1948, blz. 1086-1088 |
| A. Westerlinck, Aantekeningen over Karel van de Woestijne's jeugd, ibidem, II, blz. 1301-1328 |
| I. Wils, Taaltechniek in de lyriek van Karel van de Woestijne, ibidem, II, blz. 1333-1341 |
| M. Rutten, Rond de studie van Gezelle en Van de Woestijne, in Album Prof. dr. Fr. Baur, II, Antwerpen 1949, blz. 210-219 |
| J.J. Aerts, Het schroom-motief in Karel van de Woestijne's lyriek, ibidem, blz. 35-46 |
| Fr. de Backer, Romeo, of De minnaar der liefde, ibidem, blz. 67-72 |
| A. Westerlinck, De psychologische figuur van Karel van de Woestijne als dichter. Een literair-psychologische studie, Antwerpen-Amsterdam 1952 |
| D.A.M. Binnendijk, Tekst en uitleg bij twee en twintig gedichten, Tweede reeks, Amsterdam 1952, blz. 87-93 |
| Catalogus van de tentoonstelling Latem rond Karel van de Woestijne in het Museum voor Schone Kunsten te Gent van 18 december 1954-15 januari 1955, Eeklo 1954 |
| M. van Coppenolle, De letterkundige bundel ‘Werk’, naar de briefwisseling van Karel van de Woestijne met Victor de Meyere, 1897-1899, in Biekorf, 56e jg., 2 februari 1955, blz. 39-47 |
| P. Minderaa, Karel van de Woestijne's ‘Me-zelf voorbij, me-zelven tegen’, in De Vlaamse Gids, 39e jg., maart 1955, blz. 157-167 |
| J. Aerts, Stijlgeheimen van Karel van de Woestijne - Een Stijlkundig onderzoek, Leuven 1956 |
| H. Teirlinck, Karel van de Woestijne, 1878-1929, Brussel 1956 (Monografieën over Vlaamse Letterkunde, nr. 2) |
| L. Fessard, La mer dans l'oeuvre poétique de Karel van de Woestijne, in Études germaniques, 12e jg., nr. 2, april-juni 1957, blz. 125-140 |
| A. Sassen, Het woord ‘reven’ bij Karel van de Woestijne, in Album Edgard Blancquaert, Tongeren 1958, blz. 365-372 |
| F. de Schutter, ‘Ik ben met U alleen, o Venus’ door Karel van de Woestijne. Gedichtenbespreking, in Nova et Vetera, 36e jg., nr. 4, 1959, blz. 483-496 |
| M. Rutten, Het proza van Karel van de Woestijne, Liège-Paris 1959 |
| J. Boets, Klanksymboliek in een gedicht van Karel van de Woestijne, in Spiegel der Letteren, 4e jg., 1960, blz. 24-37 |
| K. Jonckheere, Een niet gekend dagboek van Karel van de Woestijne, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 14e jg., nr. 3, 1960, blz. 338-349 |
| M. Rutten, Karel Pierre Edouard Marie van de Woestijne, in Biographie Nationale, XXXI, fasc. 2, 1962, kol. 750-788 |
| Mevr. K. van de Woestijne, Herinneringen aan toen, in Dietsche Warande en Belfort, 109e jg., januari 1964, blz. 7-15 |
| M. Rutten, Karel van de Woestijne te Pamel, in Spiegel der Letteren, 13e jg., nr. 2, 1970, blz. 112-131 |
| Idem, Karel van de Woestijne, Brugge 1970 (Ontmoetingen, nr. 83) |
| L. Dieltjens, Interpretatie van het slotgedicht in ‘De Modderen Man’ op basis van een stilistisch platform, in Spiegel der Letteren, 14e jg., nr. 2, 1972, blz. 132-154 |
| A. Vanwilderode, Gustave en Karel van de Woestijne, in Vlaanderen, 21e jg., april 1972, blz. 69-135 |
| M. Rutten, De Interludiën van Karel van de Woestijne, Liège-Paris 1972 |
| F. van Elmbt, Godsbeeld en godservaring in de lyriek van Karel van de Woestijne, Brugge 1973 |
| K. Jonckheere, Dagboek (Met) inleiding en begeleidende nota's, Antwerpen 1974 |
| A.M. Musschoot, Karel van de Woestijne en het symbolisme, in Kon. Vl. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, Gent 1975 (Memorabilia, nr. 5) |
| Idem, Poésie pure: een confrontatie Karel van de Woestijne - Paul van Ostaijen, in De Nieuwe Taalgids, 69e jg., 1976, blz. 191-204 |
