[p. 256]
origineel
Aan de poëzy.
(
Fragment
.)
S
teel nog eens het hart my binnen,
Lieve zucht tot rijmlary!
Dat m' uw komst een heilbô zij.
[p. 257]
origineel
Stil mijn zorg en streel mijn zinnen,
Lieve kunst,
Verleen me uw gunst.
'k Wil van hoogheid niet gewagen;
't Needrigst is my hoog genoeg.
Wat ook andren van u vragen,
Niets zoo klein als 't geen ik vroeg.
Laat my onder bloemen spelen,
Die in stille schaduw staan;
Doe my 't needrigst liedtjen kweelen;
't Needrigst lied staat best my aan.
Lieve kunst
O schenk m' uw gunst, enz.