DEZE bundel portretschetsen wordt bijeengehouden door het feit dat zij betreffen een groep zeer verdienstelijke Nederlanders, die allen in de laatste 45 jaren door de toekenning van den Nobèlprijs zijn onderscheiden.
Levens van de grootsten en besten uit het verleden hebben steeds een veelbegeerde lectuur gevormd. Zij worden steeds weer beschreven. Steeds weer worden licht- en schaduwzijden ontdekt, nieuwe gezichtspunten geopend op het leven en werk van de mannen en vrouwen die goeddeels ons wereldbeeld hebben helpen opbouwen. Van hunne afkomst en omgeving, van hunne moeilijkheden en hun welslagen, van hun aard, neigingen en karakter trachten wij ons een voorstelling te vormen.
Dit schrijven en herschrijven is onvermijdelijk. Wij leven snel. Dagblad, geïllustreerd blad en radio overstelpen ons met namen, afbeeldingen en berichten. Wat gisteren gebeurde schijnt heden weer te worden weggevaagd uit ons zicht en geheugen. Namen en feiten verdrijven elkander van week tot week, van dag tot dag. Welke herinneringen en gedachten knoopen wij nog vast aan namen die wij hooren en aan portretten die onder onze oogen komen? Wie was dat ook weer? Wat heeft die ook weer gedaan?
Een gangbaar gezegde leert zoo ongeveer: ‘gelukkig het volk dat zijn helden eert’. En helden heeft het Nederlandsche volk te gedenken in grooter getale dan het zelf dikwijls vermoedt! Dat zijn in de eerste plaats de helden ter zee en te land, degenen die bereid zijn hun leven te geven in den dienst van de redding hunner medemenschen of voor de verdediging van geloof en Vaderland.
Daarnaast mogen wij ook helden heeten diegenen, die zonder te jagen naar persoonlijk voordeel, naar genot of eer, heel hun leven, hun geest- en werkkracht wijden aan den zelfgekozen of hun op-
gelegden levenstaak in dienst van het maatschappelijk of wetenschappelijk leven. Er is om ons heen een verborgen, vergeten heldenmoed, die soms verhevener en eerbiedwekkender is dan die welke met veel gerucht den volke wordt verkondigd.
Helden der wetenschap mogen wij hen noemen die, hun geniale intuïtie volgend, heel de werkzaamheid van hun denkvermogen, hun zoeken en onderzoeken besteden in den dienst der wetenschap. Hun genie, hun vonk van genialiteit moge hun de richting van hun onderzoek aanwijzen en de resultaten als van verre doen aanschouwen, enkel de volhardende arbeid van allen dag, de concentratie op de problemen, die het leven en de natuur stellen, het overwinnen van tegenspoed en teleurstelling vermag tot het gestelde doel te leiden. Ook dezen helden van den geest blijft als den athleten de lange en zware training niet gespaard! Zooals in alle sport enkel de allersterksten als eersten in den nationalen wedstrijd den prijs behalen en een triomph in de Olympische spelen slechts kan ten deel vallen aan hoogst enkelen, zoo zijn er ook in de Olympische spelen van den geest slechts zeer enkelen wier naam op aller lippen komt. Slechts volhardende training van den geest brengt hen op het internationale plan als de beroemdste vertegenwoordigers van hun volk.
Nederland bezit in zijn nationaal wetenschappelijk leven voor geleerden en onderzoekers de hooge onderscheiding van het lidmaatschap der Koninklijke Academie van Wetenschappen, ingedeeld in de afdeelingen wis- en natuurkundige wetenschappen en in die voor taal-, letter-, geschiedkundige en wijsgeerige wetenschappen. In het internationale leven van wetenschap en onderzoek geldt als hoogste onderscheiding de verleening van den Nobèl-prijs. En zooals een deel van het Nederlandsche volk met gretigheid de praestaties volgt van onze Nederlandsche athleten bij de Olympische spelen, zoo vervult het een groot deel van de Nederlanders met trots en voldoening vast te stellen dat de arbeid van Nederlandsche mannen van wetenschap in de laatste 45 jaren ook buiten ons Vaderland herhaaldelijk de hoogste erkenning heeft gevonden welke hiervoor tot nu toe ter wereld bestaat.