| J. Soenen, Gewinn und Verlust bei Gedichtübersetzungen - Untersuchungen zur deutschen Übertragung der Lyrik Karel van de Woestijnes, Bonn 1977 |
| Van de Woestijne-nummer van Yang, Tijdschrift voor literatuur en kommunikatie, nr. 82, maart 1978 |
| B. Decorte, Karel van de Woestijne en de Franse literatuur, in Med. van de Kon. Ned. Ac. van Wetenschappen, afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, dl. 41, nr. 3, 1978, blz. 51-66 |
| Het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven herdenkt Karel van de Woestijne (toespraken van E. Willekens, L. Detiège en M. Rutten), in Antwerpen. Tijdschrift der Stad Antwerpen, 24e jg., nr. 2, 1978, blz. 84-91 |
| M. Rutten, M. van Ruyssevelt, M. Somers, Catalogus Karel van de Woestijne 1875-1929. |
| Herdenkingstentoonstelling n.a.l.v. de 100ste verjaardag van zijn geboorte, Antwerpen, A.M.V.C., 10 maart-9 april en 16 mei-15 oktober, Gent, Het Pand, 14 april-1 mei 1978 |
| Catalogus van de tentoonstelling Karel van de Woestijne te Sint-Martens-Latem, georganiseerd door de Latemse Kunstkring, Sint-Martens-Latem, Latemse Galerij, 20 augustus-17 september 1978 |
| J. Soenen, Catalogus tentoonstelling Karel van de Woestijne in vertaling, Brussel 1978 |
| G. van de Woestijne, Karel en ik. Herinneringen, Brussel-Amsterdam 1979 |
| A.M. Musschoot, Karel van de Woestijne en het Gents toneel, in Jaarb. van de Kon. Soevereine Hoofdkamer van Retorica ‘De Fonteine’ te Gent, I, XXVII, tweede reeks nr; 19, 1976-1977, blz. 137-148 |
| Idem, Karel van de Woestijne et le symbolisme français, in Septentrion, 8e jg., nr. 3, 1979, blz. 28-34 |
| Idem, Herdenking Karel van de Woestijne, in Jaarboek De Fonteine, XXIX, 1979, blz. 185-200 |
| J. Soenen, Vijfmaal Karel van de Woestijne in vertaling, Oudenaarde 1979 |
| A. van Elslander, Karel van de Woestijne herdacht. Toespraak gehouden ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling in Het Pand te Gent (14 april 1978), in Versl. en Med. van de Kon. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, jg., 1979, blz. 26-33 |
| R. Hozee, Veertig kunstenaars rond Karel van de Woestijne (1878-1929) en de kunst van zijn tijd met uittreksels uit zijn geschriften over kunst, Catalogus tentoonstelling Museum voor Schone Kunsten, Gent 20 januari-11 maart 1979 |
| M. Somers, Karel van de Woestijne 1878-1929. Tentoonstellingscatalogus, met een inleiding door Albert Westerlinck en chronologisch raamwerk door M. Rutten, Kon. Bibl. Albert I, 16 juni-22 augustus 1979 |
| A. van Elslander, Het Gents professoraat van Karel van de Woestijne (1920-1929), in Spieghel Historiaal van de Bond van Gentse Germanisten, 22e jg., 1980, nr. 1-2, blz. 39-53 |
| Onuitgegeven lic. verh. over Karel van de Woestijne: zie A. Deprez, Licentiaatswerken en doctoraten over Nederlandse, algemene en vergelijkende literatuurstudie. Systematisch overzicht van de aan de Belgische universiteiten voorgelegde verhandelingen. 1934-1975, Gent 1976, blz. 105-106 |
| F. van Elmbt, De agenda's en carnets van Karel van de Woestijne. Tekstuitgave en kritischhistorische studie, onuitg. diss. Luik 1979 |
| A. Westerlinck, De eerste rijpe jaren van Karel van de Woestijne: beschouwingen rond zijn brieven aan Louis Ontrop (1896-1899), Beveren 1982 |
| A.L. Sötemann, Twee meesters en hun métier: Boutens en Van de Woestijne over poëzie, in Versl. en Med. van de Kon. Ac. voor Ned. Taal- en Letterkunde, 1983, afl. 1, blz. 129-144 |
| F. van Elmbt, Karel van de Woestijne en Hadewych, in De Nieuwe Taalgids, 77e jg., nr. 3, mei 1984, blz. 235-246 |
