terug  begin  verder
[p. 6]

Het onbedachtzame meisje.

 
Ach, Roodkapje! zet uw boter
 
En uw wafeltjes maar neêr,
 
Grootmoê zal ze niet meer eten;
 
Want uw grootmoê leeft niet meer.
 
Zie, de wolf die haar verscheurde,
 
Wacht u thans reeds in haar bed,
 
Ach, wat heeft hij groote tanden!
 
Niemand die uw leven redt.
 
Waarom 't hem ook juist te zeggen,
 
Meisje! waar ge heen moest gaan;
 
Wolven kan men niet vertrouwen;
 
Foei, 't was dwaas van u gedaan.
[p. 7]



illustratie

terug  begin  verder