[p. 272]
origineel
Staaltjens van ydelheid.
Nos poma natamus
.
Z
oo hopen dwaze paardevijgen,
Die, daar ze in 't stinkend stalvocht staan,
In hun vermeet'len drekhoop-waan
Hun afkomst onbeschaamd verzwijgen
En zweeren, dat ze uit zwemmen gaan,
Door al dat gaad'loos bluffen slaan
Tot hooger glorie nog te stijgen,
Een eeretytel te verkrijgen,
[p. 273]
origineel
En, recht men 's Landsheers bruiloft aan,
Als app'len op 't dessert te staan.
Zoo waant zich vaak 't bezopen veulen
Der ezelin een jeugdig paard,
En, zoo het de ooren en den staart
Slechts weg kan steken of verheulen,
Den hoogen prijs van 't strijdros waard.
Zoo laat een boer zijn nagels groeien,
En smeert zijn wenkbraauw met een kurk,
En steekt zich in een wijde jurk,
En draagt een staart, gelijk zijn koeien,
En kapt zich als een burgerwees,
En laat zich in zijn schaatsen schoeien,
En huurt, voor draak, een Leidschen Kees,
Om naar 't Museum heen te roeien,
Waar hy zich aandient als Chinees.