terug  begin  verder

[p. 158]

V. De Zang der Zuilen.

Onder de bijzonderheden, die in de Aya Sofia het meest de aandacht trekken, bekleeden de zuilen wel de eerste plaats. Paulus Silentiarius heeft een niet gering deel van zijn gedicht aan hare beschrijving gewijd.

Men wist te verhalen dat velen dezer zuilen uit oude heidensche tempels afkomstig waren, - ‘the triumph of Christ was adorned with the last spoils of Paganism’ zegt Gibbon -, dat niet weinigen waren gedolven door Christen belijders, die tot de steengroeven veroordeeld werden. Men wees met name aan: acht zuilen van porfier - rood graniet - uit den Zonnetempel van Aurelianus te Rome, door de Romeinsche Patricia Marina geschonken. Ook vond men acht zuilen van groen Thessalisch graniet, die door den Praetor Constantinus

[p. 159]

uit Ephese werden gezonden en, naar het heette, van den beroemden Diana-tempel afkomstig waren.

 
‘Van Memnon's beeld.....’

Het beeld van Jupiter Mennon stond voor de poort van Thebe.

 
‘Diana der Ephezen.’

Over de verschillende vormen van den Diana-cultus zie Creuzer Symbolik.

Verder denke men aan Handelingen XIX, v. 24 en vv. waar Demetrius de groote Diana der Ephezen roemt en gewaagt van hare majesteit, die geheel Azië en de wereld vervult.

 
‘Glorie, glorie zij der Zonne.’

Zie boven, over de zuilen in den Zonnetempel van Aurelianus.

Den hoofdinhoud dezer hymne vindt men terug in het 8ste hoofdstuk van het Boek der Spreuken.

terug  begin  verder