Het Land van Maas en Waal


auteur: A.G. Schulte


bron: A.G. Schulte, Het Land van Maas en Waal. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1986


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 282]



illustratie

Afb. 370. Verpondingskaart van Maasbommel, 1809. r.a.g., Arnhem.


[p. 283]

Maasbommel
Gemeente Wamel

Historisch-geografische schets

Het dorpsgebied van Maasbommel heeft de Maas en de bij de rivierkanalisatie in 1937 afgesneden, nu tot watersportgebied ‘De Gouden Ham’ vergraven dode Maasarm als zuidelijke en deels oostelijke begrenzing. Ondanks de gewijzigde loop van de rivier bleef het oude dijkpatroon grotendeels bestaan. De opmerkelijke lus die de Maas ten zuiden van Maasbommel heeft gevolgd in vroeger eeuwen, verklaart de strategische ligging van de oude kern, die feitelijk tussen twee oevers heeft gelegen. De bebouwing treft men aan op de oeverwalgronden langs de oude rivierloop, tegen het opdringend water beschermd door de Raadhuisdijk en de Bovendijk. Op deze oeverwal liggen de belangrijkste gehuchten Nieuwe Schans, Berghuizen, Velddijk en Moleneind (afb. 370). De landbegrenzing wordt in het westen gevormd door de Nieuwe Weg op de grens met Alphen, in het noorden door de Leeuwensche Wetering, en in het resterend oostelijk gedeelte door de langs de Sluissestraat lopende grens met Altforst. De Maasdijk vormde vanouds de belangrijkste oost-westverbinding, gevolgd door de Hoogstraat, terwijl de Hogenhofse straat meer een achterweg van de Maasdijk (tracé Raadhuisdijk) vormde. Het beloop van de overige oude wegen ging evenals thans nog het geval is in de richting van de blokken en de velden. Door ruilverkaveling is een deel van de oude patronen volledig uitgewist, maar toch behielden Bergsestraat en Kievitweg, Kerkstraat, Kapelstraat, Pleinstraat en Velddijksestraat grotendeels hun oude tracé (afb. 371).

Maasbommel neemt dankzij de haar verleende stadsrechten een belangrijke positie in de geschiedenis van het Ambt van Maas en Waal in. Hebben de oudste vermeldingen betrekking op de kerk, in de 14de en 15de eeuw wordt Maasbommel als stad vermeld. Dit is het geval in 1328 en 1403. In 1343 sloot Maasbommel na het overlijden van hertog Reinoud een verbond met de overige Gelderse steden. Andere vermeldingen als stad komen voor in 1418 en 1436. Het gebied van Maasbommel vormde een heerlijkheid met hoog- en laagrechtsgebied. De heer bewoonde Het Hof, dat tot 1538 een Gelders en daarna een Cuycks leen was. Inzake de criminele jurisdictie ressorteerde het onder het Ambt van Maas en Waal. De komst van de Franse troepen in het rampjaar 1672 en vooral hun verblijf en aftocht hebben in Maasbommel ernstige brandschade en plundering tot gevolg gehad, waarvan schadelijsten opgemaakt in 1676 een indruk geven.

In 1734 werd de heerlijkheid gekocht door de graaf van Bylandt. In een na het overlijden van Otto Roeleman Frederik graaf van Bylandt uit kracht van een door hem op 7 september 1757 opgemaakt testament, werd door de executeurs een ‘Staat en Inventaris’ opgesteld, waarin op blz. 40-51 ook de goederen en rechten te Maasbommel uitvoerig worden beschreven.

Maasbommel heeft een markttol op de Maas gehad en bezat ook het marktrecht.

De markten duurden drie dagen en begonnen drie dagen voor die, welke in het aan de overzijde van de rivier gelegen stadje Megen werden gehouden. Nabij de middeleeuwse kerk heeft volgens de Tegenwoordige Staat het tolkantoor gestaan met de wapens van de Admiraliteit in de voorgevel en een hek met houten poort aan de rijweg; voor dit huis was een ruim plein met hoge eikebomen beplant. In 1817 is Maasbommel toegevoegd aan de gemeente Appeltern. Bij de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1984 werd Maasbommel onderdeel van de gemeente Wamel.

[p. 284]



illustratie

Afb. 371. De dorpskern van Maasbommel volgens het kadastraal minuutplan van 1820.


Bronnen

- Literatuur. Van Slichtenhorst i (1653), blz. 50; Teg. Staat 1741, blz. 282; Van Spaen iv (1805), blz. 114-117; Nijhoff, Gedenkwaardigheden i (1830), blz. 177; Schutjes v (1876), blz. 11-12; Staats Evers 1891, blz. 15-18; H.D.J. Van Schevichaven, Bijdrage tot de geschiedenis van den handel van Gelre voor 1400 en zijn betrekking tot de Hanze, in b.m. Gelre xiii (1910), blz. 129-130; Register Leenaktenboeken Kwartier van Nijmegen 1924, blz. 84-90; J.H. Martens van Sevenhoven, Archief Gelderse Rekenkamer 1559-1795, 1 (1924), blz. 134, inv. nr. 846; Manders 1953, blz. 171-174.

- Kaarten. 1 Figuratieve kaart van Maasbommel, met omschrijving van de bezittingen van de familie Poelman, Rigot de Begnins en Van Randwijk, ongedateerd. 2 Kaart met een omschrijving van de bezittingen van de erven Poelman, 19de eeuw. Beide kaarten in r.a.g. Arnhem, alg. kaartenverz. nrs. 30 en 30a, wellicht afkomstig uit het archief van de Tiendcommissie. 3 Verpondingskaart van Maasbommel uit 1809 door de landmeters P. Knaap, C. van Drimmelen en A. Dullesen (afb. 370).

[p. 285]

De voormalige middeleeuwse kerk

Van de middeleeuwse kerk, die in 1812 is gesloopt, zijn geen zichtbare resten bewaard gebleven. De kerk stond op het kerkhof aan de westzijde van de Kerkstraat. Haar oude gedaante is uit topografisch materiaal bekend.

