De briefwisseling tussen de componisten Rudolf Escher en Peter Schat is een document van waarde, niet alleen voor historici die zich hebben gespecialiseerd in de recente muziekgeschiedenis, maar ook voor muziektheoretici. De brieven geven directe informatie over het beeld dat beide componisten toen van de samenleving hadden en bevatten beschouwingen met betrekking tot muziekesthetische en muziektheoretische vraagstukken die in de jaren vijftig tot heftige controverses en geanimeerde discussies geleid hebben. Het betreft hier voornamelijk de problemen van de ‘seriële’ organisatie van muziek, alsmede de toen hevig omstreden ‘elektronische’ muziek. De standpunten die Escher en Schat in de brieven ontvouwen, maken duidelijk hoe Nederlandse componisten dachten over controversiële vraagstukken die als essentieel voor de ontwikkeling van de na-oorlogse nieuwe muziek kunnen worden beschouwd.
Behalve de historisch-theoretische implicaties zijn de brieven documenten van een levensfase van twee componisten die beide op zoek waren naar een nieuwe oriëntatie voor hun eigen compositorische aktiviteiten. Veel passages in deze briefwisseling gaan alert en met veel humor in op heel wat wisselvalligheden van het leven van toen. Dit verschaft de lezer een goed inzicht in de manier waarop componisten met de wereld omgaan.