Er is voor ons geen reden met andere landen ten wedijver een vergelijking te maken of door een berekening in percenten en statistieken een verhoudingcijfer te zoeken, het simpele feit dat in 45
jaren een negental Nederlandsche onderzoekers op het gebied der natuurwetenschappen werden onderscheiden met dezen zoo hooggeschatten prijs, mag een klein volk in zijn geheel tot eere strekken.
Wanneer men zich nader verdiept in het leven en werk van deze mannen dan wordt men geboeid door de felle intensiteit waarmede zij het terrein hunner wetenschap hebben bewerkt en door de manier waarop zij elk op zijne wijze en in zijn studievak hebben bijgedragen tot een ongelooflijke uitbreiding van onze kennis van het leven en de natuur. Veel van wat zich in hun werk eerst voordoet als zuiver theoretisch wetenschappelijk onderzoek is later gebleken het onmisbare grondwerk te zijn geweest voor onvermoed practische toepassingen. Ik denk hierbij aan radio, aan koeltechniek, vitaminen en kennis van hartziekten.
Onjuist is het en een uiting van lichtvaardige onderschatting van het wetenschappelijk onderzoek, jongeren met belangstelling voor wetenschappelijken arbeid bovenal aan te sporen zich te werpen op het direct nuttige, op de toegepaste wetenschap. In den grond der zaak is alle verruiming en verrijking van het menschelijk bestaan voortgekomen uit het theoretisch onderzoek. Het is niet uit te maken waar het theoretisch onderzoek eindigt en detoepassing een aanvang neemt. De als practici geprezen leiders der grootindustrie hebben dit in de latere jaren zeer wèl verstaan. Meer en meer zijn aan werkplaatsen, fabrieken en groote ondernemingen laboratoria verbonden, waar een grooter of kleiner staf van specialisten onderzoekingen verricht op schijnbaar enkel theoretisch wetenschappelijk gebied.
Te licht vergeet men dat ontdekkingen en uitvindingen niet kant en klaar als Pallas Athene uit het hoofd van Zeus te voorschijn zijn gesprongen. Dit leeren ons de levens der onderzoekers. Met eindeloos veel inspanning, onuitputtelijk geduld en taaie volharding, na vele mislukkingen, teleurstellingen en hernieuwingen zijn de resultaten tot stand gekomen. En hoe dikwijls leverde bovendien niet het toeval zijn aandeel in het welslagen?
Wanneer men dit alles bedenkt, voelt men zich ook menschelijk dichter bij onze helden der wetenschap. Het zijn geen bovenmenschelijke genieën die deze hoogtepunten hebben bereikt. Het zijn mannen als velen onzer die gedreven werden door hartstochtelijke liefde voor hun vak van studie. Zij hebben gewerkt zooals men gaarne zegt onder ‘hoogspanning’ van hun gezonde menschenver-
stand. Zij toonen ons dat de man van wetenschap bij behoorlijk inzicht en genoegzame volharding op alle gebied van wetenschappelijk onderzoek aan de natuur stukjes van haar oneindige geheimen kan ontrukken. Elke nieuwe ontdekking stelt weer nieuwe problemen in het verschiet. Uit en op de ruïnen der oude waarheden worden telkens weer nieuwe opgebouwd.
Zooals boven gezegd: wij leven snel. Het mag daarom gelden als een daad van vaderlandsche piëteit tegenover een groep van onze beroemdste landgenooten hunne levens samen te bundelen en aan een grooter publiek aan te bieden. Moge de kennis van hun leven en werken voor vele jongeren een prikkel zijn om hun werklust en werkkracht te wijden aan den dienst der wetenschappen die in ons vaderland met zoo treffend succes zijn beoefend in de laatste halve eeuw.