[p. 57]
Partiële impressies (fragmenten)
Je noemt mij met zovele namen
toch zijn zij mij eender
gelijk
geen kan mij meer na aan het hart zijn
Hoe zou dit anders bestaan?
Alles zou ik dan moeten verraden
breken met wat ik ben
de brug
tussen de wijde oevers
de veerboot
tussen Stad en Plantage.
Ik zou moeten afstaan de lamp
die ik een ieder te lichten voorhoud
de lamp van de zachte liefde
de lamp
van het wonderlijk geduld
de lamp
tegen geïrriteerdheid
tegen wanhoop
vertwijfeling
de lamp
van het juiste woord
van het zoeken
van het tasten naar taal
naar de taal
die het hart verovert
de lamp
tussen pool en tegenpool
[p. 58]
Daarom kan ik nimmer zijn
de splijtzwam
tussen de volkeren
de neger en de hindostaan
javanen of de chinees
de boslanders onderling
noch tussen welke groep afzonderlijk
ook niet in de deftige arena
van de zovele intellectuelen
de Staten
de Magistratuur
de duizenden ambtenaren
doktoren of
de verpleegstersschaar
de naarstige onderwijzers
de boer of de handelaar
de vroege melkventer
de sinaasman of
de kolenbrander
de verbouwer van groenten
van rijst
de stille visser.
Ik zie wel de korstige wond
in veel ogen;
in vele droeve gezichten
pluk ik de rijpe aanklacht
tegen de beulen
van het onbeperkt egoïsme.
Ik weet
er is veel te veranderen
buiten de gebouwen met
[p. 59]
zadel en splitdak
pittoreske gevels
parketvloeren
en bezode gazons.
Bid daarom
zoals ik durf bidden
voor jullie
in een eerlijke taal
universeel
voor een ieder verstaanbaar
de sleutel
bij ons naarstig zoeken
de taal
die de deur openklopt
de taal
van het echtelijk verbinden
van het ene
met het andere hart
van het ene
met het andere volk
want telkens ervaar je opnieuw
het onstuimig verlangen
van Nieuw Suriname,
de jeugd, op het kruispunt
der tijden.
Ik sta weer
midden de straten
midden de kinderen
midden de dag.
Ah! hoe zie ik ze allen wedijveren
om het nieuwe alfabet
[p. 60]
de meer dan zes en twintig tekens
te binden
voor een nieuwe mutatie
met het geheimzinnig chromosoom
in een lied
dat in zijn verscheidenheid
eens eenmalig gezongen
levend onder een nieuwe huid
uitbreken zal
als een zon.
Zijn licht zal
de sluiers oplichten
ons lezen zal het
het tederst geheim
van eenheid
samen leven
lief hebben
eendrachtig zijn.
Suriname gelijk vele landen
groenend langs de evenaar
groet ik
als de padi-aar
nederig en dankbewogen.
Gij blijft mij
rivieren van vreugde
mijn dank is
een waterval.
Altoos word ik
binnenlandsstil
om uw schoonheid
dat duizelingwekkendste wonder.