terug  begin  verderprepost
[p. VIII]origineel


illustratie

[p. IX]origineel

Drukgeschiedenis

De hier gepresenteerde druk van De Gedichten van den Schoolmeester uit 1872 was de eerste geïllustreerde. Al in 1870 kondigden de Gebroeders Kraay vol trots deze nieuwe uitgave van De Gedichten aan, in afleveringen te verschijnen en met originele illustraties verlucht. Zij prezen zich gelukkig ‘dat de Heer Anth. de Vries zijne begaafde teekenpen er aan dienstbaar heeft willen maken’. In datzelfde jaar was de eerste aflevering van 32 bladzijden bij de boekhandel te koop en twee jaar later de complete, ingebonden uitgave, ‘in één royaal octavo boekdeel’, voor ƒ4,90.

De illustraties, eerst begroot op 200, waren tot een getal van 300 uitgedijd. Kraay beval het werk aan als ‘een keurige editie (...) waaraan groote zorgen en kosten verbonden zijn’, terwijl hij de band als ‘rijk en sierlijk’ typeerde. Van de inhoud wist hij uit ervaring te melden dat deze ‘menig aangenaam oogenblik kan verschaffen aan iederen gezelligen kring’ (citaten uit prospectussen).

Het is niet voor niets dat Kraay zoveel werk maakte van deze echt nieuwe, want geïllustreerde editie van De Gedichten. Al in voorgaande jaren had de Schoolmeester goed in de markt gelegen, en was hij met De Genestet Kraays bestverkochte schrijver. Hoe hard het ging blijkt wel hier uit, dat de eerste druk van De Gedichten, verschenen in de week van 7 april 1859, volgens de aanbiedingsprospectussen al op 30 juni niet meer in voorraad was. Op 15 september van datzelfde jaar is een tweede druk ter perse en op 15 januari 1860 een derde; deze verschenen respectievelijk in 1860 en 1861. In snel tempo volgen dan nog een vierde (1863) en een vijfde druk (1865), alle ongeïllustreerd.

Met de zesde druk van 1872 verzorgde Kraay, zoals gezegd, feitelijk een geheel nieuwe Schoolmeester-editie, en wie deze kent, kan zich de bundel niet meer zonder prentjes voorstellen. Al spoedig waren een geïllustreerde zevende druk (1875), eveneens in aflleveringen, en een ongeïllustreerde volksuitgaaf nodig (1878). Van alle tot dusver genoemde edities samen zijn niet minder dan 28700 exemplaren verkocht! Alleen al van de volksuitgaaf gingen in het jaar van verschijnen 8132 exemplaren de deur uit. Hiermee is het belangrijke aandeel van de Gebroeders Kraay in de verspreiding van De Gedichten beschreven. De erven van de Schoolmeester kregen een honorarium van ƒ240,- uitgekeerd, Kraay verdiende er ƒ38.000,- aan.

Elsevier nam de produktie over en bracht in 1886 een achtste, geïllustreerde editie op de markt, nog steeds met de plaatjes van Anthony de Vries. Na drie niet-geïllustreerde drukken (1886, 1887, 1896) kwam deze uitgeverij in 1901 met een geheel opnieuw geïllustreerde editie - met 300 tekeningen van J. Doncker - die de negende druk werd genoemd, klaar-

[p. X]origineel



illustratie

[p. XI]origineel

blijkelijk omdat de achtste de laatste geïllustreerde was. Donckers plaatjes zijn sindsdien nooit herdrukt.

Daarna hebben twee andere uitgeverijen De Gedichten in hun fonds opgenomen: de Gebrs. E. & M. Cohen en de Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur (later Wereldbibliotheek). Cohen gaf een twaalfde, dertiende en een veertiende druk geïllustreerd uit (1902, 1910, 1930).

In waarschijnlijk enorme aantallen verspreidde Cohen ook heel goedkope edities, waaronder er zijn met de opdruk: ‘Aangeboden door de Stoom Choc.-& Cacaofabriek “KWATTA” BREDA’. Klaarblijkelijk kon de Schoolmeester zich in zo'n grote populariteit verheugen dat een geschenkeditie tegen inlevering van wat Kwatta-soldaatjes haar weg wel vond.

De eerste uitgeverij die De Gedichten literair-historisch recht deed, was de Wereldbibliotheek. Daar verscheen in 1930 - na geïllustreerde drukken in 108, 1909 en 1915 - een uitgave met een waardevolle inleiding van C.J. Kelk, die enkele malen herdrukt werd (1940, 1942). Bij dezelfde uitgever publiceerde Kossmann in 1959 zijn bloemlezing, de enige van alle ooit verschenen bloemlezingen die wij met name willen noemen. Kossmann is immers de eerste geweest die zich tot de bronnen richtte en met zijn ‘Inleiding’ heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie van de Schoolmeester.

Van lang niet alle drukken is ons de oplage bekend, maar overdreven is het zeker niet, wanneer wij zeggen dat tienduizenden en tienduizenden exemplaren van De Gedichten hun lezers gevonden hebben. Het is precies wat Kraay verwachtte: ‘een kolossaal debiet’.

prepostterug  begin  verder