terug  begin  verder

[p. 176]

X. De Val.

De stof van dezen zang wees naar het verlost Jerusalem, waar het de keuze van den vorm betrof. Deed de vorm de herinnering aan Torquato Tasso oprijzen, het onderwerp riep den profeet Jeremias in het geheugen terug.

De belegering van Constantinopel had plaats van 6 April tot 29 Mei 1453. De Sultan Mahomed de IIe had haar lang en geduldig voorbereid.

 
‘Maar niet alleen in zijner krijgers grepen, enz.’

Volgens de beschrijvers der belegering liet Mahomed na vele schepen verloren te hebben een zeker getal galleien aan den Bosphorus op strand zetten en van daar tot boven aan den Gouden Horen slepen, waar zij weder te water werden gelaten en van waar zij de Grieksche vloot beheerschten.

[p. 177]

‘In the height of their prosperety,’ zegt Gibbon ‘the Turks have acknowledged that if God had given them the earth, he had left the sea to the infidels.’

 
‘Helaas, helaas, 't zijn de oude vechterijen.’

In de laatste dagen van het Grieksche Keizerrijk bleef het Byzantijnsche volk aan al zijn slechte gewoonten van theologisch gekibbel en kerkelijke hairkloverijen getrouw.

 
‘Zij trachten nog hun schatten saâm te garen..’

‘A plebeian crowd, and some Byzantine nobles, basely withdrew from the danger of their country; and the avarice of the rich denied the emperor, and reserved for the Turks, the secret treasures which might have raised in their defence whole armies of mercenaries.’

Gibbon.

 
‘Zij geven acht op ijdle monnikscharen.’

De - niet zeer oprechte - verzoening van Constantijn Paleologus met den Paus vond vooral onder de monniken heftige tegenstanders. De monnik Gennadius voerde het verzet aan.

 
‘'t Latijnsche brood op Gods gewijde altaren.’

Het gebruik van ongezuurd brood bij de H. Mis, was

[p. 178]

voor de Grieken de grootste ergernis. Zij beschouwden de Aya Sofia als ontheiligd door den dienst der Latijnsche priesters.

 
‘Een man verheft te midden van die slaven, enz.’

De laatste Keizer Constantijn Paleologus was een echte held. Met onbezweken moed voerde hij de verdediging der reddelooze stad. Hij wilde den dood vinden op het slagveld en wierp daarom zijn purperen overkleed af, dat hem eer tot een gevangene zou hebben gemaakt.

 
‘Hoe dreunt de lucht: “La Allah illah la.”’

De strijdkreet der Turken.

De verdere beschrijving van den storm en de verovering der stad is getrouw naar de overlevering geschetst. De reusachtige bouwvallen der muren bij de poort Top Kapousi, verhalen nog van de geweldige worsteling.

Hassan de reus, is de eerste Janitsaar, die de stad door de bres binnendrong.

 
‘“Christe eleison!”....’

Christe eleison, ‘Christus ontferm U onzer!’ is een beurtgezang dat bij den aanvang der H. Mis wordt gezongen en dat verschillende andere liturgische gebeden opent en besluit.

[p. 179]
 
‘'t Is Constantijn, enz.’

Constantijn de Groote.

S. Helena, zijn moeder, die het H. Kruishout weder ontdekte.

Gregorius ... S. Gregorius van Nazianze.
Johannes ... S. Johannes Chrysosthomus.
 
‘“Gerechtigheid!”...’

Het wraakgericht over de Byzantijnen wordt wel het felst geteekend door Ducas als hij in het 30e hoofdstuk zijner geschiedenissen zijn vroegeren landgenooten toevoegt: ‘Indien bij deze ramp een Engel van den hemel gedaald U aldus had toegesproken: “ik zal de vijanden van de stad verdrijven zoo gij den vrede en de eenheid met de Kerk aanneemt en vereert,” dan zoudt gij die voorwaarden niet hebben aangenomen of Uw aannemen zou een leugen zijn geweest.’

 
‘“Victorie” schrijft zijn bloedig roode hand.’

Men toont aan de bezoekers der ‘Aya Sofia’ op den muur aan den ingang de bloedige hand van den Sultan Mahomed.

terug  begin  verder