begin  verderprepost
[p. III]

Voorberigt.

Zoo groot de overvloed van kinderboekjes in proza en poezy in 't Moederland is, zoo arm is Suriname in dat opzicht. Er is indedaad gebrek aan doelmatige werkjes van dien aard.

Hoe uitnemend b.v. de kindergedichtjes van onzen eenigen van alphen zijn, zij zijn voor 't meerderdeel hier minder gepast. Zeden, gebruiken, toestanden, daarin behandeld, zijn hier te eenemale vreemd.

Dit spoorde mij aan, zoodra tijd en gelegenheid mij dit veroorloofden, aan 't herhaald en vereerend verzoek van velen gehoor te geven, en een bundeltje samen te stellen, dat meer bepaald voor de Surinaamsche jeugd geschikt is.

Ik ben mij zelven ten volle bewust, dat menig onzer

[p. IV]

vaderlandsche Dichters zich beter dan ik, van deze taak zou gekweten hebben, en wensch daarom niets vuriger dan dat meer begaafde mannen hunne talenten aan onze jeugd wijden en iets beters verschaffen dan dit bundeltjen.

 

Mocht het op onze scholen en in onze huisgezinnen gereeden ingang vinden, dan zou ik mij ruim beloond achten. Met mijne heilwenschen over de Surinaamsche Jeugd zij dit berigt besloten.

 

Paramaribo, 25 October 1853.

 

VAN SCHAICK.

prepost  begin  verder