Beuzelachtige Jeanne.
Altijd talmen, altijd beuzelen,
Loopen hier en loopen daar,
Niets verrigten, altijd treuzelen,
Jeanne-lief! hoe houdt gij 't klaar?
't Middagschot zal aanstonds vallen,
En nog hebt gij niets gedaan.
Die zijn tijd zoo kan vermallen
Zal het nooit gelukkig gaan.
Steek de handen uit de mouwen!
Zet dat beuzlen aan een zij!
Werken zal u nooit berouwen;
'k Bid u, Jeanne! hoor naar mij.
[p. 35]
Altijd talmen, altijd beuzelen,
Traag van hoofd en lui van hand,
Niets verrigten, altijd treuzelen,
Dat brengt armoede in het land