[p. 200]
origineel
Vijfde brief van den Schoolmeester.
(Fragment.)
I
k schrijf u met een treurend hart:
Mijn maag, thands in een strik verward,
Die al de slimmigheid der art-
senykunst en aptekers tart,
Is krank, en gansch en al bezeerd.
Het stuivers-broodtjen, onverteerd,
Roept luid: ‘'t is alles hier verkeerd!’
Terwijl 't kadet, het stuivers-kind,
Zich even onverteerbaar vindt.
[p. 201]
origineel
De haas, de vlugge runderhaas,
Zegt: ‘deze krankte is my de baas.’
Citroenvla, taart en konfituur!
Uw zoetheid walgt my in dit uur.
Zelfs 't glinstrend klontje, op 't theesalet,
My 't hart geheel aan 't draaien zet.
Weg lekkerny uit Oost en West! -
't Ontbeerend vasten voegt my best.
o Vee, in overvloed gemest!
Uw rundvleesch is my thands een pest,
Uw kalfsschijf ben ik walgens moê.
Weg met het vleeschprodukt der koe:
Weg met de lamsbout en de nier,
Den zweezrik, 't borstjen, weg van hier!
'k Hoû van uw lekkerheid geen zier
En haat thands ieder zoogbaar dier.