terug  begin  verder
[p. 43]
Cornelis-Kondre 1961

Het web van je stilte

 
Moet ik weer
 
verward raken
 
in het web
 
van je stilte
 
en je aanbod aanvaarden
 
plaats te nemen
 
in de korjaal
 
van je genegenheid?
 
 
 
Hoe heb ik gedorst
 
naar dit uur
 
te zitten
 
met jou
 
tussen de wanden
 
der zwijgende bomen
 
in de onverbroken stilte
 
van de morgen.
 
 
 
Wanneer de wind
 
op Curaçao
 
de bomen
 
de nek indrukt
 
vlaggen
 
aan flarden scheurt
 
denk ik
 
aan onze stilten
 
die nu weer de kans krijgen
 
uit te botten
 
in een woordenloos zijn.
[p. 44]
 
De afstand
 
tussen ons
 
blijft geheiligd
 
en de vrucht
 
van onze genegenheid
 
rijpt verborgen
 
achter muren loof.
 
 
 
De boom'der herinnering
 
in ons leven
 
is hoger geworden
 
zijn weelderige kruin
 
schenkt koelte
 
en bescherming
 
over muurhoge wortels
 
van onze verknochtheid.
 
 
 
Nu ik weer gaan moet
 
weet ik
 
dat de stilten
 
van dit samenzijn
 
een bloem meer
 
geweven hebben
 
in het kleed van
 
onze vriendschap.
 
 
 
Mijn korjaal is klein
 
en niet bestand
 
tegen de drift der vloed
 
maar kom
 
laat mij je roeien
 
naar de andere oever
 
en jou
[p. 45]
 
in de koelte
 
van een nieuwe hut
 
ter ruste leggen.
 
 
 
Wanneer de dag
 
als vuurwerk uiteenspat
 
achter de bomen
 
zal ik de mooiste bosbloem
 
steken in je geurig
 
donker haar
 
en afscheid nemen
 
en afvaren
 
met de eb
 
die buiten
 
rusteloos en
 
ongeduldig wacht.

terug  begin  verder