| A. Vermeylen, Het Stille Gesternte van Herman Teirlinck, in Verzamelde Opstellen, II, Bussum 1905, blz. 175-184, in Verzameld Werk, zie aant. 183, II, blz. 310-316 |
| W.G. van Nouhuys, Uit Noord- en Zuid-Nederland - Beschouwingen en Critieken, Baarn 1906, blz. 142-168 |
| A. de Ridder, Bij Herman Teirlinck, in Onze schrijvers geschetst in hun Leven en Werken, II, Vlaamsche Schrijvers, zie aant. 320, blz. 1-29 |
| Idem, Rond ‘Het ivoren aapje’ van Herman Teirlinck, in De Boomgaard, 1909-1910, blz. 331- 352 |
| J. Kuypers, Herman Teirlinck, Antwerpen-Santpoort 1923 (Vlamingen van Beteekenis, nr. 6) |
| E. de Bom, Herman Teirlinck als dramaturg, in Nieuw Vlaanderen. Kunst en Leven, Brussel 1925, blz. 261-284 |
| F.V. Toussaint van Boelaere, Zurkel en blauwe lavendel - Studies en Kritieken, Brussel 1926, blz. 61-80 |
| L. Monteyne, Kritische Bijdragen over Tooneel, Antwerpen 1926, blz. 7-40 |
| D. Coster, De Beteekenis van het Lustrum-spel te Delft, in Verzamelde Werken, Leiden 1967 blz. 11-31 |
| Herman Teirlinck-Gedenkboek. 1879-1929, Antwerpen 1929 (met bijdragen van L. van Deyssel, A. Vermeylen, J. de Meester sr., Top Naeff, D. Coster, R. Herreman, F.V. Toussaint van Boelaere, M. Roelants, J. Kuypers, Nest Claes, Fr. Hellens, G. Pulings, Dr. C. Debaive) |
| P. Kenis, Een overzicht van de Vlaamsche Letterkunde na ‘Van Nu en Straks’, ‘met bibliographische aanteekeningen van Dr. R. Roemans’, Amsterdam 1930 |
| R. Roemans, Het Herman Teirlinck-Gedenkboek - Kritisch Onderzoek der bibliographie, in Revue belge de philologie et d'histoire, juli-december 1932, blz. 991-1007 |
| P. Lebeau, Het Dilettantisme als Levenshouding in de Literatuur, in Dietsche Warande en Belfort, 33e jg., nr. 12, 1933, blz. 809-820, en 34e jg., nr. 1, 1934, blz. 6-19 |
| R.F. Lissens, Het Impressionisme in de Vlaamsche Letterkunde, Mechelen-Amsterdam 1934 |
| W. Putman, Tooneeldagboek 1928-1938, Antwerpen 1939, blz. 216-229 |
| J. Eeckhout, Litteraire profielen, IX, Antwerpen-Brussel-Gent-Leuven 1940, blz. 5-24. Ibidem, XI, 1942, blz. 60-72 |
| M. Roelants, Herman Teirlinck en de Componist, in Schrijvers, wat is er van den Mensch?, Brussel-Rotterdam 1942, blz. 64-76 (Documenten, nr. 4) |
| R.F. Lissens, Herman Teirlinck. La diversité, in Rien que l'homme - Aspects du roman flamand contemporain, Brussel 1944, blz. 217-229 |
| A. de Mayer, R. Roemans, Een kwart Eeuw Toneelleven in Vlaanderen, Antwerpen 1948 |
| S. Lilar, Zestig Jaar Toneelliteratuur in België (vertaald door M. Gijsen), Antwerpen 1951 |
| B. Ranke, Teirlinck, impressionistisch woordkunstenaar, in Dietsche Warande en Belfort, jg. 1953, blz. 496-500 |
| J. Schefens, Herman Teirlinck, Verheerlijker van de Levenskracht, in De Vlaamse Gids, 37e jg.,nr. 2, 1953, blz. 65-73 |
| J. Grootaers, Maskerade der Muze, Amsterdam 1954 |
| Van en over Herman Teirlinck, Brussel 1954 (met bijdragen van H. Teirlinck, A. van Duinkerken, K. Jonckheere, J. Kuypers, P. Minderaa, M. Roelants) |
| Herman Teirlinck vijfenzeventig jaar, gelegenheidsnummer Nieuw Vlaams Tijdschrift, 8e jg., 1954 (met bijdragen van M. Coole, J. Daisne, B. Decorte, W. Elsschot, M. Gilliams, R. Herreman, K. Jonckheere, J. Kuypers, H. Lampo, R. Minne, A. Mussche, P. van Aken, A. van Hoogenbemt, G. Walschap, H. Claus, G. Stuiveling) |
| H. Teirlinck, in Mededelingen nr. 19 van de Uitgaven van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Brussel 1954 |
| D. Coster, Gesprek over Herman Teirlinck, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 11e jg., nr. 1, 1957, blz. 70-81 |
| L. |