Historische grammatica van het Nederlands

M. Schönfeld

editie A. van Loey

verantwoording

GEBRUIKT EXEMPLAAR

exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, sign.: VGB Ned 16 8040

 

ALGEMENE OPMERKINGEN

Dit bestand is, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van M. Schönfelds Historische grammatica van het Nederlands in de editie van A. van Loey uit 1970 (achtste druk). De eerste uitgave dateert van 1921.

 

REDACTIONELE INGREPEN

Bij de omzetting van het oorspronkelijke tekstverwerkingsbestand naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina ongenummerd (I)]

Prof. Dr. A. van Loey

SCHÖNFELDS HISTORISCHE GRAMMATICA VAN HET NEDERLANDS

KLANKLEER

VORMLEER

WOORDVORMING

ACHTSTE DRUK

N.V.W.J. THIEME & CIE - ZUTPHEN

 

[pagina ongenummerd (II)]

© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

 

[pagina III]

Voorbericht

Het overlijden op 4 oktober 1958 van M. Schönfeld betekent niet alleen voor de Historische Grammatica, maar ook voor de Nederlandse taalwetenschap een bijzonder zwaar verlies. De bewerker van de 6de druk van het onderhavige handboek mist thans de wijze raad en het bezadigde oordeel van een ervaren geleerde, met wie hij sedert de 5de druk nog menigmaal gedachtenwisselingen heeft gehad.

Aan de eigenlijke opzet van dit beproefde handboek is niets veranderd. De leidraad, die het oorspronkelijk was, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een overzichtelijke, geordende en kritische registratie van feiten, gegevens, meningen, theorieën, literatuuropgaven: de vakgenoot zal, meen ik, een dgl. naslagwerk node missen. Daarom is ervan afgezien, het boek om te werken tot een structurele grammatica: een bespreking van dat onderwerp, gehouden in een kleine kring van neerlandici, heeft duidelijk gemaakt hoe hachelijk een dgl. onderneming zou zijn. Enkele voorzichtige beschouwingen vindt men in § § 85, 86; voorts werden een paar formuleringen in functionalistische zin gewijzigd.

Ten behoeve van de studenten is gestreefd naar een duidelijker typografische verzorging en hier en daar naar een beter geordende uiteenzetting (b.v. ogm. e / i, ē2, de diftongering van ald, de â-ā). De nummering van de paragrafen werd herzien.

 

Van bevriende zijde mocht ik kostbare hulp en nuttige aanwijzingen krijgen. Mijn Brusselse collega M. Leroy dank ik voor de herziening van het Idg. gedeelte en van § 133 over Tempus en Aspect; mijn Leidse collega Stutterheim bezorgde mij tal van kleine rectificaties en preciezere formuleringen. Van Dr. De Tollenaere kreeg ik eveneens zeer waardevolle correcties en vooral aanvullingen op lexicografisch gebied; de nieuwe ordening van § § 2 en 3 o.m. dank ik grotendeels aan hem.

Kanttekeningen zonden mij de H.H. A.P. de Bont , W.J.A. Caron , Fr. van Coetsem , E.J. Janssen , Naarding , C.A. Zaalberg ; met collega G.G. Kloeke had ik ook vruchtbare besprekingen.

Aan allen: mijn oprechte dank!

 

Brussel, 7 maart 1959 (tevens datum van afsluiting van het manuscript).

 

[pagina IV]

Bij de 7e druk

Deze druk werd vanzelfsprekend zoveel mogelijk bijgehouden (aanvulling, correctie, precisering, enz.): zie inz. § § 43, 62 c, 68, 73, de Aantekening bij § § 85-86 (6de dr. blz. 287).

Ook dit keer mocht ik allerlei kanttekeningen ontvangen van Mej. Jo Daan en de H.H. J.J.M. Bakker , A.P. de Bont , C. van Bree , W.J.H. Caron , M. Hoebeke , F. de Tollenaere . Aan allen: mijn oprechte dank!

 

Brussel, 25 augustus 1964.

Bij de 8e druk

Mijn oprechte dank aan allen die door hun mij zo vriendelijk toegezonden opmerkingen deze druk (samen met mijn aantekeningen) nog hebben helpen aanvullen, corrigeren, preciseren: inz. denk ik aan de H.H.A.P. de Bont en voornamelijk F. de Tollenaere.

