[p. 255]
origineel
Uitboezeming
Toen mijne oudste zuigelingen begonnen te loopen.
(
Vondel herdacht
.)
O
kindekens, wier lieve tred
Het hart ons in verrukking zet,
Wanneer gy huppelt langs de vloer
En dwaalt als scheepjens zonder roer,
En, dartlend, zonder dat gy 't weet
Of wilt, op 't ouderlijke kleed
In onschuld treedt,
Wie weet,
Of ge eenmaal al te met,
O smart!
Uw voet niet zet
Op 't ouderhart!