De Vlamingen


auteur: Manu Ruys


bron: Manu Ruys, De Vlamingen. Een volk in beweging, een natie in wording. Lannoo, Tielt/Utrecht  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 209]

Nawoord

De historicus die gebeurtenissen en perioden overschouwt die reeds tot dode archieven zijn vergeeld, kan besluiten formuleren. De waarnemer die probeert de kroniek te vertellen van feiten die nog warm aanvoelen, en van mensen die nog plannen maken, weet dat in het midden van de stroomversnelling niet wordt stilgehouden. Een generatie van staatslieden die het einde van haar mandaat ziet naderen, kan denken aan het opmaken van de balans. Maar intussen gaat het leven voort. Vlaanderen is in volle beweging. Het is niet op te vangen in een definitieve afrekening. Het is ook niet mogelijk, zelfs niet op basis van wetenschappelijke prognoses, te voorspellen waartoe de evolutie zal leiden. In dit korte bestek kon evenmin dieper worden ingegaan op de verschillende, soms ondergrondse, stromingen die onze samenleving beroeren. De wisselwerking van politieke en economische krachten, de polarisatie van fundamentele tegenstellingen, de uitwassen van de welvaartsmaatschappij, de openbare mening in haar vele varianten, de rol van partijen en pressiegroepen, de goede en slechte kanten van nationalisme, progressisme en andere -ismen: het zijn zovele thema's voor een aparte behandeling. Ons was het hier enkel te doen om het volgen van de rode draad, die de ontwikkeling van de nederlandstalige gemeenschap in onze gewesten aangeeft, van haar primitieve ontstaan af in de middeleeuwen, over de decenniën van bloei, stilstand en

[p. 210]

verval, tot de jongste honderd jaren, waarin kleine groepen van bescheiden intellectuelen erin slaagden het volk uit de inzinking op te trekken, op te voeden en het besef van eigen waarde terug te schenken.

Het Vlaanderen dat thans gestalte krijgt, is niet het Vlaanderen van de graven en de belforten. De Belgische staat is niet het katholieke Nederland van Filips. De Benelux is niet de Bourgondische kreits. En toch is er ergens een gelijkenis, een verwantschap, een continuïteit. De geografie heeft haar wetten. Er zijn oude culturele afdrukken die door de stormwinden van de historie slechts traagjes worden uitgewist en na eeuwen nog zichtbaar blijven. Verwijder het zand, en de draad ligt weer bloot.

De geschiedenis is nochtans een gokspel. Op ieder ogenblik is alles mogelijk. Vlaanderen had ook nooit kunnen bestaan, nooit tot opleving kunnen komen. Het Nederlandse karakter van het zuidelijke deltagebied was meer dan eens bedreigd, ook reeds omdat lange tijd niemand veel belang hechtte aan eigen taal en cultuur.

Het is een kenmerk van onze samenleving nu dat het volk, dank zij aandachtige overheidszorg voor onderwijs en volwassenenvorming, beter beschermd wordt tegen geestelijke verbastering en ondergang. Ook het samenspel tussen de vlaamsgezinde elite en de beter geïnformeerde en door democratische rechten beschermde burgers, is een waarborg voor de verdere ontplooiing van de Vlaamse gemeenschap. In die evolutie is plaats voor vele tendensen. Wij leven in een pluralistische maatschappij, die traditioneel tolerant is. Gedachten en vormen kunnen zich vrij ontwikkelen. De vlaamsgezinde ‘linkse’ opinie die na de tweede wereldoorlog soms zo kranig tot uiting kwam, o.m. in de groep van Het Pennoen, is even nodig als het milieu van managers en economisten dat, meer dan de politici, Vlaanderen prestige schenkt in de Nederlanden en Europa.

Het is ook een ontwikkeling die onomkeerbaar is. De Vla-

[p. 211]

mingen zullen steeds Nederlandser worden in taal en opvattingen, bewuster van hun staatkundige sterkte en economische mogelijkheden.

De oude stelregel - eerst Vlaming zijn en dan Belgisch staatsburger - zal niet zo spoedig verzwakken. Hij betekent echter niet dat België niet te waarderen zou zijn. De tijd dat de staat vooral negatief functioneerde voor de Vlamingen, is nagenoeg voorbij. De machine kan nog wel afwijkingen vertonen, maar onze gemeenschap beschikt over middelen om bij te sturen.

De taak is nu, die staat aan te passen aan de bewustwording van de Vlamingen en van de franstalige gemeenschap. Het is een delicate operatie, want een centraliserende staat hervormen tot een federatie, is moeilijker dan kleine autonome gemeenschappen naar elkaar toebrengen. In een eerste fase moet worden uiteengehaald, wat te dicht verstrengeld zat, en daarna moeten de gescheiden elementen opnieuw en op een harmonischer wijze worden verzoend. De operatie zal maar slagen, wanneer iedereen de filosofie ervan onderschrijft.

De Vlamingen lijken, hoe dan ook, vast besloten de Belgische staat te valoriseren en te verstevigen. Nu zij volwaardige staatsburgers zijn, aanvaarden zij hierover, onbevangen en zelfverzekerd, de dialoog met de Waalse landgenoten. Het veronderstelt ook een regeling voor Brussel en zijn hoofdstedelijke functies.

Blijft in die ontwikkeling nog ruimte over voor een toenadering tot het koninkrijk der Nederlanden, die verder reikt dan het culturele domein? Komt het in de eenentwintigste eeuw misschien tot de vereniging die in de zestiende en de negentiende eeuw niet tot bloei kon rijpen? Het is niet verboden in die richting te denken of te dromen. Maar vooralsnog lijkt het wijzer, rekening te houden met het heden, met de verschillen tussen de twee staten, met de vele mogelijkheden om verder in de Benelux te werken en

[p. 212]

om samen te ijveren voor het grotere doel: de Europese eenwording.

In dat Europa zullen de bewoners van de lage landen uiteraard gedwongen worden elkaar te verstaan om een deltagebied in stand te houden, waarvan de leefbaarheid, de geestelijke en fysische gezondheid bedreigd worden door industriële rijkdom en consumptiekoorts.

 

De Vlamingen zijn niet meer de zwakke broertjes in België. Zij komen ook, als Vlamingen, opnieuw het internationale forum op. Weinige volkeren in de wereld beschikken over zovele troeven: een oude cultuur, een dynamische economische onderbouw, een uitzonderlijke ligging, een herboren politiek bewustzijn, een nieuw geloof in de eigen talenten, arbeidsvermogen, talenkennis en een traditie van verdraagzaamheid en democratische openheid.

De voorbije generaties die in ondankbare voorwaarden ons volk uit zijn onmondigheid bevrijdden en haast onder dwang de weg van de herbronning en van de autonomie opstuwden, hebben zich niet vergist in hun streven.

Het Vlaamse volk leeft. Het ontsnapt niet aan de machtsstrijd die iedere maatschappij kenmerkt, waar economische en sociale belangengroepen met elkaar wedijveren. Het wordt bevrucht en bewogen door ideologische en zedelijke confrontaties, die ook elders de mensen in twijfel, hoop en angst doen leven. Maar het is een volk dat de rangen sluit en zichzelf wil zijn in de wereld.

De Vlaamse beweging nadert haar voltooiing.

De Vlamingen beginnen een nieuw bestaan.