 

Brussel, 23 juli 1970.

 

[pagina V]

Inhoud

  Blz
Inhoud V-X
Voorbericht III
Afkortingen en tekens XI-XVIII
Inleiding met aantekeningen XXI-LV
Klankleer 1-116
Eerste hoofdstuk: De ogm. klanken in syllaben met hoofdtoon 1-25
I. Vocalisme 1-15
Korte vocalen: § 1. ă < idg. ă, ŏ, ; § 2. ĕ / ĭ < idg. ĕ, ĭ; Opm. a-umlaut; § 3. ŏ / ŭ < idg. ŭ; , , , 1-4
Lange vocalen: § 4. āh < ă χ; § 5. < idg. ē; § 6. ē2; Opm. 2. Lange diftongen: § 7. ī < idg. ī, ei; īh <ĭ χ; § 8. ō < idg. ā ō; § 9. ū < idg. ū; ūh < ŭ χ 4-7
Diftongen: § 10. ai < idg. a , o ; § 11. au < idg. a, o; § 12. eu (iu) < idg. e 7
Ablaut: § 13. Quantitatieve en qualitatieve ablaut; ablautreeksen; § 14. De zeven werkwoordreeksen; § 15. Het germ. systeem; § 16. De ablaut buiten het st. w.w.; § 17. De ablaut in 't idg 8-14
Samenvatting: fonologische veranderingen: § 18 14-15
II. Consonantisme 15-25
Nasalen, liquidae, semivocalen: § 19 15
De germ. klankverschuiving en de wet van Verner: § 20. Algemeen overzicht van de klankversch.; § 21. De idg. stemloze explosieven; § 22. De idg. stemhebbende geaspir. explos.; § 23. De idg. stemhebbende explos. Opm. Geminaten; § 24. De wet van Verner (grammatische Wechsel); § 25. Gramm. wechsel bij de w.w.; § 26. Gramm. wechsel buiten de w.w.; § 27. Chronologie en oorzaken 15-25

 

[pagina VI]

Tweede hoofdstuk: De ontwikkeling van de ndl. klanken uit de ogm. in syllaben met hoofdtoon 26-106
Perioden: § 28 26
Rekking, verkorting en samensmelting van vocalen; § 29. Lange vocalen, ontstaan uit korte + nasaal vóór scherpe spirant; Ingvaeoonse vormen; jongere vormen; § 31. Verkorting van vocalen; Opm. 1. Ingvaeoonse ŏ < ă; § 32. Rekking van vocalen in open, behoofdtoonde syllaben; half-lang en lang; gedekt en vrij; § 33. Samensmelting van vocalen § 34-37. Syncope van d; § 37. Hypercorrecte vormen 26-41
Umlaut: § 38. Algemene opmerkingen; § 39. Umlaut van ă; Opm. 2. Overgang in i; § 40. Umlaut van ŭ; Opm. 2. Saks. ā; § 41. Umlaut van lange vocalen; § 42. Betekenis van de umlaut; jongere soortgelijke verschijnselen in 't ndl 41-48
Ronding en ontronding van vocalen: § 43. Algemene opmerkingen; § 44. Ronding van ē tot eu en van ĕ / ĭ tot ŭ; § 45. Ontronding van eu tot ē en van ŭ tot ĕ / ĭ 48-52
Stemloos en stemhebbend worden van spiranten en explosieven; assimilatieverschijnselen: § 47. Proleptische en analeptische assimilatie; sandhi; § 48. Verscherping vóór l, r, n, m; § 49. k en mp; § 50. f / v, s / z, vooral in de anlaut; þ / ð; þþ > s(s). Opm. 2. Friese t 52-58
Geminatie: § 51. Algemene opmerkingen; § 52. Ogm., owgm. en ndl. geminaten 58-60
De w en omgeving: § 53. Uitspraak van de w; wl en wr; w vóór vocaal; § 54. Vocaal + w. Opm. 3. -uw- / -ouw-. § 55. W na consonant 60-65
De r en omgeving: § 56. Karakter en invloeden van de r, ontwikkeling van d vóór r. Opm. 2. Ontwikkeling van d vóór l; § 57a. ĭr + cons.; b. ăr + dentaal. Opm. 3. Dialectische overgang van

 

[pagina VII]

