[p. 51]
PratikshÄ (1968)
Voor mijn lieve beti's Kamini en Sumintra
[p. 52]
Immigration
Uw paspoort
O......
zwart haar en
zwarte ogen
karakteristiek zijn
zijn twee namen
die in de diaspora
als lijnen in zijn hand
het leven beelden.
Menasse
Efraim
‘Waar zult gij gaan logeren?’
Ik zei:
‘Hier is toch plaats, Heer.
Bladeren voor een kussen
en takken voor wat vuur
tegen het ongedierte
heb ik nodig
en genoeg goede wil
om rond te komen.’
‘Hoe lang blijft u?’
Ik zei:
‘Heer, tot de maat
van het verlangen vol is.’
‘Hebt gij geld bij u’
vroeg hij vorsend
Ik zei: ‘Neen, Heer
Alleen maar een concessie
om van de bomen
[p. 53]
de gouden vruchten van het geduld
te oogsten
de inhoud van de rivieren
opnieuw te meten
de dammen voor de woorden die
hier regenen aan te leggen
en bruggen
één brug te slaan
tussen de grenzen van dit land
en zonder misbaar mij
te werpen in de stilte
op het aambeeld van de tijd
voorgoed
duidelijk een dialoog
te smeden
het onkruid in mijn hart
misschien ook bij de anderen
telkens en telkens weer
te wieden;
de olie van de liefde
te puren uit dit leven
en daarmee blijdschapslamp
in elk huis te ontsteken
en morgenlichte vreugden
te strooien over dit land.’
Zijn pen lag in een inktbuil:
toen hij mij vreemd aanstaarde.
Hij zei toen onverwachts:
‘Wij wisten van uw reis.
Pardon U kunt nu gaan.’
En grinnikend achter mijn rug:
‘Een gek hier meer of minder
maakt niet veel uit.’