In Britsch Guyana, ik geloof zelfs over al de Britsch-West-indische bezittingen, wordt de Brits-Indische emigrant, al heet hij ook Rham-Si-Dan-Ben-Mohamed, kortweg gedoopt, d.i. genoemd met de naam van ‘Samie’. Er zijn dus in de Britsch W.I. bezittingen meer Samie's, dan Johnsons, Wilsons en alle soorten van Sons in Engeland, Schotland en Ierland! Feitelijk zijn er evenveel Samie's als er koelies zijn, want op enkele uitzonderingen na, vertegenwoordigt een koelie een Samie! Die naam is naar ons overgewaaid, en de vroeger, algemeene naam van ‘Koelie’ of ‘Koelieman’ maakt hoe langer hoe meer plaats voor den meer populairen ‘Samie’!
Lodewijk XIV zei eens: ‘De Staat ben ik!’ Ik zeg: ‘De economist is Samie!’ Ik durf beweren, dat Samie als minister van financiën in een paar jaar de Staatsschuld tot ‘nihil’ brengen zou - maar ook, dat indien hij een cursus kon oprichten voor ‘practische economie’, de doctoren in die wetenschap veel meer er van zouden weten, dan nu alleen door hun ‘theorie’.
Het leven van alle Koelies te beschrijven is mijne bedoeling niet, en zou haast eene onmogelijkheid zijn; - maar alle koelies komen met elkander overéén op het punt ‘economie’ en bij de beschrijving van éénen, kan die beschrijving - mogelijk met eene kleine wijziging - op allen worden toegepast. Voor het ogenblik roep ik Uwe aandacht in voor Samie, mijn karreman. Met nog 462 anderen kwam Samie omstreeks 12 jaar geleden hier aan. Ik meen, dat hij geboortig is van Calcutta, maar het doet er eigenlijk niets toe.
Bij zijne aankomst in de kolonie bestond zijn gansche rijkdom uit de lapjes vuil katoen, die hij om het hoofd en de lendenen gewonden had en - een zeertje aan zijn linkervoet. Bij het aan wal stappen had hij wel een bundel in de hand - een deken, waarop hij sliep - maar deze was zoo vuil en gerafeld, dat men wellicht voor minder dan een halven gulden niemand zou vinden, om ze naar de rivier te brengen. Zij kan dus feitelijk niet onder de ‘bezittingen’ genoemd worden, maar moet integendeel op de debetzijde worden geboekt. - Het, grootboek van Samie dus opmakende, vinden wij aan de eene zijde: zijn plunje en een
linkervoetsch zeer, en aan de andere zijde: de te maken onkosten voor het weggooien van zijn deken.
Samie kon dit zelve niet doen, want hij werd dadelijk naar het hospitaal vervoerd. Of hij dadelijk een bewijs heeft geleverd voor zijne economische beginselen door de deken op straat te laten vallen, zoodat hij het weggooiloon uitspaarde dan wel of ze door of vanwege het hospitaal is weggegooid geworden, weet ik niet. Zooveel is zeker, dat na drie weken in het hospitaal gelegen te hebben, Samie naar plantage werd gezonden - zonder deken.
Het werken op de cacaoplantage ging hem in den beginne niet vlug af, maar in een betrekkelijk korten tijd werd Samie met het werk vertrouwd, en dikwijls maakte hij 1 ½ taak per dag, en zag hij zich op het einde der week 5,6 weleens 7 gulden uitbetaald worden. Hoe het mogelijk is, dat men met een gemiddeld inkomen van ƒ6.- in de week, waaruit kost, verlichting enz. enz. moet betaald worden, nog wat kan overhouden, mag iemand anders begrijpen - ‘ik’ niet! Maar zeker is het, dat op zekeren dag mijn Samie na een bezoek aan de stad naar plantage terugkeerde met ‘iets’ zorgvuldig in zijn gordel - en met een pakje in de hand.
Dat ‘iets’ was een spaarbankboek, en het pakje in de hand hield in: een paar schoenen no. 12.
Een paar weken daarna, had Samie wederom een paar guldens bespaard en nu begon zijn loopbaan als financier!
Aan om geld verlegen creolen en anderen werd 2,3 gulden geleend met eene wekelijksche rente van 1 kwartje; - de gekochte schoenen werden verhuurd à 1 kwartje per vol etmaal - en ze hadden altijd huurders, want elke voet kon er in - zoodat in een korten tijd de inkoopsprijs der schoenen weder in handen van Samie was, die de zaak uitbreidde door een ander paar aan te koopen, maar nu in gezelschap van een paar gestreepte katoenen sokken, dat gratis werd meegegeven aan hem, die 50 cents vooruit betaalde voor twee etmalen. Zoo ging hij voort cent bij cent over te leggen, en toen de vijf jaren - zijn contracttijd - verloopen waren, was Samie een spaarbankboekje rijk, dat met kapitaal en rente ƒ1042.34 vertegenwoordigde.
Verder mocht Samie het zijne noemen: ƒ4 62 aan los geld, 3 paren scheefgetrapte schoenen No. 12, 2 van gaten voorziene paren sokken, 1 houwer en 1 vuursteengeweer, door hem in pandbeslag gehouden voor ƒ1.- plus 7 weken rente à 10 cents.
De plunje om hoofd en lendenen tel ik niet mee, om de zijde van Samie's ‘debet’ blank te houden.
Van een landgenoot, die repatrieerde omdat hij genoeg gegaard had, kocht nu Samie een stuk land bij Charlesburg, benevens eene koe met kalf. Van dat oogenblik af, worden de
verschillende bijbaantjes zoovele, dat zij bijna niet te volgen zijn. Hij koos zich nu ook eene levensgezellin, die één van hart en één van zin, de zaken dreef, als Samie van huis was.
Door de vereeniging werden de zaken nog meer uitgebreid, want Samie liet de onkosten voor onderhoud zijner vrouw door haarzelve uitwinnen.
's Morgens vroeg werden boonen, koolen, melk en eieren, soms ook vruchten, ter markt gebracht; iets later werden Indische koeken en gebak gemaakt en verkocht; te allen tijde was kerosineolie te koop en waren schoenen te huur! En toen, trots deze verscheidene baantjes en bijbaantjes, Samie nog tijd over had, kocht hij zich een ezel en trapwagen en werd karreman. Met dit baantje kwam er eene verandering in de kleeding van Samie. De verandering van kleeding geschiedde niet uit voorliefde voor de Europeesche dracht maar uit economie: Voor een kleinen dienst bij mij bewezen, kreeg hij een ouden stoffen broek, waarvan het deel, voor de stoel bestemd, door langdurig gebruik doorzichtig was geworden; en een zwarte rok, die, geloof ik, gevonden was bij de nalatenschap van mijn grootvader, en minstens behoorde tot een tijdperk, toen koningin Victoria nog werd aangesproken met den titel van ‘Koninklijke Hoogheid’.
Samie aanvaardde mijn geschenk en verrijkte de garderobe van zijne wederhelft met het door hem afgelegd Indische plunje. Hij toonde zich dadelijk een man van smaak; - hij begreep, dat een rok niet door de week kon gedragen worden bij zijn ezelskar! De beide panden werden heel voorzichtig afgeknipt, zoodat zijne bovenkleeding het aanzien kreeg van een tunick à la Marie Antoinette. Dat Samie een economist was, blijkt nog hieruit, dat de afgeknipte rokspanden niet werden weggegooid. Een er van werd in zijn tuin bij de boonen geplaatst om dienst te doen voor vogelverschrikker; - de ander zag ik in zijn huis als wandversiersel!
Samie begrijpt zijne belangen volkomen: nooit ranselt hij zijn ezel, en hij kan van zijn beest door zachtheid veel meer gedaan krijgen, dan een ander door ruw geweld. Samie is nederig, vriendelijk en gewillig.
Als hij een vrachtje heeft gehad, is hij altijd willig een handje te helpen bij op- of afladen, zoodat ook menig fooitje, behalve zijn loon, hem in de zak vloeit.
Door de week is Samie ‘werkman’ maar des Zondags na markttijd is hij vaak ‘gentleman’ zelfs een pronker!
Want men kan hem op den rustdag zien met zijn tuniek à la Marie Antoinette, maar nu van voren toegeknoopt, en ontdaan van het stof der straten en van de moddervlekken door de wielen van zijn voertuig daarop geslingerd; - in zijn schoon gemaakte tuniek dan - en in gezelschap van Blücherboots en ge-
streepte sokken aan de voeten, en - o weelde! - in de hand een zwart katoenen parasol, groot genoeg om vader Noach met zijne gansche familie eronder te bergen.
Die kleine ijdelheid en die weelde is hem te vergeven, want hij heeft door de week zwaar gewerkt, hetgeen trouwens zijne wandeling naar de spaarbank met een bundeltje, op Donderdag bewijst.
Als het zoo voortgaat, wordt Samie nog een vermogend man! Wij mogen hem niet benijden, want hij wordt rijk door eigen kracht en arbeid en door - economie.