ā tot ō, oe; c. ĕr + dentaal; Opm. 5. Afwijkende vormen met ē en ā: d. ăr of ĕr + gutturaal of labiaal; e. ŏr + dentaal; Opm. 7. Afwijkende vormen met ā; f. ŭr + cons.; § 58 en 59. Metathesis 65-72
De l en omgeving: § 60. ald(t), old(t). Opm. 3. Zeeuws oi + dent. < ol + dent.; § 61. Metathesis 72-74
Monoftongering en diftongering § 62. Algemene opmerkingen; § 63-67. De ogm. diftongen ai, au, eu. § 63-65. De ogm. ai; § 63. Opm. 1. De ogm. a . Andere ei's (ij; ei < ĕgi; ei < ĕ vóór n + dentaal); Opm. 5. Ingvaeoons -dei; § 65. Afwijkende ontwikkeling van de ai tot â, ô, ie, ui; § 66. De ogm. au; § 66 Opm. 1. De ogm. ăww; Opm. 2 en 3. Afwijkende ontwikkeling van de au tot â, ê, oo, oe; § 67. De ogm. eu; de st. w.w. van de 2de kl. met ui; de praet. v.d. red. v. met ie; Opm. 2. Afwijkende ê < eu. § 68. De ogm. monoftongen ô en ê; ô + j > oei. § 68. De ogm. monoftongen irc; en î. § 69-75. De owgm. irc;; § 69. De algemene ontwikkeling; afwijkende ontwikkeling vóór r; vóór w en in de auslaut; § 70. De dialectische verdeling; § 71. Bewaarde oe-vormen: § 72. De historische ontwikkeling (de Hollandse expansie); § 74. Omvang en oorzaken van de diftongering; § 75. De ui2; § 76. De owgm. î; Opm. 1. Samenval van î en ie. Dialectische verdeling; bewaarde ie-vormen; § 77. Omvang en oorzaken; parallellisme met de irc; 74-93
Wisseling van ĕ en ĭ, van ŏ en ŭ: § 78. Owgm. ĕ en ĭ. § 79. Owgm. ŏ en ŭ 93-95
Owgm. ā en de klankverbindingen van ā, ō, oe met j: § 80; Opm. 1: Ndl. ie in plaats van ā 95-97
Enkele consonanten en consonantverbindingen: § 81. De ogm. χ / h; de verbinding hs; § 82. De ogm. sk; de verbinding schr; § 83. De ogm. ft; § 84. De g. Overgang van j tot g. Velarisering van nd(nt) 97 102

 

[pagina VIII]

Samenvatting: het fonologisch systeem van het Nederlands en de verschuivingen daarin. § 85. Vocalisme; § 86. Consonantisme 103-106
Derde hoofdstuk: Het accent en de klanken van de syllaben zonder hoofdtoon 107-116
I. Het accent 107-111
§ 87. Algemene opmerkingen; § 88. Klemverschuiving; § 89. Accentverschuivingen in 't ndl.; § 90. Het accent in samenstellingen en in vreemde woorden 107-111
II. De klanken van de syllaben zonder hoofdtoon 111-116
§ 91. Auslautswetten; § 92. Syncope-wet van Sievers; § 93. Afslijting van de auslaut in 't ndl.; § 94. Andere verzwakkingen 111-116
Vormleer 117-178
Vierde hoofdstuk: De substantieven 117-134
§ 95. Deflexie, de naamvallen; § 96. Genus en numerus. § 97. De stammen; zwak en sterk; § 98-102. De mannel. ă-st.; de pluralis op -s; § 103. De onz. ă-st.; de pluralis met -er-; § 104. De - en -st.; § 105. De vr. ō-st.; § 106. De ĭ- en ŭ-st.; § 107. De n-st.; § 108. Andere consonantst 117-134
Vijfde hoofdstuk: De pronomina, adjectiva en numeralia 135-156
I. De pronomina 135-148
Persoonl. en bezittel. vnw.; § 109. Alg. opmerkingen; § 110. Pers. vnw. 1e ps.; § 111-116. Pers. vnw. 2e ps.; § 117. Pers. vnw. 3de ps.; reflexief; § 119. De bezittel. vnw 135-144
Aanw. vnw. en bepaald lidwoord: § 120 145-147
Vrag. vnw.: § 121 147
Betr. vnw.: § 122 148
Onbep. vnw.: § 123 148

 

[pagina IX]