 

Bronnen

-Literatuur. Van der Aa vii (1846), blz. 522; Schutjes i (1870), blz. 182, 187, 190 en v (1876), blz. 11-15; Sloet 1872, blz. 720 (nr. 726); Staats Evers 1891, blz. 15; Wilkes 1937, blz. 2, 6, 16, 233 en passim (over pastoor te Maasbommel); Stüwer 1938, blz. 131; Maris 1939, blz. 162 noot 1, 231 noot 2; Oediger 1940, blz. 48 (nr. 80); Wijnaendts van Resandt 1943, blz. 80; Ten Boom 1974/75, blz. 124.
-Afbeeldingen.
1Bruin en grijs gewassen pentekening, door Josua de Grave, gedateerd ‘den 15 november 1674’, collectie Gemeentemuseum Arnhem (gm 9088); gezicht vanaf de Maas op de zuidzijde van de kerk en de omringende bebouwing (afb. 372).
2Grijs gewassen pentekening, gesigneerd en gedateerd: ‘C. Pronk del ad viv 1732’ en voorzien van het onderschrift: ‘Maasbommel’; gezicht op kerk en toren vanuit het zuidoosten (afb. 373).

 

Geschiedenis

De oudste schriftelijke vermelding van de kerk in Maasbommel dateert uit de tweede helft van de 13de eeuw. De kerk stond aanvankelijk ter begeving aan de tijdelijke heren van Maasbommel. Na de stichting van het Batenburgse kapittel in 1443 werd de kerk daarbij ingelijfd. Volgens Stüwer heeft er een wisseling van het patrocinium plaats gehad. Een bron uit 1460 spreekt van ‘ecclesia s. Laurentii’, maar in de 16de eeuw wordt Lambertus als patroonheilige vermeld. Uit het door de aartsdiaken van Xanten opgestelde visitatieverslag van 1505 blijkt dat de kerk drie beneficiën bezat. De altaren waren toegewijd aan O.L. Vrouw, het H. Kruis en aan de H. Catharina. De parochie omvatte omstreeks 1500 ongeveer 300 communicanten.

Vrijwel alle oude bronnen betreffen de bediening en vergeving van de altaren. Over de bouw van de kerk wordt men weinig gewaar. Een bericht uit 1379 heeft betrekking op nieuwbouw aan de kerk.

In 1609 ging de kerk over in handen van de hervormden en verscheen de eerste predikant in Maasbommel. Toen de Franciscanen zich in 1645 aan de overzijde van de Maas in Megen vestigden namen de katholieken hun toevlucht tot dit klooster, waar de gardiaan zich speciaal met de zielzorg belastte; later richtten zij zich ook op de kerk in Oijen, evenals de inwoners van Appeltern zulks deden (zie blz. 328).

In 1672 kwam de kerk voor een korte periode in handen van de katholieken tot aan de aftocht van de Fransen in 1674. Men telde in 1727 in Maasbommel, Appeltern en Altforst bewesten de sluis 700 communicanten, terwijl slechts een zesde deel van de bevolking van Maasbommel hervormd was, voor wie de kerk veel te groot was. Het gebouw dat op de tekening van Pronk uit 1732 nog behoorlijk onder dak is, blijkt in

illustratie

Afb. 372. De voormalige middeleeuwse kerk in 1674, door J. de Grave. g.m., Arnhem.


[p. 286]



illustratie

Afb. 373. De voormalige middeleeuwse kerk met haar karakteristieke torenvoet, getekend door C. Pronk in 1732.
r.k.d., Den Haag.




illustratie
Afb. 374. De voormalige middeleeuwse kerk volgens het kadastraal minuutplan.




illustratie
Afb. 375. De huidige r.k. kerk aan de Maasdijk volgens nette plan.


[p. 287]

1799 bij de overdracht aan de katholieken op grond van de staatsregeling van 1796 voor wat betreft het schip een bouwval te zijn. Alleen het priesterkoor is dan nog enigszins bruikbaar. In 1812 heeft men de kerk met toren volledig gesloopt en ter plekke een nieuw gebouw neergezet. Dit tweede kerkgebouw heeft dienst gedaan tot 1869 (zie onder geschiedenis van de r.k. kerk).

 

+ Uit de tekeningen van J. de Grave en C. Pronk kan men zich een redelijk beeld vormen van het middeleeuwse kerkgebouw (afb. 372 en 373). Vooral de tekening van Pronk geeft veel informatie. Het gebouw bestond uit een betrekkelijk laag, eenbeukig, romaans schip, dat een verlenging in westelijke richting bezat. Oostelijk sloot een gotisch koor aan bestaande uit een koortravee met een 5/8 sluiting, rondom geschoord door tweemaal versneden steunberen. De vensters van het koor waren in de 18de eeuw deels tot halve hoogte gedicht en in de schuine sluitingszijden volledig dichtgezet. De kappen van schip en koor lijken met dakpannen gedekt. Tegen het romaanse schip sloot aan de westkant een zeer rijk gelede, forse torenromp aan, waarvan het muurwerk bestaande uit twee geledingen tot even boven het schipdak reikte. De met spaarvelden gelede steunberen stonden haaks aan de oostkant en overhoeks aan de westzijde tegen het torenlichaam, afgedekt door kapjes die overgingen in de voorlopige tentdakvormige bekroning van de onvoltooid gebleven toren. Met zijn Kempisch aandoende vormen was de toren uniek in het Land van Maas en Waal. Bij de bouw van de toren heeft men reeds rekening gehouden met een verhoging van het schip blijkens een zeer duidelijk aangegeven daklijn.

Rooms-Katholieke kerk

De r.k. kerk, toegewijd aan de H. Lambertus, is een in 1868-1869 naar ontwerp van architect C. van Dijk gebouwde, neogotische basiliek met toren, staande aan de Raadhuisdijk op de hoek van de Kerkstraat (afb. 375-378).

 

Bronnen

- Literatuur. Staats Evers 1879, blz. 18; Van Helvoort 1975 (Ms. C. van Dijk), blz. 7-10.

- Archivalia. Memorieboek en Notulenboek Kerkbestuur in het parochie-archief.

