Casripopot.
Uit doorns komen rozen, zegt het spreekwoord. En dit gezegde kan ook van toepassing zijn op de heerlijke saus, welke bereid wordt uit het zoo giftige sap van de bittere cassave. Iedereen in Suriname kent de ‘bita casaba’ en ook iedereen weet, dat deze wortel heel veel blauwzuur bevat, dat zeer giftig is, maar ook dat het casavebrood van den casavewortel wordt bereid, en dat dit niet giftig, maar zelfs smakelijk en zeer voedzaam is.
Met een enkel woordje iets over de bereiding: de casavewortel wordt geraspt, komt dan in een cylindervormige van riet gevlochten buis - matapie geheeten - en door zware gewichten wordt het giftwater uitgeperst, en in de buis blijft, het giftvrije meel, dat dan op een ijzeren plaat tot platte koeken wordt verbakken.
Het giftwater wordt opgevangen en gekookt. Door het lang koken, gaan al de giftdeelen eruit, en het eerst witachtige vocht wordt een zwartachtig, veel overeenkomsthebbende met boerenstroop. Deze stroop welke even als Worchester - en andere soort sausen bij vleesch of visch wordt gebruikt, is de beroemde casripo, die men nog van tijd tot tijd in enkele huizen in een azijnstel op tafel ziet verschijnen.
De casripo wordt hoe langer hoe zeldzamer. De tijden zijn voorbij toen slaven werden belast met het koken hiervan, of toen de goede oude nené's vrijwillig op zich namen om wel 24 uur de wacht te houden bij de kokende casripo, en zich ruim beloond achtten als ‘meneer’ zijne tevredenheid te kennen gaf over de goed gekookte saus.
Er wordt wel nog van tijd tot tijd uit de Bovenlanden wat casripo aangevoerd, door deze of gene Boschnegersvrouw bereid, maar uit den aard der zaak, wordt hiervan geen rium gebruik gemaakt, en zoo is deze vroeger zoo algemeen gebruikte saus veroordeeld, om hoe langer hoe meer op den achtergrond te geraken of zelfs gedoemd, om tot vergetelheid te geraken.