II. De adjectiva 149-153
§ 124. Alg. opmerkingen; § 125. De sterke flexie van de ă-st; § 126. De -st; § 127. De trappen van vergelijking 149-153
III. De numeralia 153-155
§ 128. Alg. opmerkingen; § 129. De cardinalia; § 130. De ordinalia 153-155
Zesde hoofdstuk: De verba 156-178
§ 131. Genus; § 132. Modus; § 133. Tempus, Aktionsart; § 134. Persona en numerus 156-158
§ 135. De nominale vormen van het w.w.; ge- vóór het verl. deelwoord 158-161
§ 137. Thematische en athematische werkwoorden; st. en zw. w.w.; § 138-139. De praesensvorming van de thematische w.w.; § 140. De reduplicerende w.w. 161-166
§ 141. Overgang van de st. w.w. naar een andere klasse of naar de zw. w.w. of omgekeerd 166-168
§ 142. De persoonsuitg. van praes. indic.; § 143. Praes. optat. en imperat.; § 144. De persoonsuitg. van 't st. praeterit; § 145. Het zw. praeterit 168-174
§ 146. De praeterito-praesentia 174-176
§ 147. De athematische w.w. 176-178
Zevende hoofdstuk: Woordvorming 179-246
I. Samenstelling 179-193
§ 148-149. Samenstellingen en samenkoppelingen; distantie- en contactcomposita; samenstellende afleiding (o.a. met 't suff. -de); verholen samenst.; verdichting van betekenis; onderdrukking van een lid 179-183
Samenstellingen met een substantief als tweede lid: § 150. Het eerste lid een substantief: stamcomposita, casuscomposita; § 151. Het eerste lid een adjectief of adverbium; § 152. Het eerste lid een verbale stam, soms op -el uitgaande; § 153-159. De verhouding in betekenis tussen de beide delen;

 

[pagina X]

determinatieve composita, gecoördineerde en appositionele composita, copulatieve en tautologische samenstellingen, possessieve composita, zinwoorden (imperatieve samenstellingen) 183-191
Samenstellingen met een adj. als tweede lid: § 160 191-192
Samenstellingen met een w.w. als tweede lid: § 161 192-193
II. Afleiding 194-246
§ 162. Algemene opmerkingen: affixen of formantia, prae- en suffixen, praefixdenominatieven, relict-suffixen, conglomeratie van suffixen, suffixsubstitutie, metanalyse; -ēren 194-197
Suffixen 197-242
Van samenstelling tot afleiding: § 163. -loos; § 164. -lijk; § 165. -baar, -zaam, -heid, -dom, -schap 197-202
§ 167-168. Relictsuffixen; nomina postverbalia 202-205
Verschuiving van de grenzen van het suffix: § 169. -ig (-erig enz.), -igen; § 170. -ing, -ling; § 171. -s, -isch; § 172. -t (-d); -oe(de), -aad; -nis 205-212
Ontlening van affixen: § 173. Alg. opmerkingen; I. Uit het Latijn: § 174. aarts-; § 175. -aar, -er, -(e)naar, -laar; -ier, -nier; § 177. -ster; -st(e)rigge; § 178. -egge, -ei; II. Uit het Frans: § 179. -aard (-erd); -ist; § 178. -es; § 181-2. -ij, -erij; -age; III. Uit het Duits: § 183. oer-, er- (her-, ver-); § 184: -haftig 212-225
Zelfstandige naamwoorden: § 185-188. De diminutiefsuffixen; § 189. Vorming van vrouwelijke persoonsnamen bij mannelijke; § 190. Vorming van abstracta en concreta 225-236
Werkwoorden: § 191. De werkwoorden met el- en er-suffix; § 192. De w.w. met k- en s-suffix 237-240
Bijwoorden: § 194 240-242
Praefixen: § 195-197 242-247
Aantekeningen 248-327
Registers 329-372
I. Nederlands 329-365
II. Gotisch 365-371
III. Zaakregister 372

 

copyright 2003 dbnl / erven M. Schönfeld / erven A. van Loey

 

DBNL-nr scho074hist01_01

bron

M. Schönfeld Historische grammatica van het Nederlands. (editie A. van Loey). N.V.W.T. Thieme & Cie, Zutphen 1970 (8ste druk)

 

codering DBNL-TEI 1

logboek

  • 2003-10-24 CB colofon toegevoegd