[p. 71]
De manja.
'k Heb mijn themas alle negen
Klaar gekregen.
'k Had geen enkle fout er in.
Eerst was ik wel wat verlegen,
Maar ik dacht: kom aan, begin!
'k Ben - troe! troe! niet zonder reden,
Recht tevreden.
Pa noemt mij zijn lieven Jan.
Ma ging daadlijk naar beneden
En bood mij twee manjaas aan.
't Waren bazen! o zoo geurig
En zoo kleurig!
'k Heb ze nimmer zoo gehad.
O zij smaakten mij zoo keurig,
'k Weet niet dat ik ze ooit zoo at.
Hoor, ik zal er alle dagen
Zorg voor dragen,
Dat ik trouw en vlijtig leer.
'k Wil niet dat mijn ouders klagen.
En.., zoo'n manja smaakt naar meer.