terug  begin  verder
[p. 67]

Zegebrief

 
Hoor het klinken van de trom
 
steeds maar door
 
aldoor klinkt het bericht van de damru+
 
Met zoete stem verkondigt
 
en roept het uit
 
de van poëzie vervulde nagārā.+
 
 
 
Langzaam
 
zachtjesaan
 
komt neer in de ogen
 
de vreugderegen
 
De vreugdevolle morgenstond
 
is het eigen hart weggelegd.
 
 
 
Het onheil is verdwenen
 
vernietigd het dodelijk gif
 
In het hart bloeien open
 
groei en sukses
 
gelukbrengende vreugde
 
en de duizendstralige zon.
 
 
 
Door resoluutheid en kracht
 
zijn verkregen
 
voorspoed en rijkdom
 
Eigen inspanning tenslotte
 
heeft ons beroemd gemaakt.
 
 
 
Ik ben
 
jij bent
 
hij is
[p. 69]
 
gij zijt
 
Wij allen zijn Surinamers
 
Wij allen zijn nobele onderdanen
 
Wij allen zijn welbekende edele bewoners.
 
 
 
Zie al schaterlachend
 
hoe aan het openbloeien is
 
de ‘Lalla Rookh’+-glimlach
 
Het hart is vol vreugde
 
Het oog vol vers leven
 
Het gehele land bruist ervan
 
Het overwinningsteken is de zegebrief.
 
 
 
In de oostenwind ligt een geheim besloten
 
overal is het groot feest
 
In Suriname geurt ons toe
 
Bhārats nakomelingschap.
 
 
 
Zie ik ben de landman
 
en jij de bewerkster
 
vet en vruchtbaar is ons land
 
Maar zeg mij wie het bewoont?
 
 
 
De Tulpenwangige lieveling
 
De Echtgenote, de Lieftallige, de Beminde
 
De Dochter van het Land is zij
 
En ook zijn Levendraagster.
 
 
 
Zij is de moeder van de toekomst
 
De lamp van goeden huize
 
Licht van het Land
 
Ideaal van het Land
 
Een lieflijke zilveren Zon
[p. 71]
 
Zij is de hoop van mijn Land
 
en daarbij mijn enige wens.
 
Ik ben de bewonderaar
 
jij de aan het Land toegewijde
 
mijn innig geliefde
 
 
 
Krishna+ ben ik
 
en gij Rādhā
 
Je weldoener ben ik
 
Slaaf ben ik
 
en jij slavin
 
van het gehele Surinaamse Land
 
 
 
De eeuwen door klinkt
 
alsmaar luidt het
 
het gehele leven door schitter je
 
Jij bent de Surinaamse Ster
 
en ik de Surinaamse Kumār.+
 
 
 
Zie in de ogen
 
Kijk in het hart
 
in lichaam geest en rijkdom
 
Overal heerst er zegevreugde
 
vandaag is Suriname één blijde golving
 
Weet je het waarom of weet je het niet?
 
De grootste ontmoeting heeft er plaats
 
van negentig volle jaren.
 
 
 
Zeg dan gezamenlijk
 
van ganser harte
 
uit geheel je wezen
 
Zeg dan gezamenlijk
[p. 73]
 
Broeders en Zusters
 
zeg het tezamen
 
met de damru en de nagārā
 
 
 
Ik ben
 
jij bent
 
hij is
 
gij zigt
 
Wij allen zijn Surinamers
 
Wij allen zijn nobele onderdanen
 
Wij allen zijn welbekende edele bewoners
+damru: handtrom, door Shiva bij zijn kosmische dans bespeeld
+nagārā: grote trom
+Lalla Rookh (Lālā-rukh = de tulpenwangige): naam van het zeilschip dat in 1873 de eerste groep hindostaanse immigranten naar Suriname bracht
+Krishna: incarnatie (avatar = nederdaling) van Vishnu
+kumār: prins, jongeling
terug  begin  verder