terug  begin  verderprepost

De kakkerlak.

 
Weg met alle kakkerlakken!
 
O, ik ben zoo bang er voor!
 
Alles bijten zij aan stukken;
 
Alles knagen zij maar door.
[p. 43]
 
Sluit uw goed in kist of kasten,
 
't Baat u weinig! - eer gij 't weet
 
Troe, troe! zijn ze er in gekomen
 
Door een voegjen of een reet.
 
 
 
Onlangs, 'k moet er niet aan denken,
 
Kwam ik in mijn boekenkast;
 
'k Zocht wat prenten voor mijn zusjen,
 
'k Had het kind zoo graag verrast;
 
 
 
Poti! al mijn mooiste platen
 
Waren hier en daar doorknaagd,
 
En mijn lieve, mooie boekjens
 
Op de kanten stuk gezaagd.
 
 
 
't Was ellendig om te aanschouwen.
 
'k Dacht te sterven van de schrik;
 
'k Kon mijn tranen niet bedwingen,
 
Foei! dat was een oogenblik!
 
 
 
Weg met alle kakkerlakken!
 
Gele, bruinen, klein of groot.
 
Ieder die ik maar kan vangen.
 
Troe, troe! trap ik daadlijk dood.

prepostterug  begin  verder