 

Geschiedenis

Na de sloop van de middeleeuwse parochiekerk in 1812, werd op het kerkhof een nieuwe kerk gebouwd, welke men aantreft op het kadastraal minuutplan van 1820 (afb. 374). Van dit gebouw, gerealiseerd onder het pastoraat van Leonardus Trines, die als laatste pater Franciscaan uit Megen Maasbommel bediende, is weinig bekend, behoudens dat er in 1844 een nieuw orgel in is geplaatst. In 1868 begon men met de voorbereiding voor de bouw van een nieuwe kerk aan de Raadhuisdijk. Het gebouw werd ontworpen door de destijds in Dreumel woonachtige Cornelis van Dijk, die eerder opzichter en aannemer was bij kerkprojecten van de Roermondse architect Ch. Weber. Maasbommel vormt Van Dijks eerste zelfstandige ontwerp, dat hij in eigen beheer, waarschijnlijk samen met zijn broers Willem en Servaas Arie van Dijk in eigen beheer heeft gebouwd. De bouw vond plaats in 1868-1869. De kerk vertoont veel verwantschap met de kort nadien gebouwde r.k. kerken in Batenburg (1873-1874) en Zeeland N.-Br. (1871-1872).

 

+ De kerk bestaat uit een driebeukig, basilicaal schip met de lengte-as in noord-zuid-richting,+ zodanig dat het priesterkoor naar het noorden is gewend en de toren met de ingangsgevel naar het zuiden is gericht. Het schip bestaat uit vijf traveeën; de zijbeuken zijn aan weerszijden van de toren met een kleine travee verlengd, die respectievelijk dienst doen als doopkapel (oostzijde) en devotiekapel (westzijde). De zijbeuken zijn recht gesloten. Het priesterkoor bestaat uit een smallere koortravee gevolgd door een 5/8 sluiting. De toren wordt geschoord door overhoekse steunberen en aan de westkant geflankeerd door een polygonale traptoren (afb. 378).

 

+ Het gebouw is in baksteen opgetrokken met gebruikmaking van natuursteen voor de venstertraceringen, afzaten, dekplaten, cordonlijsten en de bekronende torenonderdelen.

[p. 288]



illustratie

Afb. 376. De r.k. kerk van St. Lambertus, door C. van Dijk, 1868 (opn. 1977).




illustratie
Afb. 377. Het interieur van de r.k. kerk (opn. 1984).


Uitwendig geeft de kerk een vrij monotone herhaling te zien van de schaars toegepaste geledingselementen (afb. 376). In de hoofdbeuk en de zijbeuken zijn de vensters door een middenstijl in tweeën verdeeld en wordt er slechts onderscheid gemaakt in de vorm van de vensterkop, die in de lichtbeuk, de zijbeuken en in het priesterkoor respectievelijk een drie-, vier- en zespas bezitten. Hoofdbeuk en koor zijn onder een doorgaande dakkap gebracht, hetgeen Van Dijk ook in Batenburg heeft doorgevoerd. Uitwendig lijkt het kerkgebouw op de St.-Victor in Batenburg, echter met dit verschil, dat de koorvensters in Maasbommel veel hoger zijn, waardoor de koorpartij opener is.



illustratie

Afb. 378. Opmetingstekening plattegrond van de r.k. kerk.


[p. 289]

De toren bestaat uit vier geledingen met blinde spaarvelden, vensters en groepen van drie galmgaten. De toren die half vrij voor de kerk staat, heeft evenals in Batenburg zowel in de voorgevel als ter zijde ingangen. Het torenlichaam is bekroond door een ingesnoerde spits, waarvan de voet schuilgaat achter topgevels met een trapsgewijs opklimmend fries.

 

+ Het interieur (afb. 377) vertoont in het middenschip een tweedelige wandopbouw: een arcadewand met bundelpijlers en geprofileerde bogen, waarboven, door een lijst ervan gescheiden, in een lancet gevatte lichtbeukvensters met een getraceerde, blinde zone ter hoogte van de zijbeukkappen. De schalken tegen de pijlers hebben bladkapitelen, waarop in de lichtbeukzone zowel de gordelbogen als de kruisribben rusten. Hetzelfde geldt voor de pijlerschalken aan de kant van de zijbeuk. De in de lengterichting van het kerkgebouw geplaatste pijlerschalken dragen alleen een gedeelte van het arcadeprofiel. Deze pijlervorm is eenvoudiger dan de in Batenburg toegepaste vorm, waar gordelbogen en ribben ieder afzonderlijk een schalk met bijbehorend groter of kleiner kapiteel als basis hebben. Inwendig is de kerk geheel in baksteen overkluisd. De overgang van schip naar koor wordt wel in de breedte van de gordelboog geaccentueerd, maar niet door middel van een verschil in gewelfhoogte. De hoge koorvensters geven het priesterkoor een lantaarnachtig karakter. Aan de torenzijde is de kerk boven het portaal door een bijna schiphoge spitsboog met het zangkoor in de toren verbonden.

De kerk is inwendig geheel gesausd behalve de in schoon werk uitgevoerde kruisribgewelven.

 

+ Aan het kerkinterieur is met name in de jaren '60 van de 20ste eeuw nogal wat gewijzigd door verwijdering of demontage van de oorspronkelijke meubilering. Zijaltaren en preekstoel zijn verwijderd; het hoogaltaar werd versoberd en de afkomende beelden kregen verspreid een plaats. De communiebank werd versneden. Toch bezit het kerkgebouw een aantal goede specimina van voornamelijk laat 19de-eeuwse beelden en mobilia.

 

+ Hoogaltaar (afb. 377). Stenen mensa, door J. Goossens en Zn., Den Bosch, 1872; neogotiek. Op de voorzijde van de mensa drie reliëfs: Graflegging - Engel met Veronicadoek - Engel met gesel en geselkolom.

Tot het altaar behoorde ook een reeks Evangelistenbeeldjes, oorspronkelijk twee aan twee aan weerszijden van de expositietroon opgesteld, doch nu in de sacristie; het zijn gepolychromeerde stenen beeldjes. De bekroning werd gevormd door een kruisgroep: Maria en Johannes, hoogte 95 cm, hout, bruin geverfd over de oorspronkelijke polychromie; kruisbeeld, hoogte circa 105 cm, ongepolychromeerd hout, thans los opgesteld. In de Noord-Brabantse Bibliotheek in Den Bosch bevindt zich de ontwerptekening voor het hoogaltaar, gesigneerd en gedateerd: J. Goossens en Zn. 19 december 1871. De voorzijde van de mensa toont hierop drie lege vierpassen. De evangelistenbeelden en de kruisgroep zijn hierop in hun oorspronkelijke setting te zien. Het altaar werd in juli 1872 geplaatst.

- Literatuur. Kerkelijk Register, blz. 12.

 

+ Doopvont, hoogte met deksel 115 cm; stenen vont, bekroning van eikehout; 1869; neogotiek. Zeshoekige vont met blindnissen en bladwerk; zeshoekig torendeksel met daarin een gepolychromeerd beeldje van St. Jan de Doper.

 

+ Resten van snijwerk afkomstig van een communiebank, grootste hoogte 55 cm, hout, ten dele goud geverfd; xix b. Het fragment, voorstellend een kelk met hostie, aren, ranken en druiventrossen, is ter versiering aangebracht op de credens van de sacristie.

 

+ Twee biechtstoelen, eikehout, respectievelijk geleverd omstreeks 1912 en in 1917. Driedelig front met ajour traceerwerk; in de tympanen boven de middendeur reliëfs: Maria Magdalena balsemt de voeten van Jezus - Terugkeer van de verloren zoon. n.b. de zijdeuren zijn verwerkt tot een kast in de pastorie.

 

+ Orgel, geleverd in 1907 door de fa. Smits uit Reek. Neogotische kast met los ervoor

[p. 290]



illustratie

Afb. 379. Maria met kind, gepolychromeerd hout, wsch. door J. Goossens en Zn., Den Bosch, 1874 (opn. 1984).




illustratie
Afb. 380. Beeld van St. Willibrordus, gepolychromeerd hout, neobarok (opn. 1984).


geplaatste speeltafel; vijfdelig vlak front met twee torens en daartussen drie velden.

- Literatuur. Notulen der Kerkvergadering, blz. 2-3.

 

+ Maria met Kind (afb. 379). Hoogte 130 cm, hout, gepolychromeerd, 1874; neogotisch. Mogelijk afkomstig van zijaltaar en waarschijnlijk geleverd door J. Goossens en Zn., Den Bosch.

Jozef met Kind. Gegevens als hierboven.

- Literatuur. Kerkelijk Register, blz. 12-13.

Antonius Abt. Hoogte 125 cm, hout, bruin geverfd na verwijdering van polychromie, door J. Goossens en Zn., Den Bosch, 1878. Staande heilige in habijt mei gesloten boek en varken.

- Literatuur. Kerkelijk Register, blz. 13.

H. Hart van Jezus. Hoogte 100 cm, hout, gepolychromeerd, 1889-1890; neogotiek.

Notre Dame de la Salette, geflankeerd door twee kinderen. Groep van drie beelden.

Maria, hoogte 135 cm, kinderen, hoogte 80 en 85 cm, hout, gepolychromeerd, circa 1898; neogotiek. De madonna en de beide kinderen zijn gekleed in Franse klederdracht. Zie ook gebrandschilderd glas op blz. 291.

Cunera. Hoogte 125 cm, hout, bruin geverfd over oude polychromie, gesigneerd en gedateerd: F. de Vriendt (Antwerpen), 1896. Staande heilige met wurgdoek, sleutels in de hand en bladeren in haar schoot.

Lambertus. Hoogte 150 cm, hout, gepolychromeerd, xx a; Duits werk?, aangekocht in 1922. De heilige als bisschop met boek en lans.

Willibrordus (afb. 380). Hoogte 150 cm, hout, gepolychromeerd, vermoedelijk Duits werk. Staande heilige als bisschop met boek en kerkmodel.

Staakmadonna. Hoogte Maria 50 cm, hoogte Kind 31 cm, hout, gepolychromeerd, midden xix. Onderdelen los bewaard, de staken ontbreken.

 

+ Veertien kruiswegstaties. Afmeting 95 × 113 cm, gipsafgietsels van de kruisweg van F. de Vriendt, Antwerpen. Vergelijk de staties te Afferden op blz. 34.

[p. 291]

+ Ofschoon de kerk geen monumentale schilderingen meer bezit, zij vermeld dat de oorspronkelijke uitmonstering is verzorgd door de kerkschilder F. Kops uit Den Bosch; vervangen door werk naar ontwerp van architect H.J. Groenendaal uit Maastricht omstreeks 1919.

 

+ Priesterkoor. In het koor een zevental vensters beglaasd met gebrandschilderd glas, vervaardigd naar ontwerp van architect H.J. Groenendaal uit Maastricht, uitgevoerd door Will. Schmitz uit Den Bosch in 1919. In 1937 zijn de heiligengestalten vernieuwd door Stroucken uit Rotterdam. Elk venster telt boven elkaar afgebeeld telkens twee figuren: 1 Thomas van Aquino - Alphonsus, 2 Lambertus - Willibrordus, 3 Johannes - Petrus, 4 Isaïas - Abraham, 5 Augustinus - Bernardus, 6 Melchisedech - Johannes de Doper.

Waarschijnlijk gaat het ontwerp terug op de door dr. Xav. Smits ontworpen voorstellingen van de drie middelste ramen van het koor, die door W. Schmitz eerder moeten zijn uitgevoerd.

Kapel van Notre Dame de la Salette. In de devotiekapel aan de westzijde van de toren zijn in 1898 twee gebrandschilderde vensters geplaatst waarop in drie panelen de verschijning van Maria in La Salette is afgebeeld: 1 Wenende Maria, 2 Maria spreekt tot de kinderen, 3 Maria stijgt op ten hemel.

- Literatuur. Notulenboek van 1907, blz. 37-41 en 92; Kerkelijk Register, blz. 15.

 

+ Cilindermonstrans. Hoogte 71,5 cm, diam. voet 19 cm; verguld koper; merken: billaux grossé, Brussel, 1923; neogotiek.

Achtzijdige voet met ingezwenkte zijden; op de welving gegraveerde wingerd en stenen; zeszijdige stam met traceerwerk; ronde nodus met acht ronde knoppen en traceerwerk; naast de cilinder gegoten beeldjes van de patroonheiligen van de schenkers: Johannes de Evangelist - Gertrudis - Theodora - Wilhelmus; onder de torenspits een H. Hartbeeldje.

- Literatuur. Notulenboek van 1907, blz. 69.



illustratie

Afb. 381. r.k. kerk. Kelk, verguld zilver en koper, 17de eeuw (opn. 1984).


Ciborie. Hoogte met deksel 38 cm, zonder deksel 24,5 cm, diam. voet 16 cm; zilver; merken: v in gekroond schild (= import); 1850; neogotiek. Zeslobbige voet met opgeschroefde bustes van Christus, Maria en Jozef, benevens de symbolen van geloof, hoop en liefde; zeszijdige stam; nodus met zes ruitvormige knoppen; tegencuppa van ajour traceerwerk; op het door een crucifix bekroonde deksel zes engelenkopjes.

Expositieciborie. Hoogte met deksel 46,5 cm, zonder deksel 23 cm, diameter voet 16 cm; verguld zilver; merken: billaux grossé, Brussel; 1920; neogotiek. Zeslobbige voet met wingerd; zeszijdige stam met traceerwerk; ajour tegencuppa van bladmotief; deksel met neogotische toren waarin H. Hartbeeldje.

- Literatuur. Notulenboek van 1907, blz. 53.

Kelk (afb. 381). Hoogte 23 cm, diam. voet 14,5 cm; verguld zilver (cuppa en voet) en verguld koper (nodus); geen merken; xvii. Zeslobbige voet met palmettenrand; op de lobben ovalen met gegraveerde bustes van: Christus - Maria - Petrus - Paulus - Ignatius van Loyola - Veronicadoek; peervormige nodus met gegraveerde vruchten; tegencuppa met graveerwerk; drie cartouches met Arma Christi tussen bloemtakken. Inscriptie onder de voet: ‘i de groot et eius uxor dono dedit’.

Kelk met pateen. Hoogte 22,5 cm, diam. voet 15,5 cm, diam. pateen 14,5 cm; verguld zilver; merken: meesterteken h + e (= H.G. Esser, Weert 1838-1892), jaarletter 1 (= 1868), lopend leeuwtje + 2, minervakopje. Zeslobbige, geprofileerde voet met op de welving de gegraveerde voorstellingen van: Calvariegroep - Maria - Franciscus van Assisi - Arnoldus - Lambertus - Jozef; zeszijdige stam met traceerwerk; ronde nodus met zes ronde knoppen en traceerwerk; ajour tegencuppa met wingerdmotief. Inscriptie met chronogram onder de voet: ‘hanc franciscvs iordans in honorem jesv obtvlit’.

- Literatuur. Kerkelijk Register, blz. 12.

Wierookscheepje. Hoogte 17 cm, lengte 17 cm; geel koper; midden xix.

Missaalbeslag. Afmeting schilden 14 × 9,5 cm; schilden van zilver, xviii; hoekstukken en sloten van verzilverd koper; xixc. Op de schilden een door Alziend Oog, twee engelenkopjes en Geestesduif omrande cartouche, waarin volkse voorstellingen zijn gegraveerd van respectievelijk de kerkpatroon Lambertus en Maria met het Kind; op elk der hoekstukken: kruis, anker en hart; op de sloten: Geestesduif.

[p. 292]

+ Negen wandarmen. Vlucht 65 cm; rood en geel koper; midden xix. Drie stuks zijn verworven in 1853.

 

+ Zes kandelaars. Hoogte 83,5 cm; rood en geel koper; 1852. Ronde voet op drie voluutvormige pootjes die op bolletjes rusten; conische stam met acanthusbladeren aan de onderzijde; grote vaasvormige vetvanger met knorren.

Twee knoopkandelaars. Hoogte 43 cm; geel koper; circa 1900; neogotiek.

Hoge, geprofileerde voet, rustend op drie gehurkte leeuwtjes; getorste stam met twee geprofileerde knoppen; hoge vetvanger met kanteelrand.

Hervormde kerk

De Hervormde kerk is een in 1842 opgetrokken zaalgebouw, staande aan de Raadhuisdijk nr. 23. Het gebouw is eigendom van de Evangelische Kringgemeente Maas en Waal, doch niet meer voor de eredienst in gebruik (afb. 382-385).

 

Bronnen

- Literatuur. Van der Aa vii (1846), blz. 522; Staats Evers 1879, blz. 18; Bloys van Treslong Prins 1917/18, blz. 136; J.W. Hille, Leerrede over Openbaring xxi vs. 22 bij de inwijding van het nieuwe kerkgebouw te Maasbommel, Nijmegen 1843.

- Archivalia. r.a.g., Arnhem, Archief van de Hervormde gemeente Altforst c.a., inv. nr. 495 (stukken betreffende de subsidie ten behoeve van de kerk te Maasbommel, 1839-1842) en 496 (stukken betreffende de bouw van de nieuwe kerk).

 

Geschiedenis

Na de overgave van de middeleeuwse kerk aan de katholieken hebben de hervormden van 1800 tot 1842 gebruik gemaakt van een kerkruimte aan de Raadhuisdijk ter plekke van de huidige kerk. Op het kadastraal minuutplan staat dit gebouwtje van 7,5 × 15 m afgebeeld.



illustratie



illustratie

Afb. 382. Hervormde kerk. Opmetingstekening van de kerkplattegrond en dwarsdoorsnede naar de sluiting.


Op 27 september 1841 is door de Minister van Staat belast met de generale directie voor de zaken der Hervormde kerk, machtiging verleend tot opbouw van een nieuwe kerk. Deze zou goeddeels moeten worden bekostigd uit een rijkssubsidie van f 1000, -, de opbrengst van de afbraak van de oude kerk, een bijpassing uit eigen fondsen en een aanvulling voor de gehele opbouw door mevrouw Loderus te schenken. Bestek en voorwaarden voor de afbraak van het bestaande gebouw en aangaande de nieuwbouw zijn bewaard gebleven en zijn waarschijnlijk van de hand van J. de Kloppert uit Grave. De aanbesteding vond plaats op 3 mei 1842. Het werk werd gegund aan Laurentius Peeters, aannemer van publieke werken uit Grave. Het afkomend materiaal van de oude kerk moest zoveel mogelijk worden verwerkt. De aannemingssom bedroeg f 3970, -, later iets verhoogd met enige buiten het bestek gemaakte onkosten. Als opzichter fungeerde B.C. Prosman. De oplevering van het werk werd vastgesteld op 15 weken voor de eigenlijke opbouw en 11 weken voor de inwendige afwerking en meubilering. Op 8 januari 1843 kon de eerste dienst worden gehouden. Koning Willem ii gaf nog een persoonlijke bijdrage in de bouwkosten van f 200, -.

De kerk is de jongste in de reeks Hervormde zaalkerken in Maas en Waal.

 

De kerk is een zaalgebouwtje van drie traveeën lengte en een driezijdige sluiting (afb. 382). De ruimte heeft een inwendige lengte van 14 m en een breedte van 7,5 m. De ingangstravee wordt grotendeels ingenomen door het orgelbalkon met daaronder een door een kerkeraadskamer en een bergruimte met trap geflankeerde entree.

De kerk is opgetrokken uit baksteen, deels oud materiaal, dat echter door een huid van ‘beste boerengrauwe mopsteen’ is bekleed. Uitwendig wordt het gebouw geschoord door onversneden lisenen. De kerkruimte wordt verlicht door 175 cm brede gietijzeren vensters uit 1842, een boven de toegang in de noordmuur en acht stuks in de zijmuren en de schuine sluitingswanden. Ook de zolder wordt verlicht door een onder de post meerwerk in rekening gebracht ‘Gegote ijzere punt ovale raam in plaes van houdt’.

De ingangsgevel bestaat uit een door hoog opgaande hoeklisenen geflankeerde vlakke gevel, waarvan de klokvormige punt wordt bekroond door een houten lijst met tympaan. Achter de topgevel staat een dakruiter, met leien gedekt en voorzien van een kruis met

[p. 293]

windhaan en pijlen. De ingang heeft een houten deuromlijsting met een hoofdgestel. Het kerkdak is belegd met gesmoorde pannen (afb. 383).

 

+ Het sobere interieur bezit een vloer van grote hardstenen tegels in de sluiting en plavuizen in de rest van de ruimte rond het verzonken plankier, waar volgens het bestek van 1842 aanvankelijk een twintigtal banken hebben gestaan. De kerkzaal is gedekt met een gebogen stucplafond met omlopende kooflijst.

De binnendeuren van het portaal hebben nog de oorspronkelijke vorm; de buitendeuren zijn jonger.

 

+ Tot de oorspronkelijke inventaris van de kerk behoren enige opmerkelijke objecten die in 1984 zijn overgeplaatst naar de Hervormde kerk in Appeltern op instigatie van de kerkvoogdij. Helaas zijn de stukken uit hun historische context gehaald, hetgeen eveneens geldt voor het in Appeltern thuishorende materiaal. Niettemin worden zij hier beschreven en afgebeeld.

 

+ Preekstoel (afb. 384). Eikehout; 1664, met in 1842 vernieuwde trap, waarvan de leuning wellicht dateert uit xviii.

Zeszijdige kuip, staande op een balusterstam, op de hoeken van de kuip gesneden halfzuiltjes, getoogde panelen gevat tussen een gebosseerde onder- en bovenregel met floraal en figuraal snijwerk op de friezen. Op de bovenregel links van de trap het gesneden jaartal 1664; de bijbehorende onderregel vertoont een uitgevlakt schild met twee afgesneden puttokopjes.

Oorspronkelijk dorsaal met toogpaneel en pilasters; zeszijdig, breed klankbord met gebosseerde hoekconsoles, ornamentaal gesneden fries met midden voor de aanduiding ‘anno’.

n.b. Volgens het bestek van 1842 moest de trap van de preekstoel worden vernieuwd met zeven treden en een ronde spil; bovendien moest hij ook geverfd worden. Dat de

illustratie

Afb. 383. De Hervormde kerk aan de Raadhuisdijk (opn. 1976).




illustratie
Afb. 384. Hervormde kerk. De preekstoel, eikehout, 1664 (opn. 1976).


[p. 294]

kansel vertimmerd is lijdt weinig twijfel: de robuuste ajour gesneden leuning laat veel grover snijwerk zien dan kuip en klankbord. Ook het klankbord heeft een aangepaste vorm. De kuip is met zijn frontzijde een slag gedraaid. Volgens een ter plaatse gedane mededeling zou de kansel niet uit de oude kerk afkomstig zijn, maar samen met de hierna te vermelden lichtkroon afkomstig zijn uit de Cunerakerk in Rhenen.

 

+ Lezenaar (afb. 385). Geel koper; omstreeks 1700.

Ajour bewerkt lessenaarsblad, bestaande uit een uitgeronde palmet geflankeerd door twee ranken, draaibaar verbonden aan een voluutvormige arm en stam. Een vergelijkbare lezenaar bevindt zich in de Hervormde kerk in Lienden.

 

+ Kaarsenkroon. Geel koper, xvii.

Bolkroon met twee vluchten, zestien-lichts. Mogelijk afkomstig uit de Cunerakerk in Rhenen.

 

+ In 1844 schonk Vrouwe Dingena Everdina Loderus van Maasbommel geboren Deijs aan de kerk een orgel. Mogelijk was het houten front met schijnpijpen, bekroond door twee houten empire-vazen en een tweetal wapenschilden, dat in particuliere handen is overgegaan in 1983, hiervan een overblijfsel. De wapenschilden vertoonden: 1 in zilver een gouden ossekop, waarboven als helmteken een uitkomende bok, 2 in zilver een St.-Andrieskruis van goud met in de onderste drie kwartieren een gouden ring en als helmteken een gouden haan. Het front is thans in particulier bezit.

Op 12 mei 1844 plaatste de firma Flaes en Brunje een kabinetorgel in de kerk van Maasbommel, waarvoor volgens rekeningen, gepubliceerd door G. Oost i.z. de orgelmakers Bätz de volgende posten werden betaald: ‘1843 logies orgelmaker f 6,42; vragt van het orgelfront uit Amsterdam f 9,25. 1844 aan de heer Flaes f 303, -; kosten bij het ophalen van het orgel’. De Voorloopige Lijst meldt een in 1780 door ‘Strumpfel’ gebouwd kabinetorgel; waarschijnlijk is hier het door Strümphler gebouwde instrument bedoeld, dat vroeger in de Hervormde kerk van het nabuurdorp Alphen heeft gestaan (zie blz. 274). Het oorspronkelijke Maasbommelse instrument was een door Bätz gebouwd of verbouwd instrument.

- Literatuur. Voorloopige Lijst 1917, blz. 18; Bloys van Treslong Prins 1917/18, blz. 136; G. Oost, De orgelmakers Bätz (1739-1849). Een eeuw orgelbouw in Nederland, Alphen a.d. Rijn 1975, 255-256.

 

+ In de kerkvloer zijn twee blauw hardstenen voetingen aangebracht met de torus van twee ronde zuilen, waarschijnlijk het basement van twee zuilen onder een orgelbalkon.

 

+ Boven de deur is in het interieur de stichtingssteen aangebracht met de tekst: ‘den eersten / steen gelegd / door vrouwe / d.e. loderus / van maasbommel / geb. deijs. / 18 6/27 42.’ De eerste-steenlegging vondt plaats op 27 juni.

 

+ Een tweede memoriesteentje bevindt zich in de kerk links van de toegangsdeur, waarin de inscriptie is aangebracht: ‘Wed. Deys / geb. Fitory / overleden 7 november 1817’.

 

+ Statenbijbel in leren band met sloten, uitgave Braadt, Enschede, 1867.

Het Hof te Maasbommel



illustratie

Afb. 385. Hervormde kerk. Kansellezenaar, koper, circa 1700 (opn. 1976).


Aan de noordzijde van de Raadhuisdijk, even ten westen van de Hervormde kerk, stond tot in het begin van de 18de eeuw het Hof, ook wel Hof te Maasbommel, het Hoge Huis of Hofstad van Maasbommel genaamd. De standplaats is op kaartmateriaal tot in de 20ste eeuw goed herkenbaar aan de door een gracht omgeven, cirkelvormige standplaats.

 

Bronnen

- Literatuur. Teg. Staat 1741, blz. 282-283; Van Spaen iv (1805), blz. 114-115; Van der Aa v (1844), blz. 651-652; Idem vii (1846), blz. 522; Staats Evers 1891, blz. 16, 18; Leenaktenboeken Kwartier van Nijmegen 1924, blz. 87.

- Archivalia. r.a.g., Arnhem, Archief Classis Nijmegen, inv. nr. 46.

[p. 295]



illustratie

Afb. 386. De standplaats van het Hof te Maasbommel volgens het kadastraal minuutplan.




illustratie

Afb. 387. Het Hof of Hoge Huis te Maasbommel, anonieme tekening, 18de eeuw. r.k.d., Den Haag.


- Afbeelding. Gewassen pentekening, toegeschreven aan A. Rademaker, eerste helft 18de eeuw, collectie r.k.d., Den Haag; gezicht op de ruïne van het Hof of Hoge Huis (afb. 387). Mogelijk is hier de Blauwe Kamer afgebeeld, zie blz. 296.

 

Geschiedenis

Het voornaamste huis van Maasbommel was het oude Hof waar de heer van de heerlijkheid verblijf hield. In 1403 was Rutger van Bommel door belening heer van ‘die hoffstadt tot Bommel met 8 mergen lants daer sij inne gelegen is...’ benevens een 30 morgen land aan waarden, beemden en kampen, de windmolen en het veer. Na het geslacht Van Bommel komt de bezitting in handen van de familie Van Riemsdijck. Na 1538 komt de heerlijkheid als Cuycks leengoed in bezit van de familie Van Ravenschot. In 1734 is de heerlijkheid door de graaf van Bylandt gekocht. De staat van het huis met de daaraan verbonden goederen en rechten in bezit van O.R.F. graaf van Bylandt wordt uitvoerig beschreven in de bij diens testament behorende ‘Staat en Inventaris’, die zich bevindt in het archief van de Classis Nijmegen (zie ook blz. 283).

Het Hof dat gezien de cirkelvormige omgrachting (afb. 386) wellicht van middeleeuwse origine is, werd door de Fransen op 1 mei 1676 in brand gestoken. Nadien was er weinig van het huis over, dat ‘tot in de grond verbrand’ was. Na amovering van de resten heeft men ter plaatse een klein huis gebouwd, dat te midden van geboomte op een vijf bunder groot terrein stond. Het huis werd in de tweede helft van de 19de eeuw bewoond door de weduwe A.W. Loderus. Aan het einde van de 19de eeuw werd door de toenmalige eigenaar, Frans Willem baron van Randwijck, het gebouw en de omgeving hersteld en ingericht als een flinke boerderij.

Kronenburg

Volgens de Tegenwoordige Staat van 1741 stond tussen de oude kerk en de dijk een toen reeds vervallen huis, dat vanaf 1660 in de leenaktenboeken van het Kwartier van Nijmegen is vermeld als ‘Het Huys den Croonenborch, met den bongaert, hoff, gepaet ende aencleven van dien, soo 't selve binnen Maesbommel in sijn oude bepalinge is gelegen,...’ Aanvankelijk in bezit van Johan van Bommel (1660), gaat het huis c.a. over aan leden van de families Van Erp (1667), Van Bleyswijck (1670), Agnes Maria van Ravenschoot (1713) en de familie Engelberts (1720). Het huis is waarschijnlijk al in de tweede helft van de 15de eeuw vervangen door een boerderij. Deze is te zien op het kadastraal minuutplan met een gedeelte van de omgrachting op het terrein tussen de Maasbandijk en de Veldsestraat (afb. 371). Aan het eind van de 19de eeuw was de hoeve eigendom van Marcellus van Osch. Ter plaatse waren, aldus Staats Evers, behalve de gracht nog fundamenten van dikke muren, sporen van het vroegere kasteel zichtbaar. Zie voor de huidige boerderij Velddijksestraat nr. 16 op blz. 297.

- Literatuur. Teg. Staat 1741, blz. 283; Van der Aa vii (1846), blz. 522; Staats Evers 1891, blz. 18; Leenaktenboeken Kwartier van Nijmegen 1924, blz. 88-89.

[p. 296]

De Blauwe Kamer

Ten noorden van de middeleeuwse dorpskerk stond volgens de Tegenwoordige Staat een laag met leien gedekt stenen gebouw naast een puinhoop, volgens de inwoners van Maasbommel de overblijfselen van een slot of klooster. De plaats is op de verpondingskaart uit 1809 en op het kadastraal minuutplan (afb. 370 en 371) nog terug te vinden en wordt op laatstgenoemde kaart aangeduid als ‘de Blaauwen Kats’. De plaatselijke bevolking sprak volgens de schrijver van de Tegenwoordige Staat ook van het ‘Blaauw Torentje’, ongetwijfeld in verband met de steensoort of de leidekking. De omschrijving van torentje en ruïne komt wonderwel overeen met de door A. Rademaker vervaardigde penseeltekening van het Hof of Hoge Huis (afb. 387).

- Literatuur. Tegenwoordige Staat 1741, blz. 283; Van der Aa vii (1846), blz. 522.

Boerderijen en woonhuizen

De historische bebouwing van Maasbommel treft men vrijwel uitsluitend aan langs de rivierdijk van de Maas en langs de thans dode rivierarm. Beide dijktracés komen samen bij het Veerhuis aan het groene plein, gelegen tussen de Bovendijk, de Raadhuisdijk en de Pleinstraat. Met name de kleine dijkwoningen aan de Bovendijk tot aan het Moleneind dragen de duidelijke sporen van eigentijdse aanpassing ten behoeve van recreatieve bewoning en bedrijfsvoering. De aanleg van het nieuwe watersportgebied op de dode Maasarm is daar deels debet aan; maar ook voor de jaren '70 was de kwaliteit van deze kleine dijkboerderijtjes al sterk teruggelopen. De situatie aan de Raadhuisdijk is bevredigender omdat de historische materie hier aanzienlijk beter, harmonischer bewaard is gebleven, zij het dat ook aan het met lindebomen beplante gedeelte van de Maasdijk geen monumenten van uitzonderlijke individuele betekenis staan. Evenwel is het dijkvak vanaf het Hof tot aan de r.k. kerk door de diversiteit van de bebouwing, die laat 19de-eeuwse sporen draagt, een bescheiden en aantrekkelijk ensemble. Dit beeld wordt in westelijke richting voortgezet door de boerderijen westelijk van de Kerkstraat bij Berghuizen.

Aan de noordelijke uitvalswegen is heel weinig gaaf bewaard. Zo is het pand Velddijksestraat nr. 5 helaas verloren gegaan en heeft de boerderij Kronenburg concessies aan bewoning en bedrijfsvoering moeten doen.

 

+ Maasdijk nr. 20. Kleine boerderij op L-vormig grondplan met naar links uitgebouwd voorhuis onder een met riet en pannen gedekt schilddak, xviii-xix. Voorhuis met twee negenruits schuifvensters links van de voordeur en een kleiner zesruits raam in de rechterzijbeuk; in de gevel twee kleine zoldervenstertjes (afb. 392).

 

Maasdijk nr. 22. Fors pand onder met pannen belegd zadeldak tussen zijtopgevels met de nokrichting evenwijdig aan de straat. De gevelindeling bestaat uit een vijf traveeën breed woongedeelte in het rechter gedeelte van het pand; het linker gedeelte is later gewijzigd; in de huidige vorm midden xix. In de witgepleisterde linkerzijgevel zijn

illustratie

Afb. 388. Boerderij te Maasbommel, anonieme tekening, 18de eeuw. g.m., Arnhem.




illustratie
Afb. 389. Raadhuisdijk nr. 17 (opn. 1977).


[p. 297]



illustratie

Afb. 390. Raadhuisdijk nr. 9 (opn. 1985).


negenruits vensters aangebracht. Volgens het kadastraal minuutplan stond op dit perceel het Schoolhuis (afb. 371).

 

Maasdijk nr. 24. Dwarshuis onder mansardedak met afgewolfde zijtopgevels en aan de linkerzijde achter over de gehele hoogte inspringend onder de kap gebracht. Zeer verzorgd, in staand verband gemetselde gevels met in de aan de dijk gelegen lange ingangsgevel een paneeldeur, geflankeerd door respectievelijk twee en drie zesruits schuifvensters met zonneblinden; in de linkerzijgevel een groot negenruits roedenvenster.

 

Maasdijk nr. 42. Herenhuis met verdieping en schilddak, gebouwd in 1844. Om de vensters en de voordeur stucomlijsting. De woning is de voormalige pastorie van de r.k. kerk van St. Lambertus.

- Literatuur. Schutjes v (1876), blz. 15.

 

+ Raadhuisdijk nr. 1. Het Veerhuis, gelegen bij de samenkomst van de Bovendijk en de Raadhuisdijk, gebouwd op L-vormig grondplan, xviii b. Gepleisterd voorhuis (blokverdeling in de raaplaag), zesruits schuifvensters en lage zolderverdieping onder met riet gedekt schilddak. Het veer vormde de verbinding tussen Maasbommel en Megen, oorspronkelijk over de thans afgesneden rivierbocht.

 

Raadhuisdijk nr. 9. Statig woonhuis met verdieping onder met pannen gedekt schilddak en lage achterbouw, xviii en xix. Vijf traveeën brede voorgevel ontstaan na een vergroting met twee traveeën naar rechts blijkens de brede muurdam tussen de derde en vierde travee. Beganegronds zesruits en op de verdieping vierruits schuiframen met geprofileerde houten omlijsting en gepleisterde hanekam met bekronend ornament (afb. 390). Hardstenen plint en gepleisterde hoekblokken. In de linkerzijgevel smallere schuifvensters met zes- en achtruits verdeling en van dezelfde factuur als die in de voorgevel. Aan de weg een afscheiding van acht stoeppalen met kettingen. Het huis is in 1980-81 gerestaureerd.

 

Raadhuisdijk nr. 17. Boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis aan de straat onder een met riet gedekte kap tussen zijtopgevels en een bedrijfsgedeelte onder afgewolfd zadeldak, xviii. Voorhuis met zolderverdieping en onregelmatig ingedeelde, vijf traveeën brede voorgevel met zesruits schuiframen, eertijds voorzien van luiken. In de rechterzijgevel smal, achtruits schuifraam (afb. 389).

 

+ Velddijksestraat nr. 16. Markante T-boerderij, genaamd Kronenburg, gebouwd op het terrein van het voormalige huis Kronenburg, xviii b (zie blz. 295). Woongedeelte onder afgewolfd zadeldak en aansluitend langgerekt bedrijfsgedeelte, waarin getoogde deeldeuren en mestdeurtjes. Op het erf achter de hoeve een ronde karnmolen.

[p. 298]



illustratie

Afb. 391. Voormalige Maasbommelse stoomgemaal bij Nieuwe Schans (opn. 1977).




illustratie

Afb. 392. Maasdijk nr. 20 met dorpsgezicht naar de r.k. kerk van Maasbommel (opn. 1977).




illustratie

Afb. 393. De Rijksche sluis bij de Nieuwe Schans (opn. 1977).