terug  begin  verderprepost

Hoogmoed.

 
Och! verheft u nimmermeer
 
Op uw schatten, of vermogen,
 
Op uw kennis, afkomst, eer!
 
Alles is zoo ras vervlogen!
 
Dwaas, ofschoon hij 't niet beseft,
 
Dwaas is hij, die zich verheft.
[p. 28]
 
Kennis, schatten, afkomst, eer,
 
Kracht en schoonheid zijn gegeven
 
Door den goeden Hemelheer,
 
Ons ten zegen in dit leven.
 
En wat God ons heden gaf,
 
Neemt Hij somtijds morgen af.
 
 
 
Menig vorst beklom den troon,
 
En is op 't schavot gestorven.
 
O! zoo menig Konings zoon
 
Heeft verlaten omgezworven.
 
En de wijste van het land,
 
Mist soms eensklaps zijn verstand.
 
 
 
Neen! verhef u nimmermeer
 
Op hetgeen gij hebt verkregen.
 
Dank veel liever God den Heer
 
Voor Zijn Vaderlijken zegen.
 
Denk toch steeds en overal:
 
Hoogmoed komt steeds vóór den val!

prepostterug  begin  verder