[p. 40]
En teruggekomen
Ik ben beangst
dat ik wellicht te laat
zal zijn.
En teruggekomen
zal moeten staan
in de verwrongen stilte
van een verstijfde middag.
En het gras zal zien
dat gegroeid is
en opgeschoten;
verschroeid en
weer opgesprongen
voor al die kruisen
onder het De Profundis
der starre koningspalmen.
Ik ben beangst
dat ik misschien
te laat zal zijn
vrienden,
doden,
die mij verbaasd
achterlieten
in een onbegrijpelijke haast.