Ik weet niet precies door wien, maar gezegd is 't: ‘Wijs mij eene vrouw aan die niet nieuwsgierig is, en ik zal U er eene aantoonen, die niet babbelziek is’....
Kijkt mij niet zoo verwoed aan, dames, ik heb het niet gezegd! Gelooft mij! Als ik den zegsman kende, ik zou mij tegenover hem stellen - ik zou u verdedigen - ik zou hem erop wijzen, dat mijne grootmoeder, overgrootmoeder en bet overgrootmoeder ook tot het vrouwelijk geslacht behooren gerekend te worden, en dat zij niet nieuwsgierig zijn; ook, dat zij naar niets vragen, ja, zelfs den mond nooit open doen! Maar, dat is het niet, wat ik zeggen wou. Ik wou mij ook wat aangewezen hebben. Gelukkig dat het niet over eene vrouw handelt, anders, dames, had ik mij mogelijk weer Uwe ontevredenheid op den hals gehaald!
Wijs mij een chinees aan, die niet flegmatiek is, en ik zal U er een voorstellen, die niet lakoniek is! Maar laat ons niet afdwalen! Laat ons dit huisje binnentreden en kennis maken met dit in ons land gevormde type. Foké - vriend - is bij de geheele buurt bekend onder dien naam, hoewel hij bij zijne land-genooten anders te boek staat. Zijn doopnaam - als hij gedoopt was - luidt: Ching-Fong-Sin; Pok-Si-Pau of anders, maar zeker wordt zijn naam verkregen door een koppelteeken tusschen drie of vier in verschillende talen bekende tusschenwerpsels!
Treed den winkel van Foké binnen! De inventaris is spoedig gemaakt: een toonbankje, welke het vertrek in tweën scheidt. Vóór in, bij of onder het venstertje op den vloer, een hoop houtskool, waarop eene kaaskist die dienst doet voor maat bij den verkoop van 't artikel. Daarnaast eenige stukken suikerriet, versneden in stukjes van om en bij 20 cM., die à 1 cent per stuk gerealiseerd worden; eenige langere stukken, die op hunne beurt wachten, om over te gaan in stukjes van voornoemde afmeting; en een houwer, waarmee de kunstbewerking geschiedt.
Aan den wand eenige bossen bacoves in drie stadiums: rijp, half-rijp en groen, en een afgedragen castoren hoed.
Op de toonbank twee trommels met glazen front, inhoudende pindanoten, en op een der trommels het deksel van een schoensmeerblik, dat bij de pinda's denzelfden dienst doet, als de kaaskist bij de kolen.
Verder nog: een blikken lampje, dat 's avonds het bedienen der klanten moet verlichten.
Achter de toonbank een houten brits, gedekt met een chineesche mat, waarop eene altijd brandende lamp, benoodigd bij het opiumschuiven, de opiumpijp en een potje het Oostersche kruit bevattende.
Naast de brits een houten tafeltje met een of twee borden, een theepot en een kommetje, en eenige vierkant versneden stukjes stroopapier, die gebruikt worden, om de te verkoopen pindanoten af te leveren.
Voeg bij dit alles eene oude katoenen parapluie, die weinig gebruikt wordt, daar Foké altijd 's morgens 6 tot 's avonds 9 hier te vinden is; en gij hebt kennis gemaakt met den winkel, tevens slaap- en woonvertrek van Foké, den zoon van het Hemelsche rijk.
Even eenvoudig als zijn huisraad is, is ook zijne kleeding; een wijde, blauw linnen broek en dito kabaai! Zijne bloote voeten steekt hij in Chineesche slippers, als hij niet op zijn rustbed ligt.
Den persoon van Foké te beschrijven is een onmogelijkheid! De verschillende hoogten en laagten, die bij andere menschen, trots de kleeding zijn waar te nemen, mist Foké geheel. Hij heeft ze nooit gehad of hij heeft ze verloren!
Zooveel is zeker, dat hij nu het best kan worden vergeleken bij eene eenigzinszins afgeplatte Rijnwijnflesch, aan den onderkant voorzien van twee spillebeenen, en op den hals een Chineesche kop met een staart!
Foké is altijd op zijn rustbed te vinden, dat dienst doet voor bed, stoel, tafel en wie weet wat nog al meer. Hij ligt altijd met de pijp in den mond, en neemt eerst eene zittende houding aan, als iemand binnenkomt, en hij staat eerst dan op, als hij overtuigd is dat de bezoeker eene van zijne artikelen wil afnemen. Langzaam in zijne bewegingen stopt hij de voeten in de muilen, bedient den klant even afgemeten, om daarna op zijn bed te stappen, tot een andere klant hem noodzaakt de bovengenoemde manoeuvre weer uit te voeren. Eten doet Foké weinig. Het schijnt dat het gebruik van opium zijne maag ontoegankalijk maakt voor het dikwijls opnemen van voedsel. Een kopje thee nu en dan schijnt reeds voldoende te zijn, om hem in het leven te houden, hoewel het moet erkend worden, dat hij met den dag een weinig indroogt. Foké heeft dus, behalve het kostbare verdoovingsmiddel - dat nu weinig invloed op hem uitoefent - niet veel noodig. Toch blijft het een wonder, dat, terwijl de groote kooplieden met hunne gevulde winkels met duizenden en duizenden artikelen, - terwijl de kooplieden klagen over de slechte tijden, men nooit eene klacht hoort van Foké, van Foké met zijn
winkel van nog geen vijf gulden waarde! Vijf gulden, vertegenwoordigd door slechts vier artikelen: kool, bacoves, pinda en suikerriet!
Toch schijnt hij goede zaken te doen, want zijne dikwijls vrije hooge huishuur betaalt hij op tijd, en het blikken doosje is altijd wèl voorzien, en daar blijft altijd nog wat in, als hij bij het krieken uitgaat, om nieuwe waren in te slaan! - Men vergeve mij, dat ik het blikkendoosje niet op den inventaris heb opgenomen: Foké houdt het voor ieders oog verborgen, en 't was ook mij ontsnapt!
Tegen 6 uur in den morgen is de winkel altijd open en blijft zulks geregeld tot 9 uur 's avonds.
Met het invallen van den avond begint zijn handel in pindanoten eerst recht: kinderen, klein en groot, loopen aan om voor één of meer centjes nooten te koopen, en noodzaken Foké, niet meer op zijn bed te klimmen, maar bij de blikken een afwachtende houding aan te nemen.
Met klokslag negen worden de deuren en vensters gesloten. Wat hij na dien tijd doet, kan ik U niet zeggen.
Heeft hij hier of daar vrouw en kinderen? Gaat hij beweging gunnen aan zijn lichaam, dat door het lange liggen stram moet geworden zijn? Of wil hij, zonder gestoord te worden, nog een laatste pijp schuiven? Ik weet het niet! Op mij maakt het den indruk dat hij gaat slapen en onder dien indruk zeg ik: Soïmo Foké.