terug  begin  verderprepost
[p. 281]origineel

De vriendschap.
Een toast.



illustratie

 
De hand des tijds slaat zware builen
 
En stort, behalve de eerezuilen,
 
't Gevlochten wiegjen zelfs in puin.
 
De sausbaars en champagnewijnen,
 
De truffels, die op uw festijnen
 
In keurige pâtés verschijnen,
[p. 282]origineel
 
Men ziet hen sneller nog verdwijnen
 
Dan burchtkasteelen van arduin.
 
De bliksem velt den trotschen ceder:
 
Het oud paleis stort krakend neder;
 
Doch in het nieuwe zit gy weder,
 
Ja maklijker dan in een ceder,
 
Ten zij gy soms een lokvink zijt; -
 
Maar, lokvink in het beukelover,
 
Of op 't Casino harteroover,
 
't Is spoedig met u beiden over,
 
Geen zuigpomp werkt gelijk de tijd.
 
Maar vriendschap, boven tijd verheven,
 
Vindt op geen pomp haar naam geschreven.
 
Zy weet van sukkelen noch beven,
 
Van borstkwaal noch verkreukt gelaat.
 
Gy ziet haar, als uw ceders sneven,
 
Met Haarlems hakhout weêr herleven:
 
Haar avondstond is dageraad.


illustratie

[p. 283]origineel

Nog een toast aan de vriendschap.



illustratie

 
Hoe zoet is 't, waar de vriendschap woont,
 
Waar haai en haring zich vertoont
 
Op amicalen voet,
 
De snoek de vorens respecteert
 
En familiair met hen verkeert
 
Gelijk m' op aarde doet.
 
O laten wy, in onzen kring,
 
Als menschen van verstand,
 
Dan met elkaêr en onderling
 
Ons hechten in een vriendschapsband
 
Tot nut van 't vaderland.
prepostterug